Dat Dirkje een kalf krijgt, weet de overheid ook

Registratiesysteem

Melkveehouder Dirk Bruins laat zien hoe aan alle regels moet worden voldaan. Het fosfaatplafond moet in de gaten gehouden worden.

Het melkveebedrijf van Dirk Bruins in het Drentse Dwingeloo. Foto’s Bram Petraeus

Dirkje 451, een zwart-wit gevlekte koe, is ongeveer negen maanden geleden geïnsemineerd en zal dus binnenkort een kalfje krijgen. Dat weet niet alleen haar eigenaar, de Drentse melkveehouder Dirk Bruins. Dat weet ook de overheid.

In zijn kantoor, met een raampje dat uitkijkt over de stallen, laat Bruins op zijn computer een gedetailleerd registratiesysteem zien. Af en toe kijkt een nieuwsgierige koe door het raampje. Met een paar muisklikken haalt Bruins al zijn koeien tevoorschijn die binnenkort kalven – het zijn er veertien. Achter de naam Dirkje 451 staat: „Status: geïnsemineerd.”

Als er straks een kalfje wordt geboren, zet Bruins dat onmiddellijk in het systeem. Het kalf krijgt een eigen, uniek nummer, dat op het oormerk komt. Ook registreert hij de geboortedatum, het geslacht en de haarkleur.

Dit is het registratiesysteem waar naar schatting enkele duizenden boeren mee gefraudeerd hebben om milieuregels te omzeilen, zoals dinsdag bekend werd. De boeren lieten een aantal koeien bewust als een nog niet volwassen koe in de systemen staan. Daardoor werd voor hen een mestuitstoot – en dus ook fosfaatuitstoot – gerekend van een ‘halve koe’.

Kalf in het melkveebedrijf van Boer Dirk Bruins. Foto Bram Petraeus

Zodra een koe voor het eerst heeft gekalfd en melk gaat geven, is het officieel volwassen. Maar de frauderende boeren voerden het nieuwe kalfje in bij een ándere moeder – ze zeiden dat die een tweeling had gekregen. Zo bleef een aantal volwassen koeien in de systemen staan als nog niet volwassen. En stootten de bedrijven op papier minder fosfaat uit.

De boerderij van melkveeboer Dirk Bruins (42) staat in de uitgestrekte weilanden nabij het Drentse dorpje Dwingeloo. Hij heeft 125 melkkoeien, kalveren niet meegerekend. Onder zijn grijze overall draagt Bruins een net overhemd.

Bruins wist wel dat er in zijn sector „naar de mazen van de wet gezocht” wordt. Hij hoort die verhalen extra snel omdat hij in het bestuur zit van de melkveehouderijafdeling van boerenorganisatie LTO Nederland. Maar van deze vorm van fraude had hij „nog nooit gehoord”, zegt hij, ook al gebeurde het volgens minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) op grote schaal. „Ik was echt verbaasd over die cijfers”, zegt Bruins.

Hij vindt het vooral „frustrerend” dat de landbouw nu wéér in het nieuws komt als een sector die het niet nauw neemt met milieuregels. „Dat vind ik zó schadelijk.” Hij vreest dat het ten koste gaat van de invloed die boeren via LTO hebben op het ministerie. „We proberen veel te regelen voor boeren. Maar hiermee worden we weer op een achterstand gezet.”

Zo besloot minister Schouten dinsdag om een experiment met soepelere regels voor 700 bedrijven voorlopig te annuleren, omdat de sector „de eigen verantwoordelijkheid die nodig is” niet waar kan maken. Bruins: „Ik kan me voorstellen dat sommige boeren nu enorm boos zijn op hun collega’s.”

Lees ook: Koeienfraude is voor landbouw één affaire te veel

Maar de fraude laat ook „een stuk onmacht” zien van melkveeboeren, zegt Bruins. Al wil hij de fraude „op geen enkele manier” goedpraten.

De fosfaatregels zijn ingewikkeld en ze zijn de laatste jaren vaak veranderd. Nu zijn de regels als volgt: boeren hebben allemaal een maximale hoeveelheid fosfaat die ze mogen uitstoten, gebaseerd op het aantal koeien dat ze in juli 2015 hadden.

Foto Bram Petraeus
Boer Dirk Bruins tussen de kalveren.
Foto Bram Petraeus

De melkveehouders mogen dus niet uitbreiden – tenzij ze ‘fosfaatrechten’ kopen van een andere boer.

Maar niet alleen uitbreiden is lastig. Ook bij een gewone bedrijfsvoering zitten er altijd fluctuaties in de hoeveelheid koeien, zegt Bruins. Al is het maar omdat het er ene jaar veel stierkalfjes worden geboren – die meteen doorverkocht worden – en het andere jaar veel vaarskalfjes (vrouwtjes). Die wil Bruins het liefst houden om later te kunnen melken. Maar als er te veel vaarskalfjes geboren worden, mág hij ze niet houden. Dan zit hij aan zijn fosfaatplafond.

Dat is het moment dat sommige boeren de mazen van de wet gaan zoeken. Dat boeren creatieve oplossingen zoeken, begrijpt Bruins nog. „Ik snap best dat ze hun koeien niet willen wegdoen, maar doe het dan wel binnen de wet.” Een voorbeeld van zo’n legale creatieve uitvlucht? Stel: een boer heeft in een bepaald jaar veel vaarskalfjes gekregen die hij wil houden. „Dan vraag je aan een Duitse collega om ze op te fokken. En na twee jaar neem je ze weer terug.”

Lees ook Het Mestcomplot, het grote onderzoek van NRC naar de grootschalige mestfraude

Zelf houdt Bruins zijn fosfaatplafond vooral in de gaten door veel berekeningen en voorspellingen te maken. „Ik maak Excel-bestandjes om dat te monitoren. Daar hou ik van.” Hij heeft onlangs nog een paar koeien verkocht, dus hij is positief. „Ik denk dat ik goed ga uitkomen aan het einde van het jaar.”

    • Christiaan Pelgrim