Amsterdam zou de drukte nu echt te lijf gaan – en, werkt het?

Toerisme

Bewoners in Centrum klagen al jaren over de almaar toenemende drukte en overlast door toeristen. In 2016 vond ook de gemeente dat het zo niet langer kon, en besloot tot maatregelen. Hoe staat het daarmee? Merken bewoners al verbetering? „Nu is er eindelijk wat actie, maar het is eigenlijk te laat.”

Foto Niels Blekemolen

‘Hoera!”, tweette Pretpark Amsterdam, dat zich al jaren verzet tegen de toenemende drukte in het centrum. Onlangs maakte de gemeente Amsterdam bekend dat inwoners hun woning per 1 januari 2019 nog maar dertig dagen per jaar mogen verhuren aan bezoekers via sites als Airbnb en Wimdu. Nu is dat nog zestig dagen.

Een kleine overwinning voor de centrumbewoners, want vakantieverhuur draagt in hoge mate bij aan de drukte en overlast. „Het is een begin”, zegt mede-oprichter van Pretpark Amsterdam Arjan Welles, wonend middenin het Wallengebied. Het klinkt minder enthousiast dan in het Twitterbericht en dat klopt, want eigenlijk is hij „woedend” over hoe „de stad in de uitverkoop is gedaan”.

Welles somt op: „We zijn het zat dat er steeds meer grote groepen zijn, dat het centrum voor het grootste deel bestaat uit toeristenwinkels, dat het alcoholverbod niet word gehandhaafd, dat er wordt geblowd, geschreeuwd, gepist en gekotst op straat. Nu is er eindelijk wat actie, maar het is eigenlijk te laat.”

Te laat om de enorme bezoekersstroom in goede banen te leiden, stelt Welles. In 2008 – financiële crisis – besloot de gemeente samen met ondernemers flink te investeren in toerisme, gebruik makend van de aantrekkingskracht van de stad op toeristen en dagjesmensen. In de jaren die volgden zag de stad het bezoekersaantal in rap tempo toenemen: van 11 miljoen in 2005 tot bijna 18 miljoen in 2016, zo blijkt uit recent onderzoek dat de gemeente liet uitvoeren. Het aantal hotelkamers groeide in tien jaar tijd met zo’n 60 procent naar ruim 30.000. Dit leverde volgens de gemeente een jaarlijkse winst op tussen de 2 en 2,7 miljard euro in de afgelopen jaren. Dankzij toerisme kwamen er sinds 2007 ook zo’n 61.000 banen bij.

Verdringing

Die toename bleef niet zonder gevolgen voor de leefbaarheid. Het centrum heeft volgens het rapport „vooral te maken met sociale overlast, zwerfafval en mogelijk met verdringing”. In welke mate verschilt wel per buurt. Centrumbewoners beoordeelden zeven van de acht buurten in het gebied met lager dan een 6,5 op het gebied van overlast door andere groepen. Vooral bewoners van de Burgwallen-Oudezijde – het hart van het wallengebied – beoordeelden hun buurt slecht: met een 4,1. Welles: „Het gevoel van veel bewoners is dat je doorlopend op een festivalterrein leeft.”

Nieuwe maatregelen per 2016

Wijlen burgemeester Eberhard van der Laan schreef in een raadsbrief op 19 oktober 2016 over een nieuw pakket maatregelen: „Daarbij is het uitgangspunt dat wij tegengaan dat het water uit de kraan steeds harder gaat stromen en niet dat wij steeds intensiever (willen) dweilen. We kunnen echter geen hek om de stad zetten, dus moeten we andere knoppen vinden om aan te draaien.”

Die ‘andere knoppen’ bestaan uit een reeks experimenten en regelingen die vanaf dat moment werden geïntroduceerd. De belangrijkste die al van kracht zijn: meer handhavers op straat om overlast te beperken, meer geld naar afvalbestrijding, verkeer in slimmere banen leiden, het verhogen van de toeristenbelasting in het centrum van 5 naar 6 procent, een hotelstop en het sluiten van illegale hotels. Het recente besluit om Airbnb terug te brengen van 60 naar 30 dagen per jaar komt daar nu dus nog bij.

