Chinese ‘wees’ is steeds vaker een kind met een handicap

Adoptiepraktijk in China

Lang niet alle kinderen in de ‘weeshuizen’ van China zijn ook echt wees. Moeten ze dan wel in aanmerking komen voor adoptie?

Li (50) wast Xiao Jun (10) in het medisch centrum voor kinderen in Shanghai.

Xiao Jun (10) komt nooit buiten. Hij zit op zijn houten bedje en glundert als hij bezoek krijgt. Het is zijn lach die opvalt. Zijn been, waar schroeven en pinnen uit steken en dat is ingeklemd tussen beugels, valt daarna pas op. Het ligt maar zo’n beetje naast hem – alsof het niet bij de rest van zijn lichaam hoort.

De jongen komt uit de provincie Sichuan. Toen hij zes was, werd hij gered uit zijn ouderlijk huis, dat in brand stond. Zijn vader overleefde het vuur niet. Waar zijn moeder is, weet niemand.

Sinds de brand woont Xiao Jun in tehuizen. Lezen en schrijven kan hij niet. Hij zou graag naar school willen, als bewegen tenminste niet zo’n pijn deed. Zoals Xiao Jun worden tientallen duizenden Chinese kinderen met ‘special needs’ opgevangen. Er is zo weinig voor ze geregeld, dat buitenlandse adoptie de enige optie lijkt.

In Baby Home wonen zestig kinderen. Hun leefwereld is niet groter dan deze twee verdiepingen. Aan twee lange rechte gangen liggen kamertjes vol bedden, speelgoed, bureaus en glazen kasten vol medicijndoosjes. Een muurtje is doorgebroken voor een speelkamer waar kinderen hun plastic auto’s laten rijden en van een glijbaantje roetsjen.

Jaarlijks krijgt Baby Home 300 kinderen te gast. Allemaal hebben ze een gebrek - van een aangeboren hartafwijking tot een waterhoofd. „Soms zien ze er prima uit, maar dan is er iets mis aan de binnenkant”, vertelt directrice Zhang Min terwijl ze naar vrolijke baby’s en dreumesen wijst, op foto’s die achter haar hangen. De kinderen komen uit kindertehuizen in het hele land. „We halen ze hierheen en ze blijven tot ze beter zijn. Daarna worden ze geadopteerd of gaan ze weer terug.”

Voor het eenkindbeleid werd afgeschaft, woonden er vooral meisjes in de tehuizen. Nu hebben de meisjes plaatsgemaakt voor gehandicapte of zieke kinderen. Hun overlevingskansen zijn groter dan vroeger, maar de zorgkosten zijn te hoog voor hun ouders. Dat er steeds meer tehuizen bijkomen maakt de verscheurende keuze om hun kinderen op te geven - een strafbaar feit - wellicht een beetje makkelijker.

De lokale situatie is vaak niet helder voor landelijke autoriteiten. Die schatten dat in heel China 88.000 kinderen worden opgevangen in tehuizen. Jaarlijks komen er 10.000 bij - vrijwel allemaal met medische problemen.

Xiao Jun (10)
Foto Dave Tacon
Xiao Jun in het medisch centrum voor kinderen in Shanghai. Zijn grootouders hebben toestemming gegeven voor adoptie.
Foto Dave Tacon

Giften

Op de eerste verdieping blokkeren dozen met flesjes drinkwater de gang. Het is een gift. Vrijwilligers brengen kleding, luiers en speelgoed, of ze spelen met de kinderen. Ayi’s zorgen voor de kinderen en houden ’s nachts bij toerbeurt de wacht op de kinderkamers, om de baby’s in slaap te sussen.

Baby Home krijgt hulp van de artsen van het naastgelegen staatsziekenhuis en mag de twee verdiepingen gratis gebruiken. Operaties en revalidatie betaalt de Chinese staat, maar geld voor de dagelijkse, intensieve zorg van de kinderen, gemiddeld zo’n 50.000 yuan (6.500 euro) per verblijf, zamelt het tehuis zelf in.

Daisy, een kleine opgewekte vrouw overziet de dagelijkse gang van zaken en fungeert als hoofdmoeder. In Xiao Juns kamer stapt ze op een bedje af. „Meimei”, wijst Xiao Jun. „Zusje.” Op een kussen ligt een wezentje dat lijkt op een pasgeboren baby. Ze is zeven maanden oud, zegt Daisy. „Er zit iets in haar keel. Chirurgen in Zhengzhou, waar ze vandaan komt, hebben geprobeerd het eruit te halen. Toen ze hier kwam, bleek de operatie niet gelukt.”

