Coalitie verdeeld over IS-kinderen

Jihad Nu IS is verslagen, is de vraag wat er moet gebeuren met Nederlandse ‘kalifaat-kinderen’.

Iraakse kinderen tussen het puin in Mosul op 12 maart 2017. Op de achtergrond is het logo van Islamitische Staat te zien. Foto Aris Messinis / AFP

Het lot van de zogeheten ‘kalifaat-kinderen’ van Nederlandse IS-strijders verdeelt de regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Volgens het Kamerlid Kees Verhoeven (D66) steken de fracties de komende dagen hierover „de koppen bij elkaar”.

Over wat er moet gebeuren met deze kinderen bestaat onenigheid binnen de coalitie. Met name over de vraag of de kinderen van Nederlandse jihadgangers naar Nederland mogen worden teruggehaald.

ChristenUnie en D66 vinden dat dit in uitzonderlijke gevallen moet kunnen. VVD is pertinent tegen. „Dat gaan we gewoon niet doen. Als je die kinderen terughaalt, krijg je hun ouders erbij”, zegt VVD-Kamerlid Arno Rutte. En die ouders, zegt hij, hebben „zelf gekozen voor de gewapende strijd”. „Ik zeg het zo plat als het is: ik kies voor de veiligheid van de kinderen in Nederland.”

De kwestie hangt in de lucht sinds de val van het ‘kalifaat’ van Islamitische Staat, afgelopen najaar. Naar schatting zitten nog altijd tachtig tot honderd minderjarige Nederlandse kinderen vast in Syrië en Irak. Hun ouders zijn naar het strijdgebied gereisd en hebben hun kinderen meegenomen – of ze daar gekregen.

Aanslagen

De verhalen uit het kalifaat maken duidelijk dat kinderen er getuige zijn geweest van moordpartijen en onthoofdingen en ook zelf gevechts-en wapentrainingen hebben gekregen. Volgens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) worden de kinderen ingezet om aanslagen in Europa te plegen.

De terugkeer van deze kinderen naar westerse landen stelt veiligheidsdiensten – en nu ook politiek Den Haag – daarom voor grote dilemma’s. Vormen de kalifaatkinderen een gevaar en moeten ze worden opgepakt? Of zijn ze getraumatiseerd en hebben ze hulp nodig?

Het beleid is dat Nederland mensen die zijn uitgereisd, niet actief terughaalt. Maar, zegt Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie), als „kleine kinderen” in „levensbedreigende situaties” terechtkomen, „moeten we kijken of er aanleiding is om kinderen toch terug te halen”. De IS-vrouwen en hun kinderen verblijven onder barre omstandigheden in vluchtelingenkampen. Daar is een tekort aan voedsel en zijn uitbraken van tyfus en tuberculose.

Als het aan Voordewind ligt, haalt Nederland de „schrijnende” gevallen terug. De moeder wordt dan in hechtenis genomen, het kind kan bij familie worden opgevangen. De vaders zijn vaak niet meer in beeld – zij zijn overleden, gevangen genomen of nemen nog deel aan de strijd.

Verhoeven zegt dat het in eerste instantie aan de hulporganisaties ter plekke is om deze kinderen op te vangen en te verzorgen. „Maar ik kan me situaties voorstellen waarin die hulp tekortschiet of niet beschikbaar is”, zegt hij. „Dan moet je bedenken of Nederland hulp kan bieden. Ik wil de mogelijkheid om kinderen terug te halen niet uitsluiten, zoals de VVD doet.”

Het standpunt van het CDA is nog onduidelijk. Kamerlid Madeleine van Toorenburg onthield zich maandag van commentaar. Het CDA vindt barmhartigheid én veiligheid belangrijk en die twee thema’s botsen hier.

Eigen CDA overtuigen

Het CDA zal naar verwachting snel een positie moeten innemen. Dat geldt speciaal voor minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA), die verantwoordelijk is voor dit dossier. Het huidige standpunt van het kabinet luidt dat mensen in het strijdgebied niet worden geholpen – ook kinderen niet. Grapperhaus zal een formule moeten vinden waar alle coalitiepartijen mee kunnen instemmen. Oók zijn eigen CDA.

Tekening Kamagurka

    • Barbara Rijlaarsdam