Ajax-aanvaller Klaas-Jan Huntelaar: „De moraal in het voetbal? Dat is een beetje de emotionele waan van de dag.”

Klaas-Jan Huntelaar: ‘Qua leeftijd houdt het wel een keer op’

Klaas-Jan Huntelaar

De 34-jarige spits van Ajax, afgelopen zomer na negen jaar teruggekeerd in Amsterdam, reflecteert op de voetbalwereld waar hij zijn halve leven in actief is. „Het heeft energie gekost. Maar nooit energie die ik ergens anders in had willen steken.”

Filosoferend over massapsychologie en beeldvorming komt Klaas-Jan Huntelaar op de film Jagten (2012) – Engelse titel: The Hunt. Over een Deens dorp dat zich ongenadig tegen een basisschoolleraar keert nadat hij op basis van een kinderverzinsel wordt verdacht van misbruik van een meisje. „Zo kan het gaan. Als iedereen denkt te weten hoe het zit, maar het blijkt toch anders te zitten.” Niet dat voetballers of trainers zoals het personage van Mads Mikkelsen als opgejaagd wild door de samenleving gaan. „Het is meer dat mensen willen ordenen, willen oordelen”, zegt Huntelaar. „Makkelijk en snel. Maar niet alles is te ordenen of te beoordelen.”

De vraag was waar de spits van Ajax zich eigenlijk het meest over opwindt in de biotoop van het profvoetbal, waar hij al een half leven in actief is. Dat dus. „Snelle conclusies, makkelijke meningen”, zegt hij. Wat hij precies bedoelt? Een week na het interview, gevraagd naar een aantal voorbeelden, zegt hij er „zoveel” te kunnen geven. Maar hij doet het niet.

Is beeldvorming zo’n probleem voor je geweest? Je hebt meestal prima pers gehad.

Huntelaar: „Het is niet echt een probleem, maar het kan irritant zijn. Vaak komt het van mensen die er zelf niet mee te maken hebben gehad. Of er niet bij waren. Die zeggen iets, anderen nemen het over. Zo gaat iets een eigen leven leiden. En neemt de massa het voor waar aan.”

Heb je andere spelers zien knakken onder druk van, laat ik zeggen, opinievorming?

„Weleens, ja. Of dat je er van gehoord hebt, niet zelf gezien. Maar ook jongens onder druk van hun ouders hè. Dan is het nog harder, dichterbij. Ik ga geen namen noemen, ik denk dat je ook wel voorbeelden weet van jongens die het niet gehaald hebben onder druk. Dat komt altijd ergens vandaan.”

Hoe ben jij daar doorheen gerold?

„De druk die ik voelde kwam meer van mezelf, dat ik wilde presteren. Dat ik iets voor ogen had wat ik wilde bereiken. Of van trainers die iets eisten. Eigenlijk niet van thuis.”

Je begon in de luwte. Na de PSV-jeugd via De Graafschap en AGOVV naar Heerenveen. Daarna pas de top. Hielp dat?

„Weet ik niet. Het is ook wel prettig als je sneller doorstart. Bij een grote club speel je met grote spelers, dat kan voordelig zijn. Maar voor een spits bijeen grote club geldt: ze willen die zekerheid van goals. Je ziet toch vaak met spitsen dat er net even wat minder tijd is, minder geduld. Spitsen, keepers ook trouwens, hebben met keiharde feiten te maken. Op een andere positie kun je het vaak wat langer gewoon laten zien of je het in je hebt.”

Ooit de balen van voetbal gehad?

„Nooit. Het heeft wel energie gekost. Maar nooit energie die ik aan iets anders zou willen geven. Het is altijd natuurlijk geweest. Als dat niet zo zou zijn, zou ik niet meer willen voetballen. Als het aan je gaat vreten.”

Vreet het aan je als je niet scoort?

„Tuurlijk. Maar uiteindelijk smaakt het dan nog beter als ie valt. Een soort uitgestelde honger. En dat je dan te eten krijgt. Dan is het schrokken. Vaak maak je dan ook meteen de tweede.”

Hoe dwing je dat af?

„Volle bak blijven gaan, voorwaarden creëren dat die kansen komen. Dat is het belangrijkste voor een spits. Als je dertig keer diep kan gaan per wedstrijd, kun je dertig keer tot een kans komen. Een ander kan het misschien maar tien keer. Vijftien keer. Dan heeft-ie maar vijftien keer de kans om tot iets te komen. Zo probeer je elke keer die grens te verleggen.”

Zijn jaren bij Schalke 04 hebben hem gehard. „Het was met trainen soms dat je dacht: dit is te veel. Of bijna te veel. Maar uiteindelijk verleg je daarmee wel je grens. ‘Oké het was veel, maar je kan het. Dus kan je het de volgende keer ook weer. En ook weer. En ook weer.’ Het is steeds de grens opzoeken: wat kan net wel, wat kan net niet. En doordat ‘net niet’ komt dat ‘net wel’ ook weer dichterbij.”

Lees ook deze column van Wilfried de Jong over de fluimen van Huntelaar

Maar natuurlijk dooft het licht, langzaam. Hij is 34 nu, het jaargetijde van zijn spelerscarrière is late herfst. „Zeg maar gerust winter. Het is nog niet af. Maar qua leeftijd houdt het wel een keer op he.” We zitten op een terras in het Cascade Resort in het Portugese Lagos, waar Ajax zich vorige week voorbereidde op de tweede seizoenshelft. Zijn terugkeer naar Ajax deze zomer was in de wetenschap dat hij als tweede spits werd aangetrokken, achter Kasper Dolberg. Die is nu geblesseerd. Zondag, thuis tegen Feyenoord om 14.30uur, hervat Huntelaars jacht op wat zijn eerste landstitel moet worden.

