Maria wilde steken, maar durfde het niet

Wie: Maria B.

Kwestie: bedreiging van echtgenoot met mes

Waar: politierechter Utrecht

Maria (58) trilt als een riet. De dunne vrouw met rood haar was al om zes uur op vanochtend. De avond voor de rechtszaak belde ze om kwart voor tien nog met haar advocaat. „Ik ben ontzettend nerveus”, zegt ze. Dit is haar eerste confrontatie met een rechter, haar strafblad is blanco.

Huiselijk geweld wordt meestal door mannen gepleegd, maar vandaag staat Maria terecht omdat ze haar echtgenoot bedreigd zou hebben, en een mes tegen zijn buik heeft gehouden. Ze zou daarbij gezegd hebben: ‘Ik ga je steken.’

Het slachtoffer, haar man, is met Maria meegekomen naar de rechtbank. Hij heeft geen aangifte gedaan. Wel zei hij tegen de politie „erg geschrokken” te zijn. De politie kwam omdat Maria zelf belde. Tegen de politie zei ze dat ze boos was op haar man, en dat ze wilde steken, maar niet had gedurfd „door te steken”.

„Het is een beetje uit de hand gelopen hè, die avond”, zegt de rechter vriendelijk.

„Ja, edelachtbare.”

„U had allebei aardig gedronken. Hoe is het nu?”

„Ik ben heel erg aangeslagen, edelachtbare”, zegt Maria, „en verdrietig door wat er is gebeurd.”

„En hoe gaat het met de wijn?”, wil de rechter weten.

Maria: „Die wordt gedronken, maar beperkt.”

„U kunt beiden moeilijk met gevoelens omgaan, begrijp ik uit het dossier.”

„Ja”, zegt Maria, „ik heb weinig gevoel van eigenwaarde.”

„Heeft dat te maken met dat u Belgisch bent?”, vraagt de rechter. Het blijkt geen grap. „Dat lees ik namelijk in het dossier.”

„Nou”, zegt Maria, „ik ben wel totaal anders opgevoed. Ik ga anders om met relaties.”

„Jaja”, zegt de rechter, „want Belg-zijn, daar hoef je geen minderwaardigheidsgevoel over te hebben.” Hij permitteert zich een grapje. „Ze doen het bijvoorbeeld heel goed in het voetbal. Dus wees daar nou maar trots op.”

De grap komt niet aan, daarvoor is Maria te nerveus.

Maria heeft zelf hulp gezocht, ze is in behandeling. Want het was niet de eerste keer dat ze haar man iets wilde aandoen. Twee jaar geleden was er iets soortgelijks aan de hand, had haar man de politie verteld.

De officier van justitie eist een taakstraf van zestig uur en een week voorwaardelijke celstraf voor bedreiging. Aanvankelijk wilde ze ook mishandeling ten laste leggen maar de „kleine schrammetjes” op de buik van de man, duiden wat haar betreft eerder op bedreiging dan mishandeling. Ze vindt het wel nodig ook reclasseringstoezicht op te leggen en alcoholcontroles als de reclassering dat nodig acht. „Want alcohol speelt een grote rol.”

De advocaat vindt de verklaring van de echtgenoot onvoldoende om de bedreiging bewezen te achten. „Er viel met hem die avond moeilijk te communiceren, want ook hij had gedronken.” Zijn verklaring noemt ze „warrig en onsamenhangend”.

De mishandeling is wat haar betreft al helemaal niet bewezen. De schrammetjes op de buik waar de officier het over had, noemt zij „liever puntjes”. Wat haar betreft is het niet zo nodig nog extra hulpverlening te verplichten. Haar cliënt is al „ontzettend onder de pannen” bij de hulpverlening. „We willen natuurlijk niet dat iets waar ze zelf aan is begonnen, haar nu gaat tegenstaan omdat het te veel is.”

In zijn oordeel is de rechter streng. „We mogen God op onze blote knietjes danken dat het zo goed is afgelopen.” Dat niemand gewond is geraakt, is volgens hem meer geluk „dan het resultaat van nuchter nadenken”. Hij houdt er rekening mee dat Maria een leeg strafblad heeft en dat de relatie met haar man in stand is. Ook heeft hij de indruk dat Maria „doordrongen is van de ernst” van het gebeurde.

De bedreiging door Maria is bewezen, wat hem betreft. De mishandeling niet. Hij legt een werkstraf op van 30 uur en een week gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk. Ook moet Maria zich aan alcoholcontroles onderwerpen, als de reclassering dat nodig vindt.

Buiten de zaal bespreekt Maria’s advocaat het vonnis met haar. Haar man legt zijn arm om haar schouder.

    • Merel Thie