Thuiskok

Poffertjes

Dit zijn poffertjes naar recept van Metropolitan in de Warmoesstraat. De zaak is van ijsmaker Kees Raat. Een poffertje is iets heel anders dan een kleine pannekoek. In het boek zegt hij: „Voor één poffertje gebruik je net zoveel vet als voor een hele pannekoek.”

Klaar eerst de boter. Smelt 150 gram boter op laag vuur en schep de witte afscheiding die bovenop komt drijven eraf. Schenk de geklaarde boter voorzichtig in een kom. Gooi de achtergebleven afscheiding ook weg.

Maak nu het poffertjesbeslag. Zeef het boekweitmeel en de tarwebloem in een kom. Maak met een lepel een kuiltje in het meel en doe 25 gram van de gesmolten geklaarde boter plus het bier in het kuiltje. Los de gist hierin op. Voeg dan het ei en beetje bij beetje de melk toe. Klop met een garde in 2 minuten tot een beslag. Voeg een snuf zout en de suiker toe, en roer nogmaals goed door. Voeg aan de overgebleven geklaarde boter een gelijke hoeveelheid arachideolie toe.

Zet de poffertjespan op hoog vuur en vul als de pan goed heet is elk kuiltje voor de helft met olie-botermix en vet de pan goed in. Vul ieder kuiltje van de poffertjespan tot aan de rand met poffertjesbeslag. Draai de poffertjes na 1 minuut om. Bak de poffertjes dan in nogmaals 1 minuut gaar. Serveer ze warm, met een klont roomboter en een berg poedersuiker.