Hij woont met zijn vriendin en vier kinderen in Angerlo, randje Achterhoek. Stevig geworteld in de omgeving waaruit hij voortkomt, met een zekere hang naar het vertrouwde, het authentieke. Ook met spullen. „Mijn sponsor zegt altijd dat ik een van de zuinigsten ben. Als schoenen lekker zitten, doe ik er moeilijk afstand van. Maar goed, elke drie maanden hebben ze een nieuwe kleur, dan sturen ze toch weer drie paar.”

Je houdt je bezig met duurzaamheid, ook via je stichting. In welk opzicht?

„In alles eigenlijk. Niet alles hoeft nieuw, oude dingen kunnen vaker gebruikt worden. Dat is goed voor het milieu, maar ook gewoon leuker. Oude dingen hebben meer karakter, wat krasjes soms, extra charme. Neem stadions tegenwoordig. Ik hou van die stadions die in de loop der jaren zijn geworden tot wat ze zijn. Waar eerst nog niet geld genoeg was en pas later is bijgebouwd. Dat heeft meer charme dan zo’n vierkant stadion waar alles naast elkaar staat, die eenheidsworst.”

Wat vind je als voetbalromanticus van bijvoorbeeld een WK voetbal in Qatar (2022)?

„Het is niet echt een voetballand. Je hoort de negatieve verhalen, er gebeurt van alles daar. Tegelijkertijd is er altijd wel ergens wat, dat hoor je vaak bij grote sportevenementen. Ik wil niet zeggen dat het goed is…”

Het gaat over de vele doden bij de stadionbouw. Zonder WK waren die niet gevallen.

„Ja. Maar anders waren ze misschien ergens anders gaan werken, waren ongevallen misschien daar gebeurd. In een ander land. Het is vraag en aanbod, in dit geval van werk. Mensen gaan dat werk doen, anderzijds proberen de aannemers in Qatar zo goedkoop mogelijk mensen in te huren. Moeilijk om daar op afstand over te oordelen. In Enschede zijn ook mensen overleden toen een stadion gebouwd werd.”

Onvergelijkbare arbeidsomstandigheden…

„Dat neem ik ook aan. Maar in Afrika bijvoorbeeld zijn de leefomstandigheden ook weer slechter. Wat ik zeggen wil: er is altijd oneerlijkheid in hoe het is verdeeld.”

Vind je eigenlijk iets van de hoogte van transfersommen tegenwoordig?

„Beetje schuiven van geld is het hè. Als de ene zoveel betaalt, betaalt de andere weer zoveel voor de volgende. Bizarre bedragen, maar uiteindelijk zie ik het niet echt als een reëel bedrag. Ze willen gewoon die speler kopen, plakken er een getal op. Het ontwikkelt zich steeds weer door, het wachten is op de volgende. Nu lees je dat Real 400 miljoen voor Neymar over heeft. Tja. Als ze er een half miljard uithalen is het een goede deal.”

Jij moest zelf bij Real weg nadat de nieuwe preses grotere sterren beloofde.

„Dat is zoals het gaat in Spanje. Een voorzitter belooft iets, wordt gekozen en dus wordt het uitgevoerd. Op dagelijks basis is het wel menselijker hoor, maar sec bezien heeft het wel wat weg van handelswaar.”

Is er een moraal in het voetbal?

„De moraal… dat is een beetje de emotionele waan van de dag. Het gaat om winnen, uiteindelijk bepaalt dat hoe de moraal er voor staat. Dat is voor iedereen duidelijk, zeker als je er langer in zit. Het is niet altijd fair, maar je hebt geen tijd om ergens in te blijven hangen of te veel over te denken. Dan verlies je tijd. Je moet trainen, spelen. En door.”

Uit menselijk oogpunt is Marcel Keizers ontslag moeilijk te verkroppen. Toch?

„Voor alle betrokkenen, denk ik. Uiteindelijk is het de directie die verantwoordelijk is, die een keuze maakt. Neemt niet weg dat het niet makkelijk is na wat we met elkaar hebben meegemaakt. Hoe hij het gemanaged heeft na het drama met Nouri, heel knap. Echt. En qua spel en punten… Natuurlijk hadden we meer punten moeten hebben. We staan er nu vijf achter op PSV. Maar als kijkt naar de kansen, hoe we speelden, daar zat echt wel een stijgende lijn in. Maar: de directie neemt een beslissing.”

Het was na een training eind december dat Huntelaar een belletje kreeg. Trainer ontslagen. Net toen Ajax aan de betere hand leek na een op alle fronten dramatische seizoensstart. Erik ten Hag volgde Keizer in de winterstop op. Huntelaar heeft in vijftien jaar profvoetbal „trainers zien komen, trainers zien gaan”. Afgemeten: „Het is part of the job.”

Bij Schalke werkte je met een coach die een burn-out had. Als je trainers zo ziet worstelen, denk je dan: die druk is iets voor mij?

„Druk is maar net wat je jezelf oplegt. Iedere trainer wil het maximale eruit halen, die druk leg je jezelf op. En wat anderen erover denken kun je een beetje beïnvloeden. Bijvoorbeeld door in een interview te zeggen hoe het echt zit. Maar meestal kan je toch niet vechten tegen meningen. Ik neem mezelf altijd wel voor dat als iemand iets roept of schrijft waarin je je niet herkent, waarom zou je daar energie in steken? Waarschijnlijk heeft diegene dat ook niet gedaan, anders zou hij het niet zo zeggen of schrijven.

„Of het iets voor mij is… Ik zou het nu nog niet weten, ben er niet echt mee bezig. Als je tijdens het voetbal al met andere dingen bezig bent mis je focus. Dat komt later wel.”

    • Bart Hinke