Geef vooral geen fooi

Dit is het moment om naar Japan te gaan: de yen staat gunstig en buitenlandse toeristen zijn er amper.

Tokio is zo groot dat je moet kiezen welke wijk je wilt zien. Hier Hinokicho park in het chique Roppongi.

De conducteur van de kogeltrein komt binnen, maakt een buiging voor alle reizigers, controleert onze kaartjes, draait zich om en buigt opnieuw bij het verlaten van het rijtuig. Zo’n combinatie van hightech en traditie kom je alleen tegen in Japan. Zo snel als de Shinkansentrein vooruit schiet, zo langzaam veranderen oude gewoontes.

Er is geen beter moment om naar Japan te gaan, of je nu aangetrokken wordt door de gadgetstores van Tokio, de tuinen van Kanazawa of de tempels van Kyoto. De koers van de yen ligt ruim een kwart lager dan drie jaar geleden. Toen was het prijsniveau dat van Zwitserland en Japan een bestemming om voor te sparen. Nu betaal je voor de meeste dingen min of meer wat je in Nederland gewend bent, met dank aan het monetair beleid van premier Abe. Maar door het dure imago van Japan zijn er nog amper buitenlandse toeristen. Hierdoor heb je het rijk voor je alleen.

Het eerste wat je moet regelen na je vliegticket is een Japan Rail Pass. Met deze kaart kun je als buitenlander voor een schappelijk bedrag het hele land doorkruisen met de hogesnelheidstrein. Bestel hem voor vertrek op internet, want je kunt hem niet kopen als je eenmaal in Japan bent. Als je iets meer betaalt, kun je onderuit zakken in de vorstelijke zetels van de Green Car, de Japanse variant van de eerste klas. Koop voor onderweg een kunstig verpakte ekiben lunchbox met lokale gerechtjes die op elk station anders zijn. Terwijl het eindeloze Japanse stadslandschap met driehonderd kilometer per uur voorbijschiet eet je babyoctopus en sushi met zalmkuit.

Opladen in de stad

Tokio is een uitgestrekte metropool met dertien miljoen inwoners, die zelf ook niet de hele stad kennen. Concentreer je daarom op een paar wijken die passen bij je smaak. Dan blijkt de stad verrassend gemoedelijk, zonder het opgefokte van Londen, het gehaaste van New York of het chaotische van Hongkong. De meeste huizen zijn niet hoger dan vier verdiepingen, wat zorgt voor een menselijke schaal. Serieuze hoogbouw vind je alleen in het zakencentrum.

In de wijk Yanaka, een van de weinige plekken waar je nog vooroorlogse, houten huizen vindt, heerst een dorpse sfeer, met erfjes vol planten en moeders die boodschappen doen op de fiets. Je slentert hier langs jazzbars, antiekwinkels en ateliers. Bewoners staan in de rij voor een bakje gekonfijt fruit met doorzichtige blokjes blubber gemaakt van bonen. Onbegrijpelijk vies.

Zoek je meer opwinding, ga dan naar Shimokitazawa, een druk buurtje tjokvol bars en vintagewinkels waar jonge mensen de dienst uitmaken.

Het kiezen en volgen van een stijl is een serieuze zaak in Japan. Japanse lifestylebladen zijn instructieboekjes die in detail voorschrijven welke spullen je moet kopen om je aan de codes van jouw niche te houden. De hemel voor tijdschriftenlezers is de boekwinkel T-site Daikanyama. Oude jaargangen van Vogue, Playboy, National Geographic en obscure Japanse magazines zijn hier uitgestald alsof het kunst is. De sfeer is als de lounge van een vijfsterrenhotel, met gedimd licht, boterzachte leren banken en barmannen met strikjes.

Japan opent zich pas echt in het gezelschap van een Japanner. Probeer daarom via vrienden en online connecties een bewoner van Tokio te vinden om mee af te spreken. Onze vriendin Makiko leidt ons naar een restaurant dat we nooit zelf hadden kunnen vinden, een elegant huis in de wijk Roppongi. Alleen het discrete bordje met Japanse karakters bij de deur verraadt dat je er kunt eten. Je eet zittend op de grond aan een laag tafeltje. Alleen al de menukaart is een kunstwerk, met kalligrafie en tekeningen van de gerechten uit Kyushu, het zuidelijke eiland met een mediterraan klimaat. Een voorgerecht van kool en zeewier is zo lekker dat ik bijna ga zweven.

Japan is een ideaal land om uit te rusten. Op minder dan twee uur reizen van Tokio vind je spectaculaire natuur en warme bronnen. Je kunt logeren in serene luxe of extreme eenvoud.

Om het toppunt van Japanse cultuur en service te beleven is een nacht in een onsen ryokan de moeite waard. Je moet er misschien een paar dagen alleen maar noedels voor eten, kamers beginnen bij 330 euro (hoogseizoen), maar zo’n traditioneel hotel met badhuis bij een warme bron is iets wat je niet kunt overslaan. Ryokan KAI Nikko, gelegen aan Lake Chuzenji op een hoogte van 1.200 meter, heeft een uitzicht dat niet onderdoet voor het Comomeer.

Mannen en vrouwen gescheiden

Meteen na aankomst trek je slippers en een dunne zomerkimono aan. In het badhuis, mannen en vrouwen gescheiden, was je je uitgebreid op een krukje voordat je in het hete bronwater stapt, zodat de andere gasten weten dat je schoon bent. Na het baden krijg je in een privé-eetkamer een Japans diner van acht gangen. De schalen sashimi komen met een verklarende plattegrond. Het hoofdgerecht, lokaal rund, wordt op tafel in een stenen kist gaar gestoomd en smelt in je mond. Het ontbijt is even slikken: gebakken vis uit het meer, gekookte tofu en gezouten inktvis.

Architect Akira Kimura heeft in het plattelandsdorpje Shimo-goshiro een paar boerenhuisjes verbouwd tot minimalistische vakantiehuizen, die hij verhuurt onder de naam Nikko Inn. Een Nikko Inn-huisje huur je in het hoogseizoen vanaf 85 euro per nacht, in het laagseizoen vanaf 70 euro (voor twee personen). Ze bestaan uit kamers zonder meubels, met schuifdeuren van papier en hout en tatami matten op de vloer.

Als je gaat slapen, haal je een futon/matras uit de kast dat je na het opstaan weer opbergt. Minimalistisch is hier niet hetzelfde als spartaans: het plafond heeft ingebouwde speakers voor het draadloos afspelen van muziek en de wc heeft een verwarmde bril en een volautomatische wasstraal. Je kunt sushi laten bezorgen of zelf koken met producten van de boerenmarkt. Het ingetogen leven went snel: je gaat vanzelf opletten waar en hoe je iets neerzet en krijgt zin om jezelf te ontdoen van overbodige spullen.