De ogen van het kleine meisje volgen het bezoek en het dunne velletje op haar voorhoofd rimpelt even als ze contact maakt. „Ze gaat goed vooruit”, zegt Daisy. „Toen ze hier vier dagen geleden kwam, waren haar ogen dicht. Ze had alle energie nodig om te blijven ademen.”

Meimei is nu officieel wees en mag geadopteerd worden. De kinderen in Baby Home hebben geluk: ze maken kans op nieuwe ouders. Van hen wordt 80 procent geadopteerd. De rest gaat terug naar hun broertjes en zusjes in het tehuis waar ze vandaan komen, vaak ver van een grote stad. Hoewel hun handicaps vaak veel kleiner zijn - bijvoorbeeld een missende vinger of blindheid aan één oog - is de kans op adoptie heel klein.

In de speelkamer holt een man in een zwart leren jasje achter een speelgoedauto met daarin een kraaiend jongetje. Aan vrijwilligers en donateurs is geen gebrek. Directeur Zhang wijst op een prikbord in de gang. Met rood draad is een hartje gespannen om foto’s van beroemdheden zoals acteur Jackie Chan en pianist Lang Lang. Allemaal gaven ze geld.

Li (48) verzorgt Bo Lan (9) die slikproblemen heeft. Op de achtergrond Wang Xian (2).

Foto Dave Tacon
Qian Ranran (3) kijkt naar een kleine televisie op haar bed. Qian is geboren met misvomrde benen en armen,
Foto Dave Tacon

Adoptie

Tussen de geknutselde bloemen en wolken op het prikbord hangen foto’s van kinderen die vertrokken zijn. Zhang kent ze allemaal bij naam en gebrek. Het overgrote deel is nu in de Verenigde Staten. „Dit is Lucky. Hij had een waterhoofd en wordt volgende week opgehaald,” wijst ze.

In de VS hebben deze kinderen een grotere overlevingskans, maar ze hoopt dat binnenkort ook lokale gezinnen zich melden voor een adoptiekindje met een gebrek. Veel animo onder Chinezen ziet ze nog niet. „De financiële last is nu nog te groot.”

De laatste jaren daalt het aantal adopties door buitenlandse ouders. De handicaps van de kinderen „maakt het moeilijker om families voor ze te vinden”, zegt Li Bo van het China Centre for Welfare and Adoption op de website van de organisatie. Aangescherpte regels voor de adoptieouders maken het er niet makkelijker op.

Liever heeft de regering dat de kinderen door Chinese ouders worden geadopteerd. Volgens officiële cijfers loopt het aantal binnenlandse adopties uiteen tussen 16.000 en 30.000. Het is mogelijk dat Chinese ouders sinds het einde van het eenkindbeleid meer open staan voor adoptie, maar betrouwbare cijfers zijn er niet, omdat de landelijke overheid zulke adopties niet registreert.

Medewerker Anouk Eigenraam ging in 2014 naar Zuid-Korea, op zoek naar haar familie. Die vond ze. Ze leerde meer over waar ze vandaan kwam – maar ook over wat er allemaal op grote schaal mis gaat bij internationale adoptie.

De tenen van Xiao Juns ingekapselde been raken al bijna het voeteneind van zijn kinderbed. Hij is met afstand de oudste in het tehuis, en deelt zijn kamer met drie baby’s terwijl hij wacht hij op de volgende operatie. Hopelijk kan hij daarna zijn knie weer buigen, zodat hij kan voetballen. Breed grijnzend grijpt de jongen Daisy’s arm. Ze fronst. „We willen dat hij zo normaal mogelijk kan lopen. Anders krijgt hij misschien last van discriminatie. Dat gebeurt vaak in China.”

Een Amerikaans gezin wilde hem adopteren, maar toen bleek dat hij nog grootouders heeft. Die hebben inmiddels afstand van hem gedaan. Het gezin had intussen een ander kind gekozen. Als de jongen haar niet meer kan horen, geeft Daisy toe dat het haar soms wat te veel wordt. „Wij huilen ’s avonds, als de kinderen slapen.” Ze hoopt nu dat een nieuwe familie zich meldt voor Xiao Jun. „Want we huilen ook met z’n allen van blijdschap, als een van de kinderen vertrekt met zijn adoptieouders.”

Een baby loopt door de gang van Baby Home, een weeshuis voor weeskinderen in het medisch centrum voor kinderen in Shanghai. Foto Dave Tacon