Politie, brandweer en ambulance gaan vaker de lucht in

Drones voor hulpdiensten

De politie, de brandweer en ambulancezorg: allen zien een toekomst voor zich waarin drones ons veiliger maken.

De brandweer traint met drones op Luchthaven Twente. Foto: Eric Brinkhorst

Een automobilist die half november richting de A12 in Zuid-Holland reed, zag een afrit aan voor een oprit. Vrijwel direct raakte de auto een tegenligger. In totaal botsten vijf voertuigen op elkaar. Brokstukken slingerden over vier rijbanen.

Politieagenten kregen hulp uit de lucht. Een witte politiedrone steeg op om de ravage in kaart te brengen.

De politie en de brandweer zetten afgelopen jaren steeds vaker onbemande vliegtuigen in. Ook ambulancediensten willen ermee aan de slag. Drones worden al veelvuldig gebruikt in de media, om mooie luchtbeelden te maken voor televisie en film. Ook het bedrijfsleven zet drones in, onder meer voor de inspectie van windturbines en torens van afvalverwerkers. Wat kunnen drones voor onze publieke veiligheid betekenen?

Snel overzicht krijgen

Drones kunnen overzicht bieden bij complexe situaties. Zo leren hulpverleners snel meer over risico’s en hoeveel inzet nodig is. De politie gebruikt drones bijvoorbeeld voor het fotograferen of filmen van een plaats delict, zoals het ongeluk op de A12. Enkele teams zijn daarvoor operationeel vanuit Apeldoorn.

De brandweer is verder. De hulpdienst wil nog dit jaar vanaf minstens vijf, maar het liefste zeven locaties uitrukken met droneteams. Eind 2018 moet in heel Nederland binnen een uur een brandweerdrone kunnen vliegen. Nu staan er elke dag twee teams op stand by: in Brabant en Twente. „Idealiter staat er een docking systeem op het dak van een kazerne en kunnen we een drone – als het nodig is – meteen naar een incident sturen”, zegt Mark Bokdam, landelijk kwartiermaker drones bij de brandweer.

De brandweer gebruikt drones net als de politie voor overzicht. Infraroodcamera’s onder drones kunnen de heetste muren opsporen. Dat zegt veel over waar het vuur is. Dit soort camera’s zitten nu vaak op brandweerwagens – bijvoorbeeld autoladders – maar die kunnen niet zo hoog komen als een drone.

„Het is een veelbelovend, maar geen zaligmakend middel”, zegt een woordvoerder van de politie over de inzet van onbemande vliegtuigen. „Je kan het bijvoorbeeld niet bij hoge windsnelheden gebruiken.” Windkracht vijf is al te pittig.

Lees ook de reportage over een oefening met drones door de brandweer: De drone ziet de brandhaard wel

Medicijnen en bloed per drone

Ook de ambulancediensten zijn geïnteresseerd in de technologie. Als het weer meezit, doet UMCG Ambulancezorg in maart een proef met een bezorgdrone. De hulpdienst is actief in Noord-Nederland. Verschillende typen drones met een kleine vracht aan medicijnen vliegen dan van Lauwersoog naar Schiermonnikoog. Op het eiland is geen ziekenhuis.

„We hopen uiteindelijk medicatie en bloed zo sneller bij mensen te krijgen”, zegt een persvoorlichter van de hulpdienst. „In de verre toekomst geldt dat ook voor AED’s (apparaten om een stilstaand hart op gang te krijgen, red.), maar die zijn nu nog te zwaar.”

De drone mag bij deze oefening op afstand worden bestuurd. Een uitzondering. „De wet schrijft voor dat een piloot met een onbemand vliegtuig niet buiten zijn gezichtsveld mag vliegen”, zegt de persvoorlichter. „Maar de techniek om dat te doen is er al.”

De bezorgdrone moet van Lauwersoog naar Schiermonnikoog ongeveer negen kilometer afleggen. „De uitdaging is bij bezorgdrones vooral om grote afstanden te overbruggen en extra gewicht mee te nemen”, zegt Nanno Siegers van kennis- en ontwikkelcentrum DroneHub, waar ambulancedrones worden gebouwd. Drones worden nu vaak aangedreven door batterijen, goed voor ongeveer 20 minuten vliegen. „We experimenteren met drones op waterstof”, zegt Siegers. „Daarmee zou de vliegafstand vijf keer zo lang moeten worden.”

Bezorgdrones moeten daarnaast veilig kunnen landen. De ambulancedrones vliegen daarom naar de helikopterlandingsplaats op het eiland.

Surveillance

Als het aan de gemeente Enschede ligt, worden de campus van de Universiteit Twente en bedrijfsterreinen snel bewaakt door semi-autonoom opererende surveillancedrones. Die kunnen dan op onraad afkomen. Beelden zouden live doorgezet worden naar de meldkamer.

Hoewel je op dit moment niet mag vliegen buiten het gezichtsveld van een piloot, wordt er wel gewerkt aan de ontwikkeling van autonome drones. Eerder deze maand werd het project ‘Next Level’ gelanceerd. Met subsidie van het ministerie van Veiligheid en Justitie wordt een zelfvliegende drone ontwikkeld voor „veiligheidsvraagstukken”.

Het plan komt van Veiligheidsregio Twente en Space53, een privaat-publieke testlocatie op de voormalige vliegbasis Twente. Onder meer de politie, brandweer en ambulancedienst Oost zijn officiële partners. In het persbericht wordt gefantaseerd over drones als stille getuigen van koperdiefstal en het dumpen van drugsafval.

Onno van Veldhuizen, burgemeester van Enschede, vraagt zich af of het allemaal snel genoeg gaat. „Aziatische steden zijn druk aan het testen met op afstand bestuurde drones, maar in Europa wordt dat weinig gedaan. Regelgeving is te beperkend. Daardoor missen we een slag.”

De Enschedese burgemeester twijfelt niet aan de potentie van onbemande vliegtuigen. „Dat er al duizenden verschillende soorten zijn zegt dat het niet meer de vraag is óf drones wat voor ons gaan betekenen, maar wát precies.”

Het bewaken van industrieterreinen en de Twentse universiteit met drones roept vragen op over privacy. Zien we het zitten dat we door vliegende camera’s bekeken kunnen worden?

Je kunt erop wachten dat iemand met een drone probeert een aanslag te plegen

Anti-dronetechnologie

Dronetechnologie heeft ook een andere schaduwzijde. Namelijk: hoe weer je onwelkome drones? „Je kunt erop wachten dat iemand met een drone probeert een aanslag te plegen, bijvoorbeeld op een voetbalstadion”, zegt Van Veldhuizen. „Hoe bescherm en beheers je de onderkant van de lucht?”

Veel dronefabrikanten bouwen zogeheten ‘geo-fencing’ in, een techniek waardoor niet in aangewezen no-fly zones kan worden gevlogen. De politie heeft roofvogels getraind om drones uit de lucht te plukken, maar dat project is in het najaar gestaakt. Het trainen en houden van de dieren bleek intensiever dan gedacht.

De politie heeft nog geen nieuwe anti-dronetechnologieën gekocht, zoals lasers die drones kunnen ontregelen. De politie stimuleert bedrijven wel, zo wordt er meebetaald aan een wedstrijd in anti-dronetechnologieën. In ‘DroneClash’ in februari worden teams met techneuten en wetenschappers uitgedaagd om elkaars drones neer te halen. „De ontwikkelingen gaan snel”, zegt een politiewoordvoerder. „Er lopen gelukkig veel Willie Wortels rond.”

    • Liza van Lonkhuyzen