Schrijver Renaud Camus voor zijn kasteel, in 2011.

Foto Hollandse Hoogt

‘Omvolking’ komt uit een Frans kasteel

Renaud Camus schrijver

Wie is de controversiële Franse schrijver/denker Renaud Camus die zaterdag bij de PVV opdook? Correspondent Peter Vermaas sprak hem vorig jaar.

Wie de Franse schrijver Renaud Camus thuis bezoekt, kan zich moeilijk voorstellen dat hij juist hier tot de alarmistische theorieën kwam die wereldwijd extreem-rechts zouden inspireren. Hij bewoont het Château de Plieux, een klassiek rechthoekig veertiende-eeuws Gascogne-kasteel op een heuveltop in het zuidwesten van Frankrijk. De bevolking van Plieux telt zo’n 120 zielen, onder wie, voor zover bij de schrijver bekend, geen enkele moslim. Wie vanuit zijn kantoor uit de ramen kijkt, ziet zover het oog reikt lege velden.

Maar hij bleek op de vraag voorbereid. „Waarom zou ik me hier niet zorgen mogen maken over het verdwijnen van mijn beschaving? Dat is alsof je tijdens de oorlog niet in het verzet ging omdat je eigen huis nog niet door de Duitsers geconfisqueerd was. Dat lijkt me een absurd idee van burgerschap.”

‘Omvolking’ en ‘islamisering’ zijn bij rechtse politieke nieuwkomers nu gangbare begrippen. Maar Renaud Camus (1946), in de jaren zeventig en tachtig succesvol auteur van expliciete homo-erotische romans, muntte eind jaren negentig al de term ‘Grand Remplacement’, de grote vervanging. Hij bedoelt: de substitutie van de oorspronkelijke bevolking van Europa door een nieuw volk, met een nieuwe cultuur. Camus, geen familie van Nobelprijswinnaar Albert, schreef er al stapels boeken over vol.

Afgelopen zaterdag dook hij onverwachts op bij een PVV-demonstratie in Rotterdam. Hij poseerde met Kamerlid Martin Bosma. Later dronk hij in Rotterdam een biertje met de ook aanwezige Vlaams Belang-leider Filip Dewinter. Een „visionair man”, twitterde Dewinter. „Onder de indruk”, meldde Bosma.

Het mes van Lichtenberg

Vorig jaar ontving Camus me in zijn kasteel in Plieux. Een jonge man, die later thee zou brengen, leidde me via een wenteltrap in de massieve kasteeltoren naar een immense bibliotheek. Meterslange boekenkasten met vooral klassieke Franse literatuur, her en der moderne kunst – waaronder portretten van Camus zelf.

De schrijver, met stropdas en een bruin corduroy-jasje, zat nog achter zijn bureau voor de schouw aan het andere eind van de zaal. Hij was bezig een laatste tweet te sturen, zei hij. Hij stuurt er tientallen per dag: vaak met sarcastisch commentaar op het laatste nieuws, maar steeds weer uitkomend op zijn levensmissie: de vervanging die gestopt moet worden.

„De Grand Remplacement”, legde hij even later in het schemerdonker uit, „is geen concept, maar een naam die ik gegeven heb aan misschien wel het belangrijkste fenomeen in de geschiedenis van Frankrijk en Europa in deze eeuw: in een paar generaties wordt het bestaande volk vervangen door een of meerdere andere volken. De naam ‘Frankrijk’ zal wel blijven bestaan, maar als deze geschiedenis zo doorgaat, kun je dan nog wel van hetzelfde land spreken?”

In zijn boeken, essays en toespraken verwijst Camus op dat moment steeds naar het ‘mes van Lichtenberg’. De Duitse, achttiende-eeuwse filosoof Georg Christophe Lichtenberg vroeg zich ooit af of een mes waarvan het lemmet en het heft beide zijn vervangen nog wel hetzelfde mes is. „Een volk dat in volle vaart bezig is vervangen te worden door een of meerdere andere – in zijn straten, in zijn wijken, in de stadscentra, in de metro’s, vooral in scholen, op televisie en tot in zijn oudste dorpen – is dat nog hetzelfde volk, al blijft zijn naam officieel dezelfde?”, schrijft Camus in Le Changement de Peuple, dat in 2013 verscheen.

