Recensie

Dystopische supermix

Sciencefiction-actie Films waarin jongeren het opnemen tegen totalitaire machthebbers zijn niet weg te denken uit de jeugdcultuur. In het slotdeel van de eerste boekentrilogie van ‘The Maze Runner’ maken de jongeren zich op voor de eindstrijd. Maar leidt het ook ergens toe?

Thomas (Dylan O’Brien, links) en Newt (Thomas Brodie-Sangster) gaan de strijd aan in ‘Maze Runner: The Death Cure’.

Ze zijn niet meer weg te denken uit de jeugdcultuur: dystopische films waarin jonge mensen als enigen een ramp overleefden of het moeten opnemen tegen totalitaire of buitenaardse machthebbers. Een effectieve metafoor voor het eenzame proces van volwassen worden.

Interessanter is in hoeverre die trend een gedeelde angst voor een apocalyptische toekomst onder jongeren weerspiegelt, aangewakkerd door de entertainmentindustrie. De Maze Runner-serie volgt een groepje jongeren (‘gladers’) dat uit een virtualrealitylabyrint is ontsnapt en een verzetsbeweging tegen het fascistoïde WCKD (spreek uit ‘wicked’) is begonnen. Door de serie heen zijn er een paar lievelingen: Minho, de eerste die de code van het doolhof wist te kraken, en liefdespaar Thomas en Teresa. In het slotdeel van de verfilmingen van de eerste boekentrilogie maken ze zich op voor de eindstrijd, als blijkt dat de oorspronkelijke ‘gladers’ als bloedbank worden gebruikt om een antivirus (de ‘death cure’ uit de titel) te vinden tegen de ‘flare’, de ziekte die intussen de mensheid uitroeit.

De film is een supermix van alle dystopische actiefilms uit de filmgeschiedenis. Natuurlijk krijg je als fan nooit genoeg van nóg een achtervolging, nóg een ontsnapping, nóg een vriend die in je armen aan het virus sterft. Maar het leidt allemaal nergens toe.