Staat ze weer naakt op het balkon

Verwarde mensen

Wat doe je bij overlast van een ‘verward persoon’? De zus van Jeroen is al vijftig jaar psychotisch en drijft haar buren tot wanhoop. „Het eindigt er altijd mee dat de politie de deur moet intrappen.”

Illustratie Sebe Emmelot

De politie was een keer aan de deur geweest bij de zus van Jeroen. Twee jonge agenten sommeerden haar open te doen. Ze weigerde. Toen de agenten dreigden de deur in te trappen, kleedde zij zich binnen in allerijl uit. „Raak me niet aan!” riep ze, in haar ondergoed. Jeroens moeder was erbij.

Zijn zus (68) is al vijftig jaar psychotisch. Ongevaarlijk, niet suïcidaal, maar een constante zorg voor familie en buren. Vroeger werkte ze hele periodes als uitzendkracht, nu leeft ze al jaren van een uitkering. Als het goed gaat, is ze een intelligente, charmante vrouw. Als het slecht gaat, scheldt ze iedereen uit. Stalkt ze oud-collega’s, artsen en familie. Gooit ze het afval en etensresten over het balkon, met bestek en al. Zet ze ’s nachts de muziek keihard. Gaat ze racistische teksten gillen. En besteedt ze duizenden euro’s aan Astro TV – overdag uitgezonden inbelprogramma’s met horoscooplezers.

Sinds september gaat het weer slecht.

Jeroen (om de privacy van zijn zus te beschermen wil hij niet met zijn achternaam in de krant; die is wel bij de redactie bekend) schreef NRC naar aanleiding van een artikel uit december waarin korpschefs hun zorgen uitten over het toenemend aantal ‘verwarde personen’ in woonwijken. Die worden amper begeleid en veroorzaken overlast als ze hun medicijnen niet innemen. Regelmatig worden ze in de boeien geslagen omdat niemand zich meer raad weet met hen. In 2017 kreeg alleen al de Rotterdamse politie achtduizend meldingen van overlast door ‘verwarde personen’ – in 2014 waren dat er zesduizend.

Haagse wetgeving hiervoor laat al negen jaar op zich wachten. Eind 2008 schreven ministers Hirsch Ballin en Ab Klink (CDA) een wetsvoorstel dat gedwongen hulp moest regelen voor zorgmijdende psychiatrisch patiënten die thuis wonen. Afgelopen maandag debatteerde de Eerste Kamer daar nog over.

Over de feestdagen getild

Jeroen en zijn broers vragen zich af wanneer ggz-instelling Rembrandthof, waar hun zus al jaren bekend is, zal ingrijpen. Ze hebben gebeld, geschreven. Inmiddels loopt er een verzoek voor een ‘rechterlijke machtiging’ die de rechter moet beoordelen. Hij geeft dan wel of niet toestemming om haar gedwongen op te nemen. De rechter zou bij haar thuis komen, maar dat is „over de feestdagen heen getild”. Ze is nog altijd thuis in haar flat.

Lees ook: Rapport: zorg verwarde personen deugt niet

Wat moet er gebeuren, vraagt Jeroen zich af, voordat iemand ingrijpt? Moet ze misschien haar flat opblazen?

Haar buren zijn wanhopig. Omdat ze de huur elke maand betaalt, kan ze niet uitgezet worden. Een buurman die al ruim tien jaar naast haar woont, voert namens de buren het woord – anoniem om zijn en haar privacy te beschermen (ook zijn naam is bij de redactie bekend). „Het gaat alweer een jaar slechter en ze glijdt langzaam af. Ze schreeuwt, de vismarkt is er niks bij. Ze staat naakt op het balkon. Pizzabezorgers scheldt ze uit voor ‘kut-Marokkanen’. Als we bezoek krijgen, roept ze ‘kut-allochtoon’. Het is soms gewoon eng om in je eigen huis te zijn. Ik ben dan liever op mijn werk. Deze mevrouw kan niet zelfstandig wonen.”

Zeven jaar geleden was een dieptepunt. „Ze deed briefjes in de bus dat we zouden branden in de hel. Ze bonkte op de deuren, bekraste de auto’s. Ze belde zelf honderd keer alarmnummer 112. Toen is er ingegrepen, opeens kon het! Ze werd gedwongen opgenomen en kreeg zware medicijnen. Het was jarenlang rustig. Maar nu lijken haar medicijnen niet meer te werken, of ze neemt ze niet. We zijn weer één stap verwijderd van dat allerergste gedrag.”

