Ten Hag looft teamprestatie bij zijn debuut

Ajax

De nieuwe Ajax-trainer trekt de zege op Feyenoord subtiel naar zich toe. „Ik heb in de rust wat aangegeven.”

Justin Kluivert (midden) van Ajax in duel met Karim El Ahmadi. Foto Olaf Kraak/ANP

Toen hem afgelopen vrijdag – gevoelsmatig – voor de honderdste keer gevraagd werd naar wat hij Ajax kon bijbrengen in zijn eerste weken, zei hij het maar eens zoals het is: „Een trainer is geen tovenaar.” De coach die vanaf dag één sprak over „accenten zetten” en „impulsen geven”, hield altijd vaag wat hij daar precies mee bedoelde, maar zei wel dat het op korte termijn niets ingrijpends zou zijn .

Niettemin is deze zege op Feyenoord van Erik ten Hag en de credits komen hem toe als eerste trainer ooit die voor Ajax debuteerde in de Klassieker. Laat duidelijk zijn: Feyenoord is al tijden niet meer in staat in de Arena serieus weerwerk te bieden en de Klassieker, al bijna negen jaar nu zonder uitpubliek, moet voor Ajacieden langzamerhand voelen als een wedstrijd tegen een willekeurige subtopper die langskomt. Ook ditmaal.

Met 2-0 voor en de rode kaart voor Feyenoord-spits Nicolai Jørgensen was het verhaal van Ten Hags Ajax-debuut na een uur af. De coach trok de overwinning subtiel naar zich toe – zelfverzekerd zonder al te hoog ‘kijk mij’-gehalte. Hoewel Ajax in de eerste helft weinig profiteerde van het overwicht, vond de trainer ook, loofde hij „de totale teamprestatie” waarbij „de bedoeling die we vooraf hadden ongelooflijk goed omgezet” was. Nerveus geweest? „Ik heb geen zenuwen.” 

Pas in de rust maakte hij het verschil, zei hij zelf. Ten Hag had „een aantal dingen aangegeven”. Eén daarvan was „voor Nico om naar binnen in die halfruimte te komen” en hij zag tot zijn geluk „dat het heel snel prijs was”. De halfruimte, dat is Ten Hag-jargon voor de tweede en vierde baan als je het veld denkbeeldig over de lengte in vijf stroken verdeeld – zeg maar de witte stroken in de vlag van Cuba. Daar is het volgens zijn theorie niet zo druk als op de as van het veld en geldt ook niet de begrenzing die de zijlijn vormt in de buitenste stroken. Ofwel: in de halfruimtes moet je zijn voor vloeiend voetbal.

‘Nico’

Daar dus moest, als binnendoor opkomende back, ‘Nico’ vaker opduiken. Hij, de deze winter aangetrokken Argentijn Nicolás Tagliafico, werd vanaf de zijlijn aangespeeld door Justin Kluivert, trok de bal vanaf de achterlijn terug en bereikte via het glijdende been van Feyenoorder Steven Berghuis Donny van de Beek. Die schoof onder Brad Jones de 1-0 binnen.

En de 2-0 dan – rechtsachter Veltman die buitenlangs opstoomde en Huntelaar op maat bediende? „Ook dat hadden we in de rust aangegeven”, zei Ten Hag. „We hebben gestimuleerd dat Joël dat meer zou doen. Hij was vlak voor rust al goed over de zijkant opgekomen met een voorzet die tot onze grootste kans leidde tot dan. Drie minuten na de openingstreffer deed hij dat ook, geweldige goal van Klaas-Jan. Aanval uit het boekje. Ja, prima dus.” Hij had het gelijk van de triomfator.

Dat de assists van de backs kwamen droeg bij aan het gevoel van een nieuw tijdperk, of bracht ten minste een ironisch laagje aan de eerste wedstrijd onder de opvolger van Marcel Keizer. Gechargeerd gesteld kan de verdoemenis van de vorige maand ontslagen Ajax-coach teruggebracht worden tot nijpende schaarste op de afdeling vleugelverdedigers.

Keizer miste, zei hij eens kort voor hij met een nederlaag tegen Vitesse eind september op een ontslag voorsorteerde, de „overlapping en diepte-acties” van Jong Ajax, het team dat hij het seizoen daarvoor swingend door de eerste divisie had gevoerd. Bij het eerste elftal, beklaagde hij zich toen, „is er één ding wat we niet hebben: opkomende backs”. De inbreng van rechtsachter Deyovaisio Zeefuik in de fatale uitwedstrijd tegen Rosenborg in de voorronde Europa League exemplarisch voor de tragiek van een man die moest werken met een onvoldragen selectie. ‘Ajax is back’, de slogan van de succesvolle Europese campagne vorig seizoen – werd ‘Ajax mist backs’.

De bladzijde Keizer is omgeslagen, de Ajax-directie zal zich alvast voorzichtig feliciteren. De eerste overwinning van Ten Hag kwam tot stand door, zul je altijd zien, door opkomende backs. Zondag boekten de beleidsmakers van Ajax hun eerste serieuze succes na de forse ingreep in de technische staf vlak voor de winterstop.

Niet onterecht werd Tagliafico tot man van de wedstrijd uitgeroepen – zo kreeg ook het technisch beleid van Marc Overmars een opkontje. Een aanwinst die er meteen staat, zo hoort het volgens de verstofte principes van de Cruijff-revolutie die, als je de Ajax-directie hoort, nog steeds gelden. Tagliafico werd al een ‘pitbull’ genoemd, maar zijn aanvallende inzicht etaleerde hij al in de eerste helft met een korte koerswijziging in een loopactie waarmee hij de buitenspelval omzeilde.

Al was het ook uit de rug van Tagliafico dat plots Berghuis opdook voor André Onana, maar slechts de reflexen van de Ajax-doelman testte. Door die ingreep kon ‘Nico’ uitgroeien tot man van de wedstrijd en konden Overmars en algemeen directeur Edwin van der Sar hun nieuwe coach gloedvol horen oreren over de „totale teamprestatie”. Ze zagen dat het goed was.