Soms was hij Griekser dan de Grieken

De Limburgse voetbaltrainer Gène Gerards (1940-2018)

boekte grote successen met een onbetekenend clubje uit Kreta.

Gène Gerards als trainer van de Grieksevoetbalclub OFI Kreta in het seizoen 1985/86. Foto VI Images/Hollandse Hoogte

‘In zijn gloriejaren was mijn vader God in Griekenland”, vertelt Frank Gerards. „Alsof je met Michael Jackson over straat liep. Iedereen schreeuwde: ‘Mr. Gerards! Mr. Gerards!’ Eigenaars van cafés en restaurant trokken hem naar binnen en boden hem van alles aan. Hij kreeg alles voor niks.”

Franks vader was Gène Gerards. De assistent-coach bij Roda JC werd in 1985 hoofdcoach van OFI Kreta. Daar werd om gelachen. Je kon als trainer aardig verdienen in Griekenland, maar het was ook een berucht trainerskerkhof: met of zonder aanleiding werden coaches er razendsnel ontslagen. Gerards hield het vijftien jaar vol. Met het tot dan toe onbetekenende clubje werd hij tweede in de competitie, won hij de Griekse beker en speelde hij Europees voetbal (hoogtepunt: het uitschakelen van Atlético Madrid).

Eugène (Gène) Gerards kwam uit een voetbalfamilie. Vader Joep had zelf op hoog niveau gevoetbald en was jarenlang voorzitter van het Brunssumse SV Limburgia. Gène speelde ook daar en bij Fortuna ’54, een voorloper van Fortuna Sittard. Na zijn loopbaan als voetballer haalde Gerards in Duitsland zijn trainersdiploma. „Hij had een scherp beoordelingsvermogen”, zegt Hans Zelis, zelf trainer op amateurniveau, die zo’n twintig jaar bevriend was met Gerards. „Ook bij talent zag hij heel snel of iemand potentie had of niet.” Spelers als René Trost, Gène Hanssen, Nikos Machlas en Yannis Anastasiou braken dankzij Gerards door.

Zoon Frank (1981) had de voetbalgave in elk geval niet. Het vertrek naar OFI Kreta in 1985 betekende het einde van de relatie van zijn ouders, Gènes tweede huwelijk (hij had ook een dochter, Nathalie, uit het eerste). Franks moeder vertelde iets later aan Gerards dat hun zoon zo leuk voetbalde bij een club in Oirsbeek. „Tijdens een bezoek aan Nederland kwam hij kijken. Na vijf minuten zat hij in de kantine. Hij had genoeg gezien.”

Gerards kwam nog „als het hem uitkwam”, meestal één keer per jaar. Frank: „Dan mocht ik iets duurs uitzoeken in de speelgoedwinkel. Jongens in de buurt waren daar stikjaloers op, maar die hadden wel alle dagen een vader op de bank zitten. Als je met hem door de stad liep, schoot hij om de haverklap een telefooncel in. Moest hij voetbalzaken afhandelen.”

Een echt hechte band tussen vader en zoon ontwikkelde zich eigenlijk pas nadat Frank volwassen was geworden. „Eigenlijk vanaf het moment dat ik met vrienden voor een vakantie naar Griekenland ging. Ik heb met mijn vader de gekste dingen meegemaakt. Hij was een prachtfiguur. Al wordt hij vanwege het voetbal misschien te veel op een voetstuk gezet. Hij heeft ook veel stomme dingen gedaan.”

Gène Gerards was soms Griekser dan de Grieken, vond zijn zoon. „Op tijd op afspraken komen was er niet bij. Eén, twee uur te laat was heel normaal. En zaken regelde hij tijdens informele onderonsjes.”

Het seizoen 1999-2000 was Gerards’ laatste als trainer bij OFI Kreta. Daarna zou hij er adviseur en scout worden, maar OFI stuurde hem al na een paar maanden de laan uit. Hij zou de nieuwe trainer te veel voor de voeten lopen. Gerards werkte daarna nog voor de clubs AEK Athene en het Cypriotische APOEL Nicosia. Daarnaast organiseerde hij in heel Griekenland voetbalkampen, waar jeugd uit binnen- en buitenland op af kwam. Zowel zoon Frank als vriend Hans Zelis hielpen er weleens. „Daar werd ook talent ontdekt”, zegt Zelis. „Zoals verdediger Pantelis Hatzidiakos, die nu bij AZ speelt.”

Zo’n twaalf jaar geleden kreeg Gerards de diagnose PSP, een progressieve spierziekte. „In het begin had hij nog wel hoop”, herinnert Zelis zich. „Later, toen zijn toestand verslechterde, werd dat minder.” Als Frank vroeg hoe het ging, zei zijn vader „buul” (dialect voor klote). „Die ziekte was een sluipmoordenaar, een soort kruising tussen Parkinson en ALS. Gelukkig zijn z’n Kretenzische vrouw Katerina en haar kinderen hem voorbeeldig blijven verzorgen.”

In november was er een benefietwedstrijd bij OFI Kreta, waar het stadion een naar Gerards genoemde tribune heeft. „Oud-spelers uit de hele wereld kwamen daarvoor terug. Supporters gaven hem alle eer. De Griekse media besteedden er volop aandacht aan. Gène genoot. Hij kon niet veel meer, maar hief zijn vinger. Dat was in zijn laatste dagen het gebaar om te laten zien dat hij iets goed vond.”

Het nieuwe jaar haalde Gerards nog net. Op 2 januari overleed hij, 77 jaar. Hij werd – vanzelfsprekend – op Kreta begraven.

    • Paul van der Steen