Farma-industrie moet bijhouden wie haar antibiotica slikt

Medicijnen Doordat veel bacteriële ziekteverwekkers resistent zijn geworden voor antibiotica is er al jaren een roep om de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en vaccins. Voor het eerst is nu uitgezocht hoe farmabedrijven met antibiotica omgaan.

Een Chinese tuberculosearts bekijkt een longfoto om te beoordelen of een patiënt tuberculose heeft. Foto Shou Sheng/EPA

Van de farmaceutische bedrijven doen het Britse GSK en het Amerikaanse Johnson & Johnson het meest aan de ontwikkeling, productie en distributie van antibiotica. Ze worden op enige afstand gevolgd door het Zwitserse Novartis, het Amerikaanse Pfizer en het Franse Sanofi.

Dit blijkt uit het rapport Antimicrobial Resistance Benchmark 2018 , dat dinsdag is gepubliceerd door de Access To Medicine Foundation (ATMF). ATMF is een met Brits en Nederlands overheidsgeld betaalde stichting die jaarlijks onderzoekt wat farmaceutische bedrijven doen om hun geneesmiddelen beschikbaar te maken voor mensen in arme(re) landen.

Voor het eerst is nu heel precies uitgezocht hoe farmabedrijven omgaan met antibiotica. Doordat veel bacteriële ziekteverwekkers resistent zijn geworden voor antibiotica is er al jaren een roep om de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en vaccins. Tegelijkertijd trekken farmaceutische fabrikanten zich steeds meer terug uit de voor hen commercieel weinig aantrekkelijke markt voor dit soort geneesmiddelen.

„Het is sowieso prijzenswaardig als farmaceutische bedrijven zich wel blijven bezighouden met antibiotica”, zegt directeur Jayasree Iyer van de ATMF. Ze noemt antibiotica een „een hele uitdaging” voor de bedrijven: „Om te voorkomen dat bacteriële ziekteverwekkers resistent worden, moeten zo min mogelijk mensen een antibioticum krijgen. Dat is heel contra-intuïtief voor bedrijven die natuurlijk de neiging hebben om zoveel mogelijk medicijnen te verkopen.”

Bonussen

In het rapport krijgen tientallen farmabedrijven punten voor drie aspecten: de investeringen in onderzoek en ontwikkeling, de omvang van de productie en ‘stewardship’. Dat laatste is een verzamelnaam voor alles wat een bedrijf doet om te zorgen dat het geneesmiddel op de juiste manier wordt gebruikt, van training en educatie tot distributie en het volgen van de verspreiding van een ziekte. Iyer: „Dat betekent bijvoorbeeld dat de bonussen voor het verkooppersoneel niet gekoppeld moeten zijn aan omzet, maar aan andere doelen, zoals dat precies de juiste personen de juiste hoeveelheid van het juiste middel krijgen.”

Lees ook hoe Acces to Medicine Foundation in 2014 oordeelde over de farmaceutische industrie

De grote internationale farmabedrijven scoren op alledrie de punten, van redelijk (Roche) tot heel goed (GSK). Op eerbiedwaardige afstand volgen een handvol fabrikanten van generieke medicijnen, die het vooral behoorlijk doen met de productie. En enkele biofarmaceutische bedrijven, die redelijk scoren bij onderzoek en ontwikkeling.

Om in de toekomst de maximale scores te behalen moeten bedrijven vooral meer nieuwe antibiotica ontwikkelen, zegt Iyer. „Maar ook het stewardship moet verbeteren. Voor de 28 middelen die in het laatste stuk van de pijplijn zitten, bestaan er maar in twee gevallen plannen voor stewardship.”

Tuberculose

Een goed voorbeeld van zo’n – inmiddels uitgevoerd – plan van aanpak biedt de ontwikkeling van bedaquilline door Johnson & Johnson (J&J). Bedaquilline is een geneesmiddel tegen tuberculose, een ziekte waaraan jaarlijks 1,7 miljoen mensen sterven. Doordat de ziekteverwekker van tuberculose resistent is geworden voor de meeste antibiotica zijn de bestaande combinatietherapieën niet of nauwelijks effectief. In die gevallen is bedaquilline, dat in 2005 werd ontdekt, het laatste redmiddel. J&J heeft het middel niet alleen versneld naar de markt gebracht, maar ook gratis ter beschikking gesteld. Bovendien heeft het bedrijf in nauwe samenspraak met de overheden in bijvoorbeeld Zuid-Afrika en India gezorgd dat het middel goed wordt gebruikt, onder meer door het financieren van trainingsprogramma's voor begeleiders zoals verpleegkundigen.

    • Karel Berkhout