Opinie

    • Coen van Zwol

Een Deense Hitchcock, net van de Filmacademie

Coen van Zwol Het Deense debuut ‘The Guilty’ toont waar het bij ons aan ontbreekt: goede filmscripts.

Nog een geheimtip voor het International Film Festival Rotterdam, dat vanavond begint? Ga vooral naar The Guilty (Den skyldige), het razend knappe speelfilmdebuut van de 29-jarige Deense regisseur Gustav Möller. Cinematografisch gebeurt er bar weinig, in ons hoofd des te meer. Möllers camera blijft 85 minuten bij agent Asger Holm (Jakob Cedergren) op de alarmcentrale: meer dan beeldschermen, luxaflex en kalende collega’s krijgen we niet te zien. Asger zou liever op straat zijn, maar er loopt een zaak tegen hem. Hij is kortaf en heeft snel zijn oordeel klaar over de beroofde hoerenlopers of bezopen stappers die bellen. Tot een noodkreet van een huilende vrouw. Ze belt uit een wit busje. Haar echtgenoot heeft haar ontvoerd. Hij is een crimineel.

Zo begint een tergend spannende thriller. Asger wil de vrouw redden en is niet bang om met het protocol te breken. Maar Asger bouwt een verhaal op louter telefoontjes. Wat als zijn – en ons – verhaal niet klopt en alle goede intenties naar de hel leiden? Gaandeweg krijgt The Guilty een macabere, tragische dimensie.

Deze week beleefde The Guilty zijn wereldpremière op het Sundance Festival, straks is hij dus op IFFR. De Amerikaanse vakpers recenseert hem in superlatieven. Een script Hitchcock waardig. Een remake met Ryan Gosling of Michael Fassbender is wel het minste. En dat voor een regisseur vers van de Filmacademie; Möllers producer, scenarioschrijver, cameraman en editor zijn schoolvrienden. Het maakt The Guilty bijna tot een afstudeerproject.

In Nederland zou de vlag uitgaan, Denen zijn het wel gewend. Met 5,7 miljoen inwoners levert Denemarken al decennia topregisseurs en acteurs aan Cannes en Hollywood, series als Borgen en The Killing zijn mondiale hits. In de loop der tijd hoorde ik er verklaringen voor. Lars von Trier en Thomas Vinterberg injecteerden in de jaren negentig hun branie en zelfvertrouwen in de Deense film. Hun manifest Dogme werkte bevrijdend. Er heersen hyperkritische, maar collegiale omgangsvormen. Er is een filmtraditie met echte studio’s: Zentropa en het in 1906 opgerichte NordDisk. Er is relatief veel geld voor film, verdeeld door een (tijdelijke) filmtsaar, wat in commissies platgestreken amusement voorkomt.

De Deense regisseur Susanne Bier (Oscar voor In A Better World) vertelde me desgevraagd dat het volgens haar aan het hoge niveau van scenario’s ligt, ook het sterkste punt van The Guilty. Ze bevinden zich vaak op het snijvlak van (misdaad)genre en arthouse, volgens Bier omdat Deense literatoren hun neus van oudsher niet ophalen voor thrillers en scenario’s. Daardoor kwam de lat zo hoog te liggen.

Zo’n traditie ontbreekt in Nederland, land van brave boekbewerkingen, kinderfilms en romantische komedies. Een werkelijk origineel script als Brimstone is zeldzaam. Internationaal maakt de Nederlandse film weinig indruk, ook zelf raken we erop uitgekeken: het marktaandeel bleef in 2017 voor het tweede jaar op rij op 12 procent steken. Aan het acteren ligt dat niet (langer), er is regietalent dat buiten de lijntjes durft te kleuren: denk aan Sam de Jong (Prins), Daan Bakker (Quality Time), Jim Taihuttu (Wolf) of Michiel ten Horn (Aanmodderfakker). Nu de scenario’s nog.

    • Coen van Zwol