Column

Vecht of vlucht

De oudste alumnus van Princeton is 102 jaar oud en nog altijd werkzaam als psychiater. Ooit was hij bevriend met Einstein, vertelde hij aan Robbert Dijkgraaf.

Laat je horen of kruip in je schulp. Dat zijn de twee opties voor een wetenschapper in een vijandig politiek klimaat. „Voice or exit”, noemde de econoom en filosoof Albert Hirschman dit dilemma, dat het afgelopen jaar centraal stond op mijn eigen instituut. De meeste onderzoekers waren naar Princeton gekomen om zich in volledige rust en concentratie aan hun eigen onderwerp te wijden, maar daar was plotseling Trump met zijn controversiële beleid. Een groep historici, wiskundigen en sociale wetenschappers besloot terug te vechten met hun favoriete wapen: onderzoek. Zij doken in de archieven op zoek naar inspiratie en een moreel kompas.

Het kersverse Institute for Advanced Study (IAS) werd midden in de wereldpolitiek geworpen toen in april 1933 Hitler zijn Berufsbeamtengesetz invoerde. In één klap verloren alle Joodse en politiek-actieve wetenschappers hun baan en mogelijk hun leven. Wat te doen? De eerste IAS-directeur Abraham Flexner had zo zijn bedenkingen de deuren voor deze vluchtelingen te openen. Zijn instituut was immers in de eerste plaats opgericht als een academische oase voor Amerikanen in het zwaar door de Depressie getroffen land. Bovendien waren de meeste vluchtelingen niet van het niveau van Albert Einstein, zijn eerste benoeming. En een klein instituut kon niet meer betekenen dan de spreekwoordelijke ‘drop in the bucket’.

Einstein zelf dacht er heel anders over. Hij zag zijn positie in Princeton juist als een instrument om anderen naar de Verenigde Staten te helpen emigreren. Flexner maakte zich zorgen over dit politieke engagement van zijn sterhoogleraar. Terwijl Einstein de oceaan overstak, stuurde Flexner hem een telegram met de instructie in zijn nieuwe thuisland vooral geen politieke uitspraken te doen. Toen Einstein kort na aankomst werd uitgenodigd door president Roosevelt in het Witte Huis, onderschepte Flexner de uitnodiging en bedankte met de opmerking dat de professor zich moest concentreren op zijn berekeningen en niet op sociale verplichtingen. Einstein was woedend en zorgde ervoor dat hij daarna zijn eigen post openmaakte. En hij hield zich beslist niet in. Hij werd een van de grote voorvechters van politieke en academische vrijheid, en maakte het IAS tot een toevluchtsoord voor emigranten en vluchtelingen uit nazi-Duitsland.

Ik heb me vaak afgevraagd hoe de relatie tussen deze twee mannen verliep. Hoe groot was mijn verrassing een ooggetuige uit 1933 te kunnen spreken. Dr. Joseph Schein is de oudste levende alumnus van Princeton University. Hij is 102 en nog steeds actief als psychiater. In 1933 meldde hij zich als eerstejaars aan de universiteit, toen al een uitzondering met een Joodse achtergrond en opgeleid op een publieke school. Princeton was destijds een uiterst elitaire instelling met racistische trekjes, waar vooral zonen van rijke zuidelijke families studeerden. Door een speling van het lot raakte Schein bevriend met Flexner, die zijn mentor werd en later ook zijn patiënt. Toen Princeton voor het eerst een Joodse dienst instelde, meldde Schein zich als vrijwilliger. Voor de eerste bijeenkomst zocht hij een publiekstrekker. Flexner wist precies de man daarvoor. Samen gingen ze op bezoek bij Einstein. The rest is history. Al snel leerde Schein alle grote namen uit die tijd kennen: Von Neumann, Weyl, Gödel, Noether et cetera.

Hoe was de interactie tussen de twee persoonlijkheden? Schein vertelt er met smaak over. Flexner was de perfecte conformist. Als lid van alle exclusieve herenclubs in Europa en Amerika vertoefde hij in de hoogste kringen. Hij refereerde nooit aan zijn Joodse achtergrond. Als vertrouwd adviseur van de allerrijksten was hij in staat grote fondsen de goede richting op te sturen. Einstein was juist de anticonformist, de rebel, die door schade en schande had geleerd terug te vechten. Toen hij in 1919 wereldberoemd werd met zijn algemene relativiteitstheorie, werden er in Duitsland direct congressen tegen zijn theorie georganiseerd met een duidelijke antisemitische teneur. De wereld bemoeide zich met hem, daarom bemoeide hij zich met de wereld.

Op dit moment zien we eenzelfde spanningsveld. De huidige Amerikaanse regering voert een directe campagne tegen kennis en kennisinstellingen. De helft van de Republikeinen ziet universiteiten als een corrumperende invloed op de samenleving. Maar ook in Europa en de rest van de wereld zijn er gerichte aanvallen op de vrije wetenschap. In Hongarije wordt de Centrale Europese Universiteit met sluiting bedreigd, met wederom antisemitische ondertonen. Duizenden onderzoekers zijn hun baan kwijtgeraakt in de politieke zuiveringen in Turkije. Wat moet je als wetenschapper doen? Je nog sterker concentreren op je werk omdat de wereld juist nu waarheid en inzicht nodig heeft? Of je politiek actief opstellen? Volg je Flexner of Einstein?

Hier in Princeton vonden de onderzoekers in de archieven dat Flexner zich uiteindelijk tot Einsteins gezichtspunt bekeerde en de politieke crisis ging zien als een geweldige kans. In 1939 schreef hij: „Over vijftig jaar zal de historicus terugkijken en rapporteren dat, als we nu met moed en verbeelding handelen, in onze tijd het zwaartepunt van het onderzoek de Atlantische Oceaan heeft overgestoken naar de Verenigde Staten.” Maar hij vermeldde ook dat intellectuele zwaartepunten altijd over de wereld hebben gezworven. Aangetrokken door compassie en opportunisme.

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.