De drone ziet de brandhaard wel

Reportage

Eind dit jaar moet binnen een uur in het hele land een brandweerdrone kunnen vliegen. Met de technologie moet de hulpdienst meer kunnen zien en meten.

Foto’s Eric Brinkhorst

„Kan ik opstijgen?” vraagt brandweerman Marco Valstar. Hij draagt een geel hesje over zijn zwarte brandweertenue. ‘Piloot’, staat erop. In zijn handen houdt hij een controller die eruitziet als groot uitgevallen gamejoystick.

Een collega naast hem werpt een aandachtige blik op twee schermen in tabletformaat. „Het kan.” Dan klinkt een hoog, zoemend geluid. Een rode drone met witte en blauwe strepen wiebelt de lucht in.

De brandweermannen staan op de Twentse Safety Campus, een industrieterrein naast Twente Airport. Ze oefenen hier twee keer per week. De brandweer probeert verschillende scenario’s waarbij ze in de toekomst drones willen inzetten. Nog dit jaar wil de brandweer op alle plekken in het land binnen een uur een drone kunnen laten vliegen, vanaf minstens vijf locaties.

Lees ook het achtergrondstuk over drones voor hulpdiensten: Politie, brandweer en ambulance gaan vaker de lucht in

Giftige stoffen

De technologie heeft veel potentie voor de hulpdienst. Vliegende camera’s kunnen snel overzicht geven tijdens een ongeval. Infraroodcamera’s kunnen door muren heen de hitte van brandhaarden vinden. Er wordt met de Saxion Hogeschool gewerkt aan sensoren voor onder de drone die giftige stoffen moeten meten.

Daar wordt met deze oefening op vooruitgelopen. Gezagvoerder Martijn Zagwijn vat het scenario van vandaag samen: een vrachtwagen heeft op een snelweg een botsing gehad. Er wordt een bestuurder bij gefantaseerd, die zichzelf al heeft bevrijd. En vloeistof, die uit de wagen lekt. Is het een giftige stof?

Brandweerman Roy Beskers, ‘waarnemer’ staat op zijn hesje, heeft ook een controller in zijn handen. Hij bestuurt de twee camera’s onder de drone. Op zijn onderste scherm is de vrachtwagen van boven zichtbaar. Het bovenste scherm toont een weergave van de infraroodcamera: een onscherp geheel aan grijs- en oranjetinten.

Een weergave van de twee schermen van de brandweer tijdens de oefening:

„Vooral de infraroodcamera is veelbelovend”, zegt Valstar. In 1998 bluste de brandweerman zijn eerste brand. Na een overstap naar de informatie-afdeling in 2013 kwam dronetechnologie bij hem terecht. „Instinctief blus je dáár waar rook is”, zegt Valstar. „Maar rook kan aan de voorkant van het huis een weg naar buiten vinden, terwijl het aan de achterkant brandt. Met de infraroodcamera zie je waar je echt moet zijn.”

Er gelden strenge regels voor drones, maar er zijn ontheffingen voor hulpdiensten. Zij mogen bij calamiteiten wél boven bebouwing vliegen. De brandweer werkt aan een voorstel om ook ’s nachts te mogen vliegen.

De brandweerlieden krijgen lessen voor het besturen van de drone en het interpreteren van de beelden, dat wordt afgesloten met een examen. Waarnemers en piloten volgen dezelfde opleiding, zodat ze multi-inzetbaar zijn.

Vanuit Midden- en West-Brabant en Twente zijn droneteams al operationeel. Zo hing een drone boven een brandend bos in Beuningen, om de brandweerlieden aan de grond naar de precieze brandhaarden te sturen. „Snel overzicht helpt als je wil voorkomen dat brand over brandgangen slaat”, zegt Valstar.

Met de infraroodcamera zie je waar je echt moet zijn

Praktijkproof

De belofte van de drones is groot, maar de techniek is niet helemaal praktijkproof. Zo werken de accu’s nog niet mee. Mede door de energieslurpende camera’s houden grote drones het rond de twintig minuten vol.

Op winterdagen kunnen de infraroodcamera’s onder drones buiten slachtoffers vinden. Maar in de zomer is de temperatuur van mensen bijna niet meer te onderscheiden. Een oefening met het opsporen van een slachtoffer in een rivier op een koude voorjaarsdag was een succes. Een herhaling in de zomer bleek flink lastiger.

Valstar zet de drone aan de grond en de brandweermannen pakken alles weer in. Binnenkort ruikt de drone misschien wel echt giftige stoffen.