opinie

Slecht voorbereid op missie kost levens

Een nieuw boek over een incident in Aghanistan, tien jaar geleden, bevestigt voor wat hij al dacht: missies gaan onvoldoende getraind op pad .

Opname met nachtzichtapparatuur tijdens een operatie door Amerikaanse luchtlandingstroepen in 2010 bij Kandahar in Afghanistan. Foto Eros Hoagland/Redux/Hollandse Hoogte

‘Ik had erbij moeten zijn’, is het eerste wat ik denk als ik hoor dat vier militairen – twee Nederlanders en twee Afghanen die met hen meevochten – tijdens een missie in Uruzgan door ‘eigen vuur’ zijn gedood. Het is januari 2008. Ik ben dan zelf net terug uit dat gebied. Het had veilig moeten zijn, maar viel langzaam maar zeker weer in handen van de Talibaan. Er moest iets gebeuren, daarom werd na ons vertrek uit Kamp Holland een nieuwe operatie opgezet, zoals wij die er ook uitvoerden. Een aantal compagnieën (eenheden van zo’n 150 man) gaan, om de Talibaan te verdrijven, in een vallei van huis naar huis. Zo’n missie stelt elke eenheid tot het uiterste op de proef; voor een eenheid die dan pas net in het gebied is, is het misschien te veel gevraagd. Maar op missie ontbreekt vaak de luxe om te kiezen. In de nacht van 12 op 13 januari gaat het fout. Bij de gevechten rond het dorp Deh Rawood zien de eenheden elkaar voor de vijand aan en openen het vuur.

De Nederlandse missie is in 2006 begonnen; met dit incident komt het aantal gedode Nederlandse militairen dan op veertien. In de dagen die volgen maken politici, media en de bonden zich druk om het friendly fire-incident. Oorzaak: te weinig nachtzichtapparatuur en communicatiemiddelen, klinkt het bij verscheidene militaire vakbonden. De militaire top volgt die lezing, waarna er ineens geld beschikbaar komt voor de aanschaf van extra middelen.

Probleem opgelost? Hoe meer er bekend wordt, des te meer ik begin te geloven dat gebrek aan voorbereiding en training het echte probleem is. Precies tien jaar later zie ik mijn twijfel bevestigd in Lucky Shot, een boek over het leven van Marc van de Kuilen, de soldaat die bij hetzelfde incident beide benen verloor. „Er was wel geoefend”, zegt kolonel Harold de Jong, één van de officieren die het officiële onderzoek naar het incident deed, in dat boek. „Maar de omstandigheden waren dusdanig dat de eenheden eigenlijk nog niet klaar waren om een dergelijke operatie in de uitzonderlijk gitzwarte nacht te ondernemen.”

Lees ook: Wie vriend of vijand is, dat is lastig te zien

Voor zulke missies worden militairen opgeleid in twee fases. De eerste gaat om het halen van een bepaald algemeen niveau en duurt in dit geval twee jaar. Pas als dat niveau is behaald kan de zogeheten ‘missiegerichte opleiding’ (MGO) beginnen, die zo’n vijf maanden duurt. Het behalen van het vereiste niveau is als het ware het ‘toelatingsexamen’ voor de MGO.

Natuurlijk kan het algemene traject korter. Bijvoorbeeld door concessies te doen aan specifieke taken die niet of minder noodzakelijk zijn, maar het is onmogelijk om in een paar maanden zowel de algemene als de missiegerichte opleiding te doen, zoals bij deze eenheid het geval was. Dat is zoiets als een doctoraal halen tijdens je propedeuse.

Dit is een breder probleem zonder structurele oplossing. Door aanhoudende bezuinigingen ziet defensie zich voortdurend gedwongen opleidingstrajecten te verkorten. Live oefeningen worden daarbij bijvoorbeeld vervangen door simulaties. Op het moment dat de missiegerichte opleiding moet starten, ontstaat pas haast. Dan is het onmogelijk om het vereiste algemene niveau nog te halen.

Je kunt niet in een paar maanden zowel de algemene als de missie-opleiding doen

Die twee jaar van algemene opleiding moeten een solide basis vormen: een leerschool waar communicatieproblemen, nachtelijk optreden en eigen vuur vanzelf aan bod komen. En waar je ervaart dat de complexiteit (en gebrek aan overzicht) evenredig toenemen met het aantal eenheden en militairen. En dat je die het hoofd kunt bieden met simpele, effectieve procedures en afspraken.

Zo stellen commandanten zich tijdens het maken van hun plan de vraag: wat doen de ‘neveneenheden’ links, rechts, voor en achter mij? Ze leren ook om de meldingen van die eenheden ‘mee te schrijven’ en op hun eigen kaart in te tekenen. Zeker bij het innemen van een verdedigingslijn is dat van groot belang.

Radiomeldingen

Een operatie als van januari 2008 is een van de onoverzichtelijkste vormen van optreden. Uit radiomeldingen en markeringstekens, die bij dag en nacht zichtbaar zijn, moet je afleiden waar de ‘eigen troepen’ zijn. Die middelen zijn, zo weet ik uit eigen ervaring, op dat moment onvoldoende of helemaal niet in het gebied aanwezig. Het is de eerste in een reeks van mankementen die bij een eenheid van dat niveau onacceptabel is. De tweede is dat eenheden in de fatale nacht op lager en hoger niveau niet exact weten waar hun ‘neveneenheden’ zijn. Dat het operatieplan op het laatste moment nog drastisch werd gewijzigd heeft er mogelijk ook aan bijgedragen. Deze aannames worden later stilzwijgend bevestigd als ik met een lid van het onderzoeksteam spreek. Vast staat dat men te laat doorheeft dat de bewegingen op een dak in Deh Rawood geen vijandelijke, maar eigen troepen zijn.

Lees ook: Mali-rapport vraagt grotere openheid van Defensie

Het rapport over het friendly fire-incident werd in 2008 in twee delen uitgebracht. Een deel dat via Kamerbrieven naar buiten kwam en een tweede deel dat geclassificeerd wordt als geheim. Als juist uit dat laatste deel zou blijken dat de eenheid inderdaad onvoldoende was opgeleid, zoals kolonel De Jong nu in het boek Lucky Shot zegt, is het van cruciaal belang dat die bevindingen openbaar worden. Ook tien jaar na dato. Het toont aan dat er – anders dan Nederlands hoogste militair, de over ‘Mali’ afgetreden generaal Tom Middendorp beweerde – wel degelijk eenheden op missie zijn gestuurd die onvoldoende waren opgeleid.

Maar het allerbelangrijkst is dat politici en de militaire top onder ogen moeten zien wat de prijs is die betaald wordt voor bezuinigingen en onvoldoende voorbereiding van missies waartoe zij samen besluiten. En te leren van fouten uit het verleden. Doen ze dat niet, dan heeft Marc van de Kuilen voor niets zijn benen verloren. En dan zijn Wesley Schol, Aldert Poortema, Abdal Qodos en Boman Haider voor niets gesneuveld.