De buren hebben afgelopen maanden de huisarts gebeld, de politie weet ervan, broer Jeroen, de vereniging van eigenaren (die niets kan doen omdat ze huurt), de eigenaar van de flat én ggz-instelling Rembrandthof. „Die laatste is de enige die nooit antwoordt.” De buren hebben deze week een brandbrief verstuurd aan „alle mogelijke instanties, inclusief de burgemeester”. De buurman: „We zijn er klaar mee. We willen verhuizen, maar dat kan niet, want met zo’n buurvrouw is het huis onverkoopbaar. En dat is niet eens het belangrijkste: zij heeft húlp nodig. We weten dat ze ziek is en willen eigenlijk gewoon dat ze geholpen wordt.”

Broer Jeroen kent het patroon inmiddels: de ggz-instelling stuurt een ambulant begeleider naar de flat van zijn zus. Die begeleider wordt keihard afgeblaft. Ze wil geen hulp en geen bemoeienis. Na twee keer komt de begeleider niet meer. „Ze is verbaal heel sterk en agressief”, zegt Jeroen. „Je moet van goede huize komen om tegen haar op te kunnen.” In feite, zegt hij, heeft ze drie persoonlijkheden: haar gewone, aimabele zelf. Een koningin die op iedereen neerkijkt, alles zelf wil bepalen en boos wordt als dat niet lukt. En een slachtoffer: alles gaat mis, niemand luistert naar me.

In het verleden is ze een aantal keer opgenomen geweest. Een paar maanden om „de storm uit te zitten”, zoals Jeroen dat noemt. Daar knapte ze van op. Maar nu is dat al twee jaar niet gebeurd. „Doordat het aantal bedden enorm is gereduceerd, wachten ze zo lang mogelijk. Tot het écht niet anders kan.” Het huis is zwaar vervuild.

Ook woningbouwcorporaties hebben dagelijks te maken met mensen die thuis moeten wonen terwijl ze dat eigenlijk niet aankunnen. Landelijk veroorzaken verwarde huurders tweeduizend incidenten per jaar, zoals brandstichting en explosies of agressie tegen buren of medewerkers, volgens de koepel van woningbouwcorporaties Aedes. De corporaties kregen dit jaar nog eens achttienduizend meldingen van ‘structurele overlast’ door verwarde bewoners. 87 procent van de corporaties vindt dat er „te weinig extramurale begeleiding is van mensen met een ggz-achtergrond”.

Elke dag pizza

De zus van Jeroen bestelt elke dag pizza. Verder doet ze voor niemand open. „Ik schrik me elke keer dood als ik haar zie want dan is ze weer zwaarder. Ze weegt ruim 130 kilo.” Hij heeft een rollator voor haar gekocht maar die mag hij niet brengen van zijn zus. Een diëtiste is bij haar thuis geweest. „Na een paar keer te zijn afgeblaft, komt ze niet meer.”

De broers hebben de taken rondom hun zus verdeeld. Een houdt contact met de huisarts, een met de buurman (Jeroen), een met de ggz-instelling en een met haarzelf. Jeroen vindt haar niet meer zielig, dat stadium is al lang gepasseerd. „Ik heb weleens gezegd: ‘Joh, zo’n isoleercel, dat is toch afschuwelijk?’ ‘Nee heerlijk’, zei ze, ‘dan kom ik eindelijk tot rust’.”

Ze hebben leren omgaan met de psychoses, die komen en gaan. En met haar ontkenning van de ziekte. Al is het slopend. Ze stalkt haar broers, telefonisch. „Dan staat er weer zoveel vuil op het antwoordapparaat. Dan moet ik echt even bijkomen.”

Wat zou het beste zijn voor zijn zus? Als ze gedwongen wordt hulp te accepteren, zegt Jeroen.

Ze is nog geen gevaar voor zichzelf of haar omgeving – althans, dat heeft nog geen hulpverlener vastgesteld. Maar dat wordt ze wel als het zo doorgaat. „Het eindigt er met mijn zus altijd mee dat de politie de deur moet intrappen. Het zou fijn zijn als we dat vóór konden zijn.”

Ggz-instelling Rembrandthof zegt in een reactie dat dit soort zaken heel moeilijk is en dat ze in verband met de privacy niet kan ingaan op een individuele patiënt.

Waarom reageert Rembrandthof niet op vragen van buren en familie? „GGZ Centraal (de overkoepelende organisatie, red.) streeft ernaar goed contact te hebben met de naastbetrokkenen, maar dat staat soms op gespannen voet met wensen en privacy van de betrokken patiënt. Ze kunnen kiezen voor onafhankelijke ondersteuning door de familie-vertrouwenspersoon.” Volgens Jeroen heeft niemand hen dat ooit aangeboden.

Maandagavond, vlak voordat de buren hun brandbrief schreven, stond de politie bij de zus van Jeroen op de stoep. De buurman: „Nadat ze een half uur op de deur hadden gebonkt, deed ze open. Ze mochten niet naar binnen, maar praatten een half uur met haar. Toen gingen ze weer weg.”

    • Frederiek Weeda