De mensenkrimpers zijn al onder ons

Achtergrond In ‘Downsizing’ wordt het krimpen van mensen bedacht tegen de dreigende ecologische ramp. Ook in werkelijkheid wordt gefilosofeerd over het verkleinen van mensen. Van het toedienen van oestrogeen tot ‘ecologische eugenetica’.

Ngoc Lan Tran (Hong Chau) en Paul Safranek (Matt Damon) beleven een romance tijdens hun nieuwe, verkleinde leven in ‘Downsizing’.

„Goed, er zit een Apocalyps in, maar dit is een optimistische film. Het gaat over de liefde, mensen.” Filmster Matt Damon zag de bui kennelijk al hangen bij de première van zijn film Downsizing op het filmfestival van Venetië. Al die zware vragen over illegalen, Trump, klimaatverandering: niet de ideale manier om een komedie te verkopen.

Downsizing is ook meer een ideeënfilm dan een komedie, en mede daarom misschien geflopt in de Verenigde Staten, exporteur van de ideologie van groot, groter, grootst. Maar dat lot trof meer sf-klassiekers die later cultstatus kregen: Metropolis, Blade Runner, Children of Men. Zonde dus, maar het laatste woord is nog niet gezegd over deze bitterzoete satire van Alexander Payne, bekend van milde, tobberige komedies als The Descendants en Nebraska.

Payne toont in Downsizing een wereld die tegelijk vertrouwd en vervreemdend is en bedrijft satire in de traditie van Jonathan Swift (Gulliver’s Travels). In de film vindt de idealistische Noorse geleerde Jorgen Asbjørnsen een soort megatron uit om mensen tot 13 centimeter te krimpen. Een remedie voor de dreigende ecologische catastrofe, zo hoopt hij, want een dorpje minimensen produceert in één jaar slechts vier vuilniszakken afval. Vijftien jaar later is het kapitalisme met zijn vinding aan de haal gegaan: minirenteniers leiden in luxueuze enclaves als Leisureland een leeg leven van hyperconsumptie, geholpen door illegaal minipersoneel. Bij grote mensen groeit rancune tegen de ‘kleine uitvreters’, elders krimpen dictators hun dissidenten en Israëliërs Palestijnen.

Downsizing biedt milde satire op Amerika, Europa en de derde wereld, op consumentisme en ecologisch utopisme. Het idee kwam volgens Payne in 2006 van de broer van zijn scriptschrijver Jim Taylor; wetenschappelijk bezwaar – op die schaal krijgt de mens een piepstemmetje en waait hij weg bij het minste zuchtje wind – besloot hij te negeren.

„Kennelijk hing het in de lucht”, vermoedt kunstenaar Arne Hendriks. Zelf begon hij rond die tijd ook na te denken over menselijke krimp: in 2010 lanceerde Hendriks zijn project The Incredible Shrinking Man: een nog altijd groeiende website die krimp aanbeveelt, want alleen zo kan de mens blijven consumeren én overleven.

Lichaamslengte van 50 centimeter

Hendriks, zelf 1,95 meter lang, streefde naar een lichaamslengte van 50 centimeter. De kleinste man ooit gemeten, Chandra Bahadur Dangi, mat 54,7 centimeter en was gezond: hij stierf in 2015 op 75-jarige leeftijd. Maar pragmatisch gezien lijkt 1,50 meter Hendriks al heel wat: „Dat ligt nog binnen het als normaal ervaren spectrum, je kan een rat of wesp dan prima aan.”

Arne Hendriks keert zich tegen de „absurde ideologie” die klein gelijk stelt aan kwetsbaar. Zijn website staat stil bij Japanse miniaturisering, de homo floresiensis en het Dehnel-fenomeen: zoöloog August Dehnel constateerde dat de schedel en organen van spitsmuizen voor de winter, als voedsel schaars wordt, 10 procent krimpen. Dat een hang naar groei genetisch gecodeerd is, wil hij niet ontkennen: in de natuur winnen de grootste en sterkste dieren het bij de paring. Wel wijst Hendriks op uitzonderingen: bij de rode boomkikker (litoria chloris) selecteert het vrouwtje de kleinste mannetjes die het kwaken het langst volhouden. Daar kunnen milieubewuste vrouwen een voorbeeld aan nemen.

De mensenkrimpers zijn nog een gideonsbende. erkent Arne Hendriks: hij wijst op Donald Platt, die voor NASA fysieke krimp onderzoekt in dienst van de ruimtevaart, en op de ‘godfather van de krimp’ Thomas Samaras, die al dertig jaar onderzoek doet naar het verband tussen lengte en gezondheid en gelooft dat elke centimeter boven de 1,50 meter de mens een half jaar levensverwachting kost.

Little green men

Maar hoe krimp je een mens? In de paper Human Engineering and Climate Change (2012) opperden de Amerikaanse bio-ethicus S. Matthew Liao en twee Britse collega’s dat 15 centimeter krimp denkbaar is. Dat zou al goed zijn voor 25 procent minder gewicht, en dus consumptie, bij vrouwen en 23 procent bij mannen. Het is slechts een van de mogelijke bijdrages van de biowetenschap tegen klimaatverandering, zo stelt Liao, die tevens ‘vleespleisters’ voorstelt die een milde allergie voor rundvlees veroorzaken, als steuntje in de rug voor mensen die vegetarisch willen leven.

Dat baarde minder opzien dan de praktische suggesties van Liao om krimp tot ‘kleine groene mannetjes’ (Harper’s Magazine) te bevorderen. Zo kan je kinderen oestrogeen toedienen: dat wordt al ingezet om de botgroei vroegtijdig stil te zetten bij een groeistoornis. De nu al bij IVF gebruikte genetische diagnose van embryo’s kan je gebruiken om kleine mensen te selecteren. Ethisch ziet Liao geen bezwaar: niemand kan zijn ouders achteraf verwijten dat ze zijn embryo kozen. Toch kregen de auteurs een golf woede en hoon over zich heen over hun voorstel tot ‘ecologische eugenetica’. De paper bevat ook wel een element van trollen, erkende een van de auteurs: het was vooral een „swiftiaans filosofisch gedachtenexperiment”. Eigenlijk zoals de film Downsizing dus, een film die alleen al daarom een groot publiek verdient.