Wij-Amsterdam, een federatie van bewonersverenigingen uit de stad, beziet de regelingen met gemengde gevoelens en vindt dat een duidelijke toekomstvisie voor de leefbaarheid ontbreekt. Jacob Stroet, bewoner Prinsengracht, en Teun van Hellenberg Hubar, wonend op de Oudezijds Voorburgwal, zitten in het bestuur en geven graag hun mening over de maatregelen.

Zoals het Binnenstadoffensief, een regeling die december 2016 werd ingevoerd: 140 extra handhavers van gemeente en politie die een uitvalsbasis hebben op de Nieuwmarkt. Geen nieuwe handhavers overigens: ze zijn weggehaald uit andere delen van de stad. Het team richt zich op de aanpak van criminaliteit en overlast van personen en verkeer in het Wallengebied.

Toch merkt Hubar daar naar eigen zeggen maar weinig van: „Ik kan niet zeggen dat ik minder overlast ervaar. Er lopen nog steeds heel veel dronken en stonede mensen schreeuwend over straat waar nota bene een alcoholverbod geldt. Soms kunnen buurtbewoners hun deur niet meer in of uit vanwege de ononderbroken stroom toeristen.”

Dit blijkt ook uit een tussentijdse rapportage van het project uit augustus 2017. Daarin staat dat de drukte in het Wallengebied de afgelopen jaren met 6 procent per jaar toenam. Ook werd een enquête afgenomen onder mensen uit de buurt. De conclusie luidde: bewoners ervoeren weliswaar iets minder criminaliteit, maar ongeveer net zoveel overlast door afval op straat en groepen bezoekers als een jaar eerder. Wel gaf 88 procent aan blij te zijn met de extra handhaving.

Desondanks heeft de gemeente per 1 oktober 2017 het aantal handhavers weer met een derde verminderd. „Jammer”, vindt Hubar. „Dit is het gevolg van jarenlange bezuinigingen op handhaving. Die mensen worden nu weer op andere plekken ingezet.”

Pretvervoer

Los van overlast door groepen, ergeren Stroet en Hubar zich ook aan „de wildgroei” van pretvervoer voor toeristen, zoals paardenkoetsen, segways, fietstaxi’s, tourbussen en huurfietsen. Zij pleiten voor afschaffing van niet-noodzakelijk vervoer. Wethouder economie Udo Kock zegt in een reactie dat „commercieel gebruik van openbare ruimte een paar jaar geleden nog nauwelijks een issue was”, maar erkent dat het nu wel degelijk een probleem is. „Amsterdam onderzoekt of we een dergelijk aanbod onder een vergunningsstelsel kunnen brengen, of dat we een registratieplicht kunnen invoeren.”

Naast het kleine pretvervoer, verandert er ook iets voor het grote pretvervoer: de cruiseschepen. De Passenger Terminal Amsterdam wordt namelijk verplaatst van de Piet Heinkade naar de Coen- en Vlothaven. Eind 2018 volgt een definitief locatiebesluit door het college. „De cruisevaart gaat sowieso groeien”, zegt Vera Al, bestuursvoorlichter economische zaken van de gemeente Amsterdam. „En het mag ook groeien, want het brengt ons economisch veel. Alleen moeten we dat niet dichtbij het centrum doen.”

„Wacht even”, reageert Welles: „Dan kunnen er dus ook meer cruiseschepen aanmeren vol toeristen die twee uur door het stadscentrum wandelen en weer verder reizen. Daar hebben we niets aan.” Maar Vera Al denkt van niet: „We hopen dat ze zich meer verspreiden over de hele stad omdat het niet langer vanzelfsprekend is om direct de wallen op te lopen. Ook gaan we kijken of we attracties in de regio, zoals de Zaanse Schans, aantrekkelijker kunnen maken voor deze toeristen.”

In dezelfde categorie valt het aankomende inrijverbod voor touringcars op de stadshartlus en grachtengordel. Bussen die ingezet worden om toeristen naar de binnenstad te brengen zonder concrete bestemming moeten die vanaf 19 maart dit jaar buiten de binnenstad afzetten. Het is de eerste stap van het inrijverbod. „Nu is het nog zo dat die touringcars gewoon sightsee-rondjes rijden door het centrum”, zegt Stroet. „Je hebt ook steeds in- en uitstappers.” Maar dat moet over twee maanden in principe dus een stuk minder worden.

