‘Schaken is keihard werken. Werk, werk, werk.’

Schaken Nergens is de nabijheid van grootmeesters zo gewoon als in Wijk aan Zee. Tot in pizzeria Tarantella aan toe.

Alleen de komst van wereldkampioen Magnus Carlsen gaat bij ‘Tata Steel’ met privileges gepaard. Foto’s Koen Suyk/ANP

Een labrador besnuffelt vluchtig zijn broekpijpen als Viswanathan Anand het hotel verlaat, pal aan de strandopgang bij Wijk aan Zee. Het is 13 uur 21, negen minuten voordat de vijfvoudig wereldkampioen zijn achtste partij op het Tata Steel-toernooi zal schaken, vijfhonderd meter verderop.

Haast heeft hij niet. De Indiër heeft zijn handen achter zijn rug gevouwen en loopt zó ontspannen rond dat een van de honden net zo goed van hem had kunnen zijn. Ondertussen is er geen strandganger die hem herkent. Evenmin herkennen ze de man naast hem, de 28-jarige Rus Sergej Karjakin, al zestien jaar in het bezit van de titel jongste schaakgrootmeester ooit. Hij vormt met Anand het uiteinde van een lint aan topschakers die één voor één vanuit hotel Zeeduin richting dorpscentrum De Moriaan lopen.

De wandeling die Anand, Karjakin en alle andere grootmeesters afleggen, past in de traditie van het Tata Steel-toernooi. Nergens is de nabijheid en aanraakbaarheid van geroemde schaakbreinen zo gewoon als hier, op een van de meest prestigieuze toernooien van de wereld, waar toppers zich te voet verplaatsen naar een hal waarin zij tussen amateurspelers hun partijen spelen.

De afstand tussen het bord van ’s werelds nummer één Magnus Carlsen en dat van de dichtstbijzijnde amateur bedraagt dertien meter. ’s Avonds is de afstand soms nog kleiner, wanneer de profs en amateurs door elkaar dineren bij pizzeria Tarantella. „Dit is het enige toptoernooi waar je die mix hebt”, zegt toernooidirecteur Jeroen van den Berg.

„Ik vind die mix geen probleem”, zegt Vladimir Kramnik, wereldkampioen tussen 2000 en 2006. „Waarom zou ik speciaal behandeld moeten worden? Ik kom uit een eenvoudig dorp in Rusland, heb nooit gespeeld om beroemd en rijk te worden.”

Oud zweet

Hij en de andere grootmeesters gaan tot aan de entree van De Moriaan nog onopvallend schuil tussen de schakende schoolmeesters en gepensioneerde liefhebbers. Daarna, als ze door de eerste deur rechts verdwijnen, nemen ze hun toevlucht in de kleedkamer die de grootmeesters met elkaar delen. Luxueus is het er niet. Op de grond ligt tijdelijke vloerbedekking, aan de muur hangen knipsels uit Nederlandse kranten en in het midden staat een tafel met koffie, thee, chocomel en cola. Hun jassen hangen ze over een kapstok in de hoek; het soort waaraan inspecteur De Cock zijn hoedje gooide. Het ruikt er naar oud zweet.

Foto Koen Suyk/ANP

Toch wordt de magie langzaam voelbaar. Nog een paar stappen en de grootmeesters bevinden zich in het gedeelte van de zaal waar het publiek omheen dromt. Een soort aquarium zonder glas, met daarin zeven tafels op een verhoogd podium, die elk zijn voorzien van een houten schaakspel met sensoren die het mogelijk maken dat de partij zet voor zet kan worden gevolgd tot in alle uithoeken van de wereld. Op de middelste tafel staat permanent een camera van de Noorse televisie gericht. Hier zit Carlsen. De ster, de enige deelnemer wiens komst naar Wijk aan Zee gepaard gaat met privileges.

Wind tegen de ramen

Anders dan het gros van de veertien deelnemers in de Master-groep verblijft Carlsen in de suite van het beste hotel in de buurt. Hij is de enige die een Jaguar van de sponsor tot zijn beschikking heeft. „Elk jaar zeg ik dat ik hem volgend jaar weer hoop te zien, verder hebben we amper contact”, zegt directeur Van den Berg. „Erna moet ik onderhandelen met zijn vader. Wat hij krijgt? Die bedragen houden we geheim.”

Carlsen is het tegenbeeld van het type grootmeester dat hier tot in de jaren negentig domineerde. De toppers van toen waren bohemiens, soms even grote denkers als drinkers. „Ook Jan Timman, hoor”, zegt organisatielid Cora van der Zanden. Het waren persoonlijkheden. Garry Kasparov eiste eens een andere suite toen de wind te hard tegen zijn ramen joeg. Het leidde hem af.

De opkomst van internet heeft schakers veranderd, merkten ze in Wijk aan Zee

Uit dat tijdperk lijkt alleen Anton Korobov nog afkomstig. De 32-jarige Oekraïner, die uitkomt in de Challenger-groep, baart deze weken opzien doordat hij volgens perswoordvoerder Tom Bottema zeker „dertig glazen per dag” drinkt.

De opkomst van internet heeft schakers veranderd, merkten ze in Wijk aan Zee. Terwijl toppers vroeger koffers vol boeken met openingen meezeulden, kunnen ze tegenwoordig elke eerdere zet van hun opponent terugvinden op het web. Wie die kennis wil opdoen, is gebaat bij een kraakheldere geest. De meesten doen daarom fanatiek aan sport. „De toppers van nu hebben één echte wens en dat is dat ze op de rustdag kunnen sporten”, zegt Van den Berg.

Voetballen met Carlsen

Lucas van Foreest, die uitkomt bij de Challengers, voetbalde afgelopen week nog in de zaal met Carlsen. „Het is goed om je hoofd leeg te maken”, zegt de grootmeester in spe (17). „Dat schaakbord zit altijd in je hoofd. Kijk je een film, dan verdwijnt het niet. Ga je voetballen, dan vergt dat zoveel concentratie dat je aan niets anders meer kunt denken.”

Te obsessief gedrag moet worden vermeden, vindt hij. Niet meer buiten komen, slecht eten, tot diep in de nacht partijen bestuderen. „Het moet niet zo intensief worden dat je er letterlijk gek van wordt”, zegt Van Foreest, waarna hij vertelt over de Nederlandse grootmeester Yge Visser die zijn stukken van het bord veegde en zich terugtrok in een bos in Noord-Nederland. „Dat verhaal kent iedereen in de schaakwereld.”

Terwijl Van Foreest vertelt dat grote schakers op zichzelf zijn en amper met hem praten, komt de Amerikaan Wesley So naar buiten, de nummer zes van de wereld. So staat op het punt een interview te geven, maar eerst haalt een vrouw nog snel even een kam door zijn haar. So’s opponent Kramnik: „We zijn hier alleen met schaken bezig. En schaken is keihard werken. Werk, werk, werk.”

Correctie (23-01-2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de toernooidirecteur Hans van den Berg heet. Dat is niet juist, zijn voornaam is Jeroen. Er stond dat Viswanathan Anand tweemaal wereldkampioen werd: dat moet zijn vijf keer. De speellocatie heet niet de Mondriaan maar de Moriaan.

    • Fabian van der Poll