Column

Iedereen moet werken, maar hoe dan Rutte?

De economie mag dan aantrekken, de onderkant van de arbeidsmarkt ziet zich nog steeds geconfronteerd met de gevolgen van bezuingingen tijdens de crisis zijn doorgevoerd.

Een gevoel van moedeloosheid verbindt de uiteinden van de arbeidsmarkt. Aan de bovenkant werken de topmanagers. Straks kunnen we in de jaarverslagen weer lezen over hun moedeloos makende zelfrijzende beloningen. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt geldt de moedeloosheid over de politieke bedenksels voor de mensen met een (psychische) arbeidsbeperking en de schrijnende gevolgen daarvan. Wat merken zij van het feit dat de economische crisis officieel voorbij is? De werkloosheid is spectaculair gedaald. Beurskoersen pieken. De overheidsbegroting laat een overschot zien. Crisis voorbij?

Niet voor het meest kwetsbare segment op de ‘arbeidsmarkt’. Ze konden vroeger aan de slag op een sociale werkplaats. Dat was geen werk met de status en het inkomen van de mensen die deze week samenkomen op het World Economic Forum in Davos. Maar het gaf wel structuur, sociale contacten, een arbeidsinkomen en met een klein beetje geluk ook leiding van mensen die konden omgaan met jouw beperkingen.

Toen kwam 2009. De economische crisis…

Uit angst dat de rijksbegroting zou ontsporen liet het kabinet Balkenende IV twintig ambtelijke commissies bezuinigingen zoeken. Elk rapport moest tenminste één voorstel hebben met 20 procent besparingen. Commissie nummer 9 bekeek „het terrein van mensen ‘Op een afstand tot de arbeidsmarkt’.” In de commissie zaten onder meer Manon Leijten (nu topambtenaar op het ministerie van Financiën) en Kajsa Ollongren (nu minister van Binnenlandse Zaken, D66).

Een van hun voorstellen was de sluiting van de sociale werkvoorziening voor nieuwe aanmeldingen. De argumenten daarvoor waren: de doelgroep is te divers. Daar zitten mensen bij die in een reguliere baan kunnen functioneren. En de beloning is te hoog, want „tot ver boven het minimumloon”.

Lees ook deze reportage over werk en inkomen met een arbeidsbeperking. ‘Veeg je de vloer nog wel voor half geld?’

Het advies van commissie 9 was de basis voor de zogeheten Participatiewet van het kabinet Rutte II (VVD-PvdA). Die wet voegde de sociale regelingen voor bijstand, beschut werk (de nieuwe sociale werkvoorziening) en jonggehandicapten (Wajong) samen.

In de toelichting op het wetsvoorstel geeft het kabinet hoog op van zijn streven naar een ‘inclusieve arbeidsmarkt’, eigen kracht van mensen, ondersteuning en perspectief op ‘volwaardig burgerschap’. In de tekst van de ministeriële toelichting komt het woord samenhang(end) 26 keer voor, het woord integraal 7 keer en het woord maatwerk 10 keer.

Nu de praktijk, zoals vastgesteld in oktober 2017 door de Inspectie SZW. „Het overkoepelend beeld is (…) dat de meesten graag aan het werk willen en gelukkiger zouden zijn met een baan, maar dat de meerderheid zichzelf niet in staat acht om zelfstandig aan het werk te komen en kampt met belemmeringen bij het vinden van een baan vanwege de lichamelijke of geestelijke gezondheidssituatie.” Eén cijfer: 80 procent van de mensen die bij het ingaan van de Participatiewet op de wachtlijst voor de sociale werkplaats stonden, zijn niet aan het werk. Zij hadden een geldende indicatie, maar die is zo goed als waardeloos. Mede onder sociaal-democratische leiding zijn hier knollen voor citroenen verkocht.

Het kabinet Rutte III bezuinigt nu verder (maar dat mag zo niet heten, dat is „een andere aanwending van financiële middelen”). De regelingen gaan opnieuw op de schop. De gevolgen zijn niet duidelijk. Dus: onrust onder de betrokkenen.

Rutte II werkte niet. Rutte III gaat ook niet werken. Het is geen 2009 meer. Doe iets dat wél effectief is. Die sociale werkplaatsen zijn er nog.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie