Opinie

    • Bas Heijne

Valkuil

Eén jaar Trump: is het echt allemaal zo erg? Een jaar lang was er verbazing, ontzetting, vertwijfeling, hoon, spot, woede en verzet, maar bij de eerste verjaardag van dit ondenkbare presidentschap besloten flink wat media het over een andere boeg te gooien. Tijd voor reflectie – en een beetje zelfonderzoek. Moord en brand roepen, dat weten we nu wel. Wat was er in een jaar nu echt veranderd? Trek van Trump de verbale uitzinnigheid af, delete mentaal de hatelijke tweets, vergeet even de chaos en de infantiele stammenstrijd in het Witte Huis, zoals redelijk geloofwaardig beschreven in Fire and Fury, wat zijn dan de grote veranderingen? De echte verschuivingen?

De teneur was dat het allemaal nogal meeviel – afgezien van het aangenomen belastingplan, dat een enorme impact gaat hebben op de Amerikaanse samenleving, was er nog maar weinig fundamenteel veranderd. Veel was tegengehouden, door de rechter, door de politiek, door de bondgenoten, door eigen incompetentie. En of die muur er ooit nog zou komen was nog maar de vraag. Trump had veel beloften niet waar gemaakt, jammer voor zijn aanhang, goed voor de rest. Trump stelt zich aan, was de teneur van die commentaren, oppassen dat wij ons niet ook gaan aanstellen.

Kunnen we rustig gaan slapen?

Die nuchtere commentaren waren welkom – waren ze ook geruststellend? Zeker, ze vormden een welkom antidotum tegen de Trump-cultus van de Trump-haters. Ik bedoel: wanneer je iemand vreselijk fout en zelfs gevaarlijk vindt, bestaat het risico dat hij een dagelijkse obsessie wordt – waardoor je hem alleen maar groter en groter maakt. Wanneer ik iedere dag, ieder uur wil aantonen dat iemand vreselijk, belachelijk, kwaadaardig is, vergeet ik al snel dat ik het alleen nog maar over hem heb. Of over zijn haar, of over zijn piano. Dat geeft zijn medestanders dan weer munitie, zij kunnen huilen over de verbeten antistemming, vingerwijzen naar de oppervlakkigheid van veel kritiek.

Kun je in het geval-Trump alle chaos en rumoer wel afdoen als opgeklopt schuim dat een veel minder dramatische werkelijkheid aan het zicht onttrekt? Mij lijkt die zogenaamde nuchterheid juist bij uitstek gevaarlijk, een voorbeeld van wat de Britse politicoloog David Runciman de confidence trap noemt. Een paar jaar geleden publiceerde hij een boek met dezelfde titel, waarin hij het op een originele manier opneemt voor de democratie. Iedere democratie, stelt Runciman, ziet er op het eerste gezicht vrij hopeloos uit – rommelig, weinig efficiënt, overgeleverd aan de grillen van politici en burgers, voortdurend in de greep van kortetermijndenken. Steeds is men bezig de fouten en misvattingen van voorgangers recht te zetten. Maar schijn bedriegt. Op de lange termijn is de democratie de bestendige en duurzame bestuursvorm, en verreweg het best voor een land en zijn burgers. Maar onvrede hoort bij de democratie, stelt Runciman, zowel onvrede met politici als met de democratie zelf. Iedere democratie kampt met een democratisch tekort.

Maar juist in dat geruststellende besef schuilt volgens de Brit een reële bedreiging van de democratie – de verwachting dat de democratie een vast gegeven is. Dat is de confidence trap, de valkuil van het vertrouwen, vertaal ik even vrij. Juist de vermeende zekerheid dat het altijd wel goed komt, kan burgers en politici onverantwoordelijk maken. Onvrede met de missers van de democratie kan een ongeremde woede losmaken, haat tegen de democratie, paradoxaal juist omdat men de democratie als vanzelfsprekend beschouwt. In het andere geval keert men zich juist apathisch af van de democratie, stemmen heeft geen zin, er verandert toch niks, enzovoort.

Deze week stelde oud-VVD-politicus Frits Bolkestein op BNR-radio dat het met de anti-EU-gevoelens van veel Nederlanders wel gauw afgelopen zou zijn, wanneer er werkelijk een Nexit zou plaatsvinden. Dat lijkt me juist. Er is van alles mis met de EU, maar dat romantisch opstandige gekoketteer met een Nexit is de onverantwoordelijkheid van een boos kind dat denkt dat zijn speelgoed niet stuk kan – tot hij de brokstukken in zijn knuistje heeft. Het establishment een flinke schop geven, een tik op hun zelfgenoegzame smoel, daar zit het genoegen in.

Maar hoe hard kun je schoppen?

De woorden van Trump mogen grotendeels haaks staan op zijn prestaties, wie ze afdoet als louter woorden, en dus niet terzake doende, loopt met open ogen in de valkuil van het vertrouwen. Dat de democratie tot nu toe redelijk Trump-bestendig is, betekent niet dat de democratie geen gevaar loopt.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats.
    • Bas Heijne