Hotels en Airbnb

Zijn handhaving en vervoer voorbeelden van kleinschalige maatregelen, de invoering van de hotelstop per januari 2017 was volgens wethouder Kock een grote maatregel om drukte in te dammen. „In het grootste deel van Amsterdam binnen de ring worden geen nieuwe aanvragen voor hotels meer in behandeling genomen. Het antwoord op nieuwe initiatieven is daar ‘nee’. Daarbuiten is het beleid ‘nee tenzij’: nieuwe hotels zijn alleen daar toegestaan als ze iets toevoegen aan de buurt en duurzaam zijn.”

Zestig hotels – ongeveer 10.000 kamers – waren al goedgekeurd vóór het ingaan van de hotelstop en zullen de komende jaren worden ontwikkeld. Hoeveel daarvan in het centrum komen is onbekend. Tot verdriet van Hubar: „Dat is dus nog steeds een uitbreiding. Op een gegeven moment moet je zeggen: de stad is vol.”

Veel toeristen overnachten tegenwoordig niet in een hotel maar een Airbnb. Hoewel alle drie de heren blij zijn dat vakantieverhuur wordt teruggebracht naar dertig dagen, vinden ze de maatregel niet ver genoeg gaan. „Het valt en staat met goede handhaving”, zegt Welles. „Het liefst ziet Pretpark Amsterdam een verbod.”

Wethouder wonen Laurens Ivens beaamt „dat het rustiger zou zijn in de stad als er een verbod zou liggen op Airbnb. Maar dat is niet mogelijk. De toenmalige gemeenteraad heeft een paar jaar geleden het politieke besluit genomen om het toe te staan. Hoe het er na de verkiezingen voor staat is nog afwachten.” Hij voegt daaraan toe: „Verreweg de meeste toeristen verblijven in hotels. Ongeveer een vijftiende van de bezoekers die overnachten, slaapt in een woning die via vakantieverhuur wordt aangeboden. Dat is grofweg een miljoen.”

Sociale cohesie neemt af

Een groot deel van die miljoen mensen komt terecht in de binnenstad. Stroet heeft de sociale cohesie in zijn buurt zien afnemen. „Vroeger woonden er gewoon buren naast me, nu zie ik alleen wisselende groepjes. Ik kwam vroeger ook veel vaker vrienden tegen als ik op de stoep voor de deur zat te lunchen.”

Jolande Coelho luncht ook niet graag meer op haar stoep voor de deur. Zij woont al 54 jaar aan het Singel, vlakbij het Paleis op de Dam. „Je wilt niet bekeken worden door al die toeristen. Als ik binnen zit, gluren ze al door het raam soms.”

Wij-Amsterdam pleit, anders dan Welles, niet voor een verbod maar voor een vergunningenstelsel. „Je mag je woning alleen verhuren als je een vergunning hebt met een uniek nummer op een website”, zegt Stroet. „Dat moet je dan combineren met hoge afschrikboetes.” Hubar: „Het voordeel is dat je ook kunt zeggen dat je in bepaalde straten en buurten helemaal geen vergunningen afgeeft.”

Gebrek aan visie

Pretpark Amsterdam en Wij-Amsterdam verwijten de gemeente vooral gebrek aan visie op de lange termijn. De maatregelen, zeggen ze, zijn vooral reacties. Er wordt onvoldoende gekeken naar de vraag: hoe zijn we een stad die er in de eerste plaats is voor haar inwoners? Welles: „Het hangt allemaal met elkaar samen. Wonen, recreëren, vervoer en ondernemen. Spreiden werkt niet, want alle bezienswaardigheden liggen nu eenmaal op die acht vierkante kilometer.”

Wethouder Udo Kock: „We zijn een gastvrije stad – de toerist is niet onze vijand en blijft uiteraard welkom.” Hij wijst op de paar miljard die toerisme jaarlijks zou opleveren en op de banen waar „vooral lageropgeleiden van profiteren”. Over het pakket maatregelen zegt hij: „We zien daar nu nog niet gelijk alle effecten van, maar het college verwacht dat het op lange termijn bijdraagt aan het grip houden op de drukte in de stad.”

Singel-bewoonster Coelho gelooft daar echter maar weinig van. De economie wordt toch altijd boven leefbaarheid gesteld, zegt ze. En verzucht: „De zomers zijn hier tegenwoordig verschrikkelijk.”