Zijn antwoord is, natuurlijk, ‘nee’.

Renaud Camus in zijn bibliotheek. Foto Peter Vermaas

Volgens hem beleeft Europa een opzettelijke omvolking, een „verovering” noemt hij het zelfs, een „kolonisatie”, moedwillig gesteund door de politieke en economische elites. Hij goochelt daarbij met neologismen. De elites zijn „remplacistes”, vervangers, „nocence” (hinder) is het „instrument” waarmee de omvolking wordt opgelegd. Dat kan burengerucht of kleine criminaliteit zijn, maar ook zware misdaad of terrorisme. „Nieuwe Fransen” zijn volgens hem sowieso hoofdschuldig. Onder de naam ‘Parti de l’In-nocence’ is Camus in 2008 een politieke eenmanszaak begonnen. „Het is een goed politiek concept: geen schade berokkenen”, vindt hij. „Niet aan de natuur, niet aan het landschap, maar ook niet aan de nabije omgeving, aan je buren.”

Uit een enquête van de linkse denktank Jean Jaurès en organisatie Conspiracy Watch bleek eerder deze maand dat liefst 48 procent van de Fransen gelooft dat er inderdaad een project bestaat waarbij de ene bevolking door de andere vervangen wordt. Maar over zijn politieke invloed maakt Camus zich weinig illusies: hij is veel mensen te extreem, te excentriek.

Lees ook deze column van Bas Heijne: Leugenaars

In 2012 riep hij nog op tot een stem op Marine Le Pen en sprak hij op een bijeenkomst waar ook de toen net nieuwe leider van het Front National was. In de roman Onderwerping van Michel Houellebecq (2015) leverde hem dat een bijrolletje op als haar speechschrijver. In dat boek wordt een moslim president van Frankrijk nadat alle andere partijen hem gesteund hebben om de verkiezing van Le Pen te voorkomen: het is Camus’ Grand Remplacement in de praktijk.

„Ik hou ervan dat Houellebecq de dingen bij de naam noemt”, zei hij. „Maar mijn rol in zijn boek is idioot. Le Pen haat me.” De Grand Remplacement noemde ze in interviews „een complottheorie”. Op zijn beurt moet Camus niets hebben van de anti-Europese koers van Le Pen. Hij is „erg pro-Europees”, vindt hij. De omvolking kan volgens hem alleen „in EU-verband” gestopt worden.

„Le Pen wil geaccepteerd worden en schildert mij af als de duivel, om zich van mij te kunnen distantiëren. Volgens haar is de islam compatibel met de republiek, maar dat geloof ik niet. Ze komt op voor alle Fransen, zegt ze. Maar op die manier betekent het niets meer om Frans te zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de leden van het Front National een andere mening hebben, maar hun leiders durven niet.”

Camus sprak op fluistertoon, die middag in Plieux. In minder absolute termen dan op Twitter. Hij haalde zijn schouders op als hem kritiek werd voorgelegd. En zei: „Ik ben het wel gewend om voor een dwaas versleten te worden.”

Darkrooms

Dat begon al vroeg. In de jaren zeventig werd Renaud Camus columnist van homoblad Le Gai Pied. Met zijn pornografische roman Tricks (1979), waarin hij zijn avonturen in Parijse darkrooms beschrijft, werd hij op slag een cultfiguur. Het boek verscheen in Frankrijk met een voorwoord van de bekende filosoof Roland Barthes en de Engelse vertaling werd aangeprezen door zijn vrienden Allen Ginsberg en Andy Warhol. Zijn dagboeken, zijn werken over erfgoed en het verdwijnen van cultureel besef werden uitgegeven door de grote uitgeverijen P.O.L. en Fayard. In 1996 kreeg hij voor zijn oeuvre een belangrijke prijs van de Académie Française.

