De elite voelt de grond onder zich schuiven

Davos 2018 Het World Economic Forum begint dinsdag in het Zwitserse Davos. Dit jaar is er meer onzeker dan ooit op het jaarlijkse samenzijn van de economische elite.

Foto David Keyton / AP

Sommige dingen in Davos blijven hetzelfde. Neem de traditionele ‘Hollandse avond’ aan het begin van de week. De tientallen aanwezige Nederlandse bestuurders kennen elkaar vaak al jaren. De sfeer is gemoedelijk, zelfs een beetje studentikoos. De avond wordt ook wel grappend „de Coen en Sander-show” genoemd, naar de twee organisatoren Coen van Oostrom (CEO van vastgoedbedrijf OVG) en Sander van ’t Noordende (bestuurder van Accenture). Vast onderdeel: een sjoeltoernooi.

Maar de buitenwereld is minder knus. Zelden was de agenda van de jaarvergadering van het World Economic Forum (WEF) in Davos zo somber als dit keer. „Een gedeelde toekomst in een versplinterde wereld”, is het thema waarover de 2.500 aanwezige topmanagers, ministers, Nobelprijswinnende wetenschappers en ngo-bestuurders het gaan hebben tot zaterdag. Extreme politieke polarisatie, klimaatverandering, groeiende ongelijkheid, monopolies van techbedrijven, oplopende militaire spanningen tussen grootmachten. Je zou vanwege de doordenderende economie een prima humeur verwachten, maar de agenda geeft bijzonder weinig aanleiding om vrolijk te worden.

Volgens de jaarlijkse opiniepeiling onder aanwezigen van het WEF, het Global Risks Report, zijn de aanwezigen veel negatiever gestemd dan vorig jaar over de kans dat er binnenkort iets ergs gaat gebeuren; van cyberaanvallen tot klimaatrampen tot misschien wel oorlogen tussen landen. Dinsdag begint het meteen al gezellig, met paneldiscussies als „De volgende financiële crisis”, „Hoe redden we globalisering van zichzelf?” en „Hoe cultuur een wapen is geworden”.

Lees ook: Dit zijn de grootste zorgen in Davos

De jaarlijkse rapportenregen aan de vooravond van het WEF is ook al geen oppepper: communicatiebedrijf Edelman ziet in zijn jaarlijkse Trust Barometer geen herstel van vertrouwen tussen burgers en bestuur, ontwikkelingsorganisatie Oxfam constateert voor de zoveelste keer groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk.

Desondanks is de sfeer in de gangen, vlak voor de ceremoniële opening in het congrescentrum, nog wat gezapig. De binnendruppelende aanwezigen scharrelen wat rond, kletsen wat, lopen arm in arm met hun partner, want die zijn traditiegetrouw ook uitgenodigd. De mooie pakken van de mannen vloeken met hun lompe sneeuwlaarzen.

De ‘Davos-man’

De ‘Davos-man’ (79 procent van de deelnemers is man) is van nature optimistisch en ondernemend, hij wil de „wereld beter maken” zoals de officiële missie luidt. Maar al een paar jaar hangt hier een sfeer van de elite die de grond onder haar voeten voelt schuiven. De masters voelen hun universe uit hun handen glippen.

Het programma is hier zelden een vrolijke boel, maar na ‘de vierde industriële revolutie’ (het thema van 2016) en ‘verantwoord leiderschap’ (2017) klinkt een ‘versplinterde wereld’ toch extra alarmistisch.

De verpersoonlijking van de onzekerheid is Donald Trump. Zijn aangekondigde komst is bijzonder. Hij is niet alleen de eerste zittende Amerikaanse president sinds Bill Clinton die het forum bezoekt; Trump belichaamt alles wat Davos níét is. Het WEF is voorvechter van globalisering, vrije handel, wetenschap. Vrijdag gaat Trump waarschijnlijk zijn America first-agenda in Davos verdedigen, als de binnenlandse perikelen in de VS het toelaten.

Niet alleen voor Trump maar ook voor linksere bezoekers is Davos het „hol van de leeuw”. Dat zegt Kate Raworth, Oxford-econoom en een bekende critica van doorgeslagen marktdenken. Zij mag een presentatie geven over haar boek De Donuteconomie. „Ik hoop dat ze na mijn lezing niet alleen maar tevreden knikken maar ook echt wat gaan doen. Dat is toch het risico van Davos.”

