Opinie

    • Japke-d. Bouma

Telefoneren. Doet iemand dat nog?

Japke-d. Bouma schrijft wekelijks over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: onze telefoongesprekken zijn veranderd.

Vorige week bleek dat het papieren Telefoonboek dit jaar voor het laatst verschijnt en ik dacht: ja, wat ís telefoneren veranderd. Was de telefoon vroeger nog de koning van de communicatie die ik de hele dag door aanbad – ik nam ALTIJD op, wát ik ook aan het doen was – tegenwoordig bel ik alleen nog privé om medeleven te betuigen, mensen te feliciteren of als ik écht ergens mee zit.

En dan alleen als ik vooraf via app of mail heb laten weten dát ik ga bellen en of dat uitkomt. Ik vind het fijn om af te spreken om te bellen. Ik wil er even voor kunnen gaan zitten.

Sterker nog, ik merk dat ik me begin te ergeren aan mensen die ‘zomaar’ privé bellen. Zeker als ze een heel verhaal gaan afsteken zonder te vragen of het uitkomt. Veel mensen zijn ook boos als je niet opneemt, dus wegdrukken kan niet altijd. Mijn vrienden weten dat. Dus ik schrik, als ze ‘zomaar’ bellen. Dan is er iets ergs. Ik neem ze altijd op.

Ik merk ook dat mijn vrienden liever persoonlijk met me afspreken dan dat ze bellen. Ik erger me aan mensen die me als ‘pauzeprogramma’ opbellen als ze in de auto stappen en me afkappen als ze „bij hun afspraak zijn”, of thuis.

Alleen mijn ouders mogen me onaangekondigd bellen. Ik heb wel eens midden in een vergadering mijn vader enthousiast laten uitpraten over de eerste merel die hij die ochtend na een lange winter weer had horen zingen. Logisch. Dat is ook belangrijk nieuws. Maar verder?

„Onaangekondigd bellen begint onbeschoft te worden”, reageerde iemand toen ik erover twitterde. „Ik ervaar het als storend, als iemand dat doet” zei een ander. „Bellen is Satan” was de meest kernachtige reactie.

Pubers nemen sowieso al nooit meer de telefoon op. Met hen kan je alleen nog appen of facetimen. Maar ook de dertigers en twintigers bellen minder. „Waarom heet het eigenlijk nog een smartphone”, twitterde één van hen. „Ik bel er zelden meer mee.”

Al die veranderingen hebben ook de taal van het telefoneren veranderd. Vooral openingszinnen zijn dramatisch gewijzigd. Namen mensen vroeger op met hun naam, sinds de naam in je scherm verschijnt beginnen ze met ‘waar ben je’, ‘app me ff’, ‘bel je later’, of ‘hoe kom je aan mijn nummer’, zoals een bekende Nederlander ooit boos de telefoon opnam toen een vriend van me hem belde.

Bellen we elkaar nog privé, over 20 jaar? „Ik denk dat bellen het nieuwe briefschrijven wordt”, zei een vriend. Er waren twitteraars die dat „een uitholling van de communicatie” vonden. Maar ik denk dat ik sinds WhatsApp meer van mijn vrienden, ooms, tantes, nichtjes, neefjes en hún kinderen weet dan toen er alleen nog telefoon was. Ik stuur ook steeds vaker mijn stem via WhatsApp.

Telefoneren sterft uit.

Het mooiste zou wat mij betreft zijn dat we uiteindelijk al zo veel van elkaar weten via persoonlijk contact, WhatsApp, Facebook, mail, Twitter en Instagram, dat áls we elkaar bellen we niks meer hoeven te zeggen en samen van een lange, gelukzalige stilte kunnen genieten. Je begrijpt elkaar, je kent elkaar, en alles is al gezegd.

Eindelijk rust.

Taaltips via @Japked op Twitter.
    • Japke-d. Bouma