Recensie

Lady Gaga serveert het publiek een blijmoedig elixer

Cultpopdiva

Lady Gaga is er tijdens haar hervatte tour vooral op uit haar muzikaliteit te onderstrepen. Steeds weer is de spanning voelbaar tussen haar oude flamboyante stijl en de puurdere, van franje ontdane countrysound.

Lady Gaga tijdens een show in Californië, afgelopen december. Foto Kevin Mazur/ Getty

Als ze haar hand tot een monsterklauwtje vormt is dat even het teken: ze is er nog hoor. De Gaga-klauw verbindt haar al jaren met haar devote fans, die ze liefkozend haar ‘kleine monsters’ noemt. Maar het duurde even voor ze haar weer vonden. Want hun eens zo buitenissige, provocerende boegbeeld op het gebied van muziek, mode en seksualiteit - cultpopmoeder van al wie zich maar anders of onbegrepen voelt - worstelt. Wie Lady Gaga nu wil zijn, dat is de vraag die de popdiva al een tijdje verscheurt.

Het valt direct op bij The Joanne World Tour, de na haar ziekte herpakte vijfde tournee van Lady Gaga. Want de opening is kaler en cleaner dan we van de Amerikaanse popster gewend zijn. Na het aftellen van een grote digitale klok presenteert Gaga zich in een korte zwarte glitteroutfit met countryfranjes op een rijzend platform in roze licht. Diamond Heart, de openingstrack van haar vijfde album Joanne, zingt ze ‘gewoon’ achter de microfoon, geflankeerd door twee gitaristen. In het daarop volgende A-Yo neemt ze zelf ook een gitaar ter hand, om haar countryrock nog eens extra aan te zetten, met stoere maniertjes alsof ze altijd al een rocker was.

We zullen het dit concert, dat zich manifesteert in vijf delen, veel zien: een Gaga die zich juist níet in honderden bochten wringt om in een edgy, extravagante stijl uitroeptekens te zetten. Ze is er vooral op uit haar muzikaliteit te onderstrepen, op diverse gitaren, op de vleugel, op de good old keytar in Just Dance - dan weer wel in een lichtblauw jurkje waar de enorme schoudervullingen niet onderdoen voor die van een rugbyspeler.

Steeds weer is de spanning voelbaar tussen haar oude flamboyante stijl, met stampend discodrama dat met tal van erotische hints galoppeerde naar een einde, en de puurdere, van franje ontdane countrysound waarin ze zich nu thuisvoelt. De cover van haar album was niet voor niets een naturelle Lady Gaga met enkel een roze cowboyhoed.

Lady Gaga tijdens een show in Californië, afgelopen december. Foto Kevin Mazur/ Getty

Gaga’s show spreidt zich over de hele Ziggo Dome uit in een zonder meer indrukwekkend modern, kleurrijk stagedesign. Vanaf het brede podium waarop zij met haar buitelende dansers op hydraulisch bewegende, tetris-ledblokken danst, kan ze middels drie luchtbruggen bij de andere ronde podia in de zaal komen. Boven het publiek hangen drie cocons, of zijn het futuristisch naaktslakken, waaruit luchtbruggen neerdalen en opstijgen en waarop voortdurend projecties te zien zijn.

Het is hoe dan ook een blijmoedig elixer dat Gaga het publiek voorzet. Natuurlijk zingt ze ze nog, haar oude hits, dikwijls in een snel hijgerig tempo en in beukerige choreografietjes. Maar het voelt of ze ze ontgroeid is. Telephone is bekort, evenals LoveGame - de eens erotiserende ‘discostick’ draagt ze nu als fakkel. Enkel Bloody Mary toont de ongenaakbare, kunstzinnige fashionista van weleer in een rode wolkige slaapzakjurk met extreem lange sleep. De gestileerde filmpjes tussendoor zeggen weinig anders dan escapisme.

We zijn al bij het vierde deel beland als de diva écht contact gaat maken. Middels Applause onderneemt ze in een mooi zwart catsuit met felrode lippen de tocht naar het achterste podium. Om er haar publiek te vragen wie er bij de LGBTQ-community hoort? „Voelt iemand zich hier anders? Ik heb me altijd zo gevoeld. Andere dromen. Niet horend bij alles.” Het is haar inleiding bij The Edge of Glory waarmee ze onverwacht, solo aan de transparante vleugel, even echt weet te ontroeren.