Maar door wat in Frankrijk de ‘Affaire-Camus’ is gaan heten, raakte hij in 2000 een deel van zijn onschuld kwijt. In een van de dagboeken beklaagde hij zich erover dat in een radiodebat over integratie alle panelleden Joods waren. Dat was antisemitisme, schreven Franse bladen. In een hoogoplopende polemiek werd Camus verdedigd door invloedrijke vrienden als filosoof Alain Finkielkraut, schrijver Emmanuel Carrère en de conservatieve journaliste Elisabeth Levy.

Met zijn steeds uitgesprokener stellingname over de omvolking raakte hij echter verder geïsoleerd. In 2014 werd hij veroordeeld voor het oproepen tot haat jegens moslims. Hij had ze „de gewapende tak van de verovering” genoemd, „kolonisatoren (…) die autochtonen het leven onmogelijk willen maken”. Een jaar later richtte hij een Franse tak van de Duitse protestbeweging Pegida op. Finkielkraut sprak hem aan op een volgens hem racistische persverklaring over Eritrese en Syrische vluchtelingen van de Parti de l’In-nocence. („Moet je Europees zijn om een echte vluchteling te zijn?”) De twee bleven bevriend maar de filosoof lag vorig jaar zelf zwaar onder vuur toen hij Renaud in zijn wekelijkse radioshow aan het woord liet. Camus’ boeken verschijnen nu nog alleen in eigen beheer.

„Frankrijk heeft altijd goed individuen kunnen integreren: politici, componisten en schrijvers die van elders kwamen en wonderbaarlijk goed in onze cultuur pasten en die cultuur verrijkt hebben”, zei hij. „Maar nu gaat het niet meer om individuen maar om hele volkeren, die zich zo blijven zien: als volkeren.”

Het kasteel van Renaud Camus. Foto Peter Vermaas

Monumenten

Gevraagd naar het moment waarop hij tot die visie kwam, vertelde hij over een toeristisch boek dat hij ooit maakte voor het departement Hérault. „In mijn beleving woonden migranten vooral in de banlieues van grote steden. Maar voor dat boek bezocht ik middeleeuwse kustdorpjes. En tussen de muren uit de tiende eeuw, de forten en Romaanse kerken trof ik een bevolking met baarden, pantoffels en hoofddoeken. Toen ik door gotische ramen naar buiten keek, zag ik gesluierde vrouwen. De bevolking was totaal getransformeerd, dat is verontrustend.”

Ja? „In het oude Frankrijk is de bevolking vervangen door een bevolking waartegen die dorpjes zich in de Middeleeuwen juist verzetten. De fortificaties aan de Languedoc-kust waren bedoeld om moslimveroveraars tegen te houden. Het is verontrustend je eigen land en zijn monumenten bewoond te zien door mensen uit een andere beschaving.” Die van de islam, dus. Maar niet alleen, haastte hij zich te zeggen. „Als het boeddhisten waren geweest, dan had ik ook gewaarschuwd.” Hij houdt van andere culturen, bezwoer hij. „Van Afrikaanse kunst en Italiaanse poëzie.” In zijn boeken beroept hij zich op anti-koloniale zwarte denkers als Aimé Césaire en Frantz Fanon.

En hij citeerde De Gaulle, voor wie Fransen „voor alles een Europees volk van het blanke ras, van de Griekse en Latijnse cultuur en christelijke religie” waren. Maar het is niet zo, vindt hij, dat die ‘autochtone’ Fransen nu alsnog meer kinderen moeten maken om in de meerderheid te blijven, zoals politici die met zijn ideeën aan de haal zijn gegaan bepleiten. „Er zijn al zoveel mensen”, zei hij.

De verkiezingen van 2017 waren voor Frankrijk „de laatste kans”, zei hij. Maar de campagnes gingen uiteindelijk vooral over Europa en niet over identiteit of immigratie. „We praten over onbeduidende dingen als de pensioenleeftijd of het homohuwelijk. Terwijl we met een demonstratie tegen etnische overstroming een groot succes boeken als er drieduizend mensen komen opdagen.”

    • Peter Vermaas