Aseismische kennis

De Noordelijke Aardbevingen zijn een drama voor de bevolking, maar fascinerend voor wie wil weten hoe een moderne samenleving kan omgaan met kennis en gevaar. Al op Tweede Kerstdag 1986 schudde de aarde in Noord-Nederland, in Assen, met een kracht van bijna drie. Geograaf Meent van der Sluis schudde in zijn bed, en hij wist: dit kan alleen door de gaswinning komen, zo vertelde hij kort daarna aan De Telegraaf. Flauwekul, meende toen de NAM. Maar een paar jaar later, in 1993, zag de Nederlandse regering in: dit moet het gas geweest zijn. Verder zou het allemaal wel meevallen.

En dus was tot 2013 veiligheid geen bijzonder speerpunt bij de gaswinning, stelde daarna de Onderzoeksraad voor Veiligheid vast in een vernietigend rapport. Zelfs de noordelijke 3,0-beving in 2003 en de 3,5-klap in 2006 leidden niet tot verontrusting, óók niet bij de bevolking. Er werd wél erg veel geld verdiend voor de regering en de gasbedrijven. In feite was het terug naar de regententijd. Niet meer dan tien mensen maakten in ‘het Nederlandse gasgebouw’ de dienst uit, schamperde de Onderzoeksraad in 2015.

Is de Nederlandse poldermentaliteit niet in staat een nieuw gevaar snel te doorzien? Als een dijk verzakt, is iedereen paraat, maar dat gevaar kennen we onderhand wel. Pas de beving bij Huizinge (3,6) in 2012 schudde het land wakker. Achteraf had direct in 1993 een groot onderzoeksproject moeten worden begonnen. Hoe dan ook, verderop in deze bijlage laat Marcel aan de Brugh zien dat we nog stééds weinig weten. Ja, dat akelige aardbeven ligt aan het gas, maar hoe? De geologen van het verantwoordelijke Staatstoezicht op de Mijnen hebben de ene theorie, de geologen van de NAM een andere. Zelfs de laatste aardbeving, 8 januari jl. bij Zeerijp (3,4), kan niet de beslissing forceren in de keuze tussen compactie=breuk en het ingewikkeldere idee van ‘aseismische kruip’.

Uiteindelijk groeit de kennis, maar wel héél langzaam.

    • Hendrik Spiering