De dwergenopstand bij de SPD is net niet groot genoeg

Debat op congres

Een kleine meerderheid van de partij-afgevaardigden wil ondanks alle bezwaren van een grote coalitie verder praten met het CDU van Angela Merkel.

Foto: Thilo Schmuelgen

Met rode puntmutsen op lopen de jonge opstandelingen zondag het congresgebouw in Bonn binnen, waar een beladen besluit zal vallen over de politieke toestand in Duitsland en Europa. Aansturen op een nieuwe regering met Merkel? Of de formatie laten klappen en Duitsland zo in onzekerheid storten?

Met hun vrolijke hoofddeksels verwijzen ze naar een neerbuigende term waarmee een prominente CSU-politicus hun verzet tegen een nieuwe coalitie van CDU, CSU en SPD afdeed. Het zou niet meer zijn dan „een dwergenopstand”.

Maar afgelopen week werd steeds duidelijker dat een heel groot deel van de SPD er diep van overtuigd is dat toetreding tot een nieuwe regering met de christendemocraten een heel slecht idee is, en op termijn misschien wel fataal voor de partij. ‘Dwergenopstand’ werd de geuzennaam van een revolte die brede weerklank vond.

„We willen ons niet langer onderwerpen aan Merkel en het grote bedrijfsleven’’, zegt Peter Förster, student uit Keulen en lid van de Jonge Socialisten (Jusos), die behalve zijn rode muts ook een puntbaardje heeft. „De mensen willen echt een andere politiek.” Dus: geen nieuwe Grote Coalitie, NoGroKo, zoals op stickers en affiches staat.

Lees ook: Op een emotioneel partijcongres stemde de SPD in met het voorstel door te gaan met de coalitievorming met CDU en CSU.

Veel SPD’ers zeggen dat ze buikpijn hebben van de keuze die ze moeten maken. Want ook voorstanders van een nieuwe coalitie met Merkel hebben daar veelal weinig vertrouwen in. Alleen, ze denken dat het alternatief erger is: de formatie afbreken en dan in ernstig verzwakte toestand moeten meedoen aan nieuwe verkiezingen.

„Emotioneel kan ik hen goed begrijpen”, zegt Cornelia Rundt, tot november minister van Sociale Zaken in Nedersaksen, over haar partijgenoten met NoGroKo-stickers. „Maar rationeel ben ik het niet met hen eens. Zeker, de SPD moet zich vernieuwen, we moeten weer een duidelijker profiel krijgen. Maar dat kan ook als we in een regering zitten.”

In de bomvolle zaal, met een al even afgeladen publieke tribune, is de stemming vijf uur lang om te snijden. Partijleider Martin Schulz doet zijn best nog eens te benadrukken hoeveel er op het spel staat en hoeveel er in het akkoord-op-hoofdlijnen dat op 12 januari met CDU en CSU werd gesloten, al is bereikt. „Voor verpleegkundigen, werknemers, huurders en dat zijn allemaal ónze mensen”, zegt hij om regeringsdeelname te rechtvaardigen. „Wij moeten er voor hen zijn.”

En: „We hebben een nieuwe koers voor de Duitse Europa-politiek bereikt. We maken een eind aan het Duitsland dat altijd nee zegt”, vervolgt hij, met een verwijzing naar de strenge financiële politiek van oud-minister van Financiën Wolfgang Schäuble. ,,Het moet afgelopen zijn met het neoliberalisme in Europa – en wij kunnen dat bereiken.” Hij krijgt applaus, maar niet veel, als hij de vermoedelijk belangrijkste rede van zijn voorzitterschap afsluit met het verzoek hem vertrouwen te schenken.

Zijn grote tegenspeler van de afgelopen weken, Kevin Kühnert, de 28-jarige voorzitter van de Jusos, slaagt er beter in enthousiasme in de zaal los te maken. „Laten we nu maar een dwerg zijn, om later weer een reus te kunnen worden”, zegt de aanvoerder van het verzet tegen regeringsdeelname zelfverzekerd. Hij krijgt meer applaus dan de partijleider.

In de wandelgangen staan gedelegeerden en afgevaardigden gelaten bij elkaar. Bij een broodje bal met mosterd zegt een afgevaardigde uit Duisburg: „Ik ben tegen een nieuwe grote coalitie, maar ik ben ook bang voor de religieuze manier waarop Jusos betogen dat hun ‘Nee’ het enig juiste standpunt is.”

In de zaal weet oud-minister van Arbeid Andrea Nahles, nu fractievoorzitter in de Bondsdag, beter dan Schulz enthousiasme los te maken voor het voortzetten van de coalitiegesprekken. „Jullie vinden de stapjes die we met GroKo kunnen gaan doen op het gebied van kinderopvang, zorg en onderwijs misschien klein”, zegt ze fel, „maar voor de mensen voor wie we het doen, is het veel”. Over de pleidooien om in de oppositie te gaan zegt ze honend: „Ah, zeggen de burgers straks, de SPD wil alleen nog regeren als ze de absolute meerderheid heeft. Dat is toch idioot? Als wij nieuwe verkiezingen veroorzaken, dan wijzen de kiezers op hun voorhoofd!”

Gestemd wordt er uiteindelijk bij handopsteking. De uitslag – 362 stemmen voor doorgaan met de formatie, 279 voor stoppen – wordt niet met gejuich, en nauwelijks met applaus begroet, maar gelaten voor kennisgeving aangenomen. Op weg naar de uitgang zegt Juso-activist en student Aisha Fahir dat ze „enorm teleurgesteld” is. „Maar we geven niet op. We hopen dat de SPD-leden het definitieve regeerakkoord nog zullen afstemmen.” Opluchting over de uitslag is er bij staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Michael Roth. „Een pak van m’n hart.”

Lees ook: In Brussel en Parijs bestaat opluchting dat de SPD wil blijven praten. In Den Haag overheersen de vragen.
Correctie (22 januari 2017): In een eerdere versie van dit artikel stond ten onrechte dat Andrea Nahles zei: dan “geven de kiezers ons de middelvinger”. Ze zei: “dan wijzen de kiezers op hun voorhoofd”.