Weerstand tegen Davos is al zo oud als het WEF zelf, dat in 1971 begon als vergadering van een paar honderd prominente vertegenwoordigers van overheden, bedrijven en het maatschappelijk middenveld. De beroemde politicoloog Samuel Huntington sneerde eens over de ‘Davos-man’: „Hij heeft weinig aan nationale loyaliteit, ziet grenzen als obstakels die maar beter kunnen verdwijnen en hij ziet nationale overheden als relieken uit het verleden die uitsluitend bestaan om de elite te faciliteren.” Jamie Dimon, de baas van nota bene JP Morgan, zei ooit dat Davos de plek is „waar miljonairs aan miljardairs vertellen wat de middenklasse voelt”.

Clichés kloppen niet

Maar het clichébeeld van pompeus rijkeluisfeestje klopt niet helemaal. En niet alleen vanwege de Hollandse sjoelbak en kaasblokjes. Grappig genoeg is hier juist geregeld geklaag te horen over de (inderdaad behoorlijk) krappe busjes waarmee de deelnemers worden vervoerd. Dat de congresgangers vanuit het naburige Klosters door een afgesloten weg een bomvolle trein moeten nemen, levert hilariteit op. Het skidorp is één grote file. De volgens velen matige kwaliteit van het Zwitserse eten (heel veel kaasfondue en raclette) is een geliefde ijsbreker voor gesprekken.

Ja, er zijn ook champagnefeestjes gesponsord door Swarovski, actrice Cate Blanchett loopt rond en sommige aanwezigen laten zich per helikopter vervoeren. Maar het clichébeeld van sterrenfeestje doet geen recht aan de inhoud. De meeste bijeenkomsten zijn bloedserieus en het debat is van hoog niveau. Waar vind je elders wereldleiders die met Nobelprijswinnaars en beroemde bestuursvoorzitters brainstormen over de toekomst? Niet voor niets zijn bezoekers bereid om soms zo’n 70.000 euro neer te leggen voor een toegangskaartje.

Een ander cliché is dat Davos in verval is. Maar nog nooit waren er volgens de organisatie zoveel wereldleiders als dit jaar: van Modi tot Macron en van May tot Merkel, zeker 60 staatshoofden en regeringsleiders zijn erbij, ook premier Rutte.

Een cliché dat wel grond heeft: Davos is vaak, zoals Oxford-econoom Kate Raworth zegt, „veel geklets, weinig actie”. Het meest zichtbaar is dat aan de man-vrouwverhouding. Tijdens het forum wordt al decennia instemmend geknikt over hoe belangrijk diversiteit is. Dit jaar bestaat het bestuur van de conferentie zelfs uitsluitend uit vrouwen, onder wie IMF-chef Christine Lagarde, IBM-bestuursvoorzitter Ginni Rometty en de Noorse premier Erna Solberg. Maar wie de zaal in kijkt ziet voornamelijk grijze, witte mannen. Slechts 21 procent is vrouw en dat is nog een record ook. Hoe hard de organisatie ook zijn best doet om diversiteit te promoten, het blijft een bolwerk van de ouderwetse gevestigde orde: multinationals, banken, Europese regeringsleiders. Nu die gevestigde orde door politieke instabiliteit, technologische verschuivingen en verlies van vertrouwen van burgers onder druk staat, worstelt het WEF met het vinden van een nieuwe, effectievere, rol.

Zwaailicht om je nek

De indruk die het WEF ter plaatse maakt is eerder een net iets te vrijblijvende denktank dan de geheime wereldregering die sommige conspiracy theories ervan maken. Die samenzweringstheorieën kunnen echter welig blijven tieren omdat er naast het publieke programma ook veel Governors’ Sessions en andere besloten bijeenkomsten zijn, waarover nog altijd een sluier van geheimzinnigheid hangt. Pers is ruim aanwezig in Davos maar mag lang niet overal bij zijn. Journalisten hebben een oranje badge om zodat de aanwezigen ze van afstand kunnen zien aankomen. De Davos-versie van een zwaailicht om je nek.

Als het aan het WEF ligt worden er dit jaar meer stappen gezet naar concrete oplossingen. De organisatie wil dat de aanwezigen gaan werken aan een alternatief voor het bruto binnenlands product als belangrijkste economische maatstaf. Te grote focus op bruto binnenlands product „vergroot ongelijkheid en werkt kortetermijndenken in de hand”. Het moet radicaal anders, kleine beetjes helpen niet meer, ademt de agenda. Klaus Schwab, de oprichter van het WEF waarschuwt: „Er is een reëel gevaar dat mondiale systemen gaan instorten.” Er komen grote veranderingen aan, dat is zeker. Maar de twijfel of het de gevestigde orde gaat lukken om daar wat aan te doen, is in Davos tastbaarder dan waar dan ook.

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond ten onrechte dat Raúl Castro en Barack Obama elkaar in 2015 de hand schudden in Davos.

    • Wouter van Noort