Recensie

Prettig-pittige gerechten in fraai ‘ruimtestation’

Foto Walter Herfst

Je merkt pas de volgende ochtend dat de kunstig ontworpen en fraai ogende koperkleurige afzuigers – die je naar believen naar beneden kunt trekken om ongewenste luchtjes af te voeren of omhoog duwen als je je tafelgenoot wilt aankijken – niet hebben kunnen verhinderen dat je kleren rijp zijn voor de stomerij. Deze boven alle tafels hangende afzuigers geven het restaurant een ietwat vervreemdende uitstraling, alsof je in een yellow submarine zit of in een ruimtestation dat om de aarde cirkelt.

Maar we zitten in Seoul Sista, een Koreaans barbecuerestaurant onder de parkeergarage aan de Hartmansstraat. (Voor filmfestivalgangers: als je uit Cinerama komt, de eerste zijstraat aan je linkerhand.) De zaak ging een maand of twee geleden open, op deze regenachtige maandagavond in januari zijn alle tafels bezet.

Eigenaar Wing Li was twintig jaar lang IT-consultant voordat hij in de voetsporen van zijn ouders trad die in de jaren zeventig een buurt-Chinees runden in de Achterhoek. In 2012 opende hij zijn eerste YoYo! Fresh Tea Bar waarvan Rotterdam er nu drie telt (en Amsterdam en Den Haag ieder één), in de Markthal draait bijna anderhalf jaar zijn Koreaanse streetfoodzaak Supersauer en nu is er dus Seoul Sista, zijn nieuwste concept. De afzuigers zijn uitgevoerd naar eigen ontwerp, net als de stalen frames waarin tafels en stoelen zijn gemonteerd; schuiven met je stoel is er daardoor niet bij.

Hij is zelf druk in de zaak zonder dat hij heeft bezuinigd op personeel. Jonge mannen en vrouwen draven af en aan met volle bladen. Terwijl we de kaart bestuderen, willen we beginnen met Koreaanse sake die even later komt in een vaasje met twee eierdopjes (11 euro). Warm, precies zoals we ons herinneren van de eerste keer dat we een Japans restaurant bezochten, maar we bedoelden koud.

Het meisje dat ons bedient, zegt: „Roep me als je vragen hebt. Mijn naam is Kim.” We besluiten kriskras uit de kaart te kiezen omdat we van alles willen proeven. De gerechten zijn gerubriceerd onder de hoofdjes ‘barbecue’, ‘stew’, ‘kimbab Korean sushi’, ‘noodles’, ‘rice dishes’, ‘pancake’, ‘raw dishes’, ‘pan fried’, ‘stirfry en ‘salad’. Omdat de formule die van ‘all-you-can-eat’ is (26,50-28,50 euro per persoon), word je geacht om hier tweeënhalf uur door te brengen en per ronde niet meer dan drie dingen te bestellen. Dat laatste hadden we niet goed begrepen, waardoor we veel te veel kruisjes op ons formulier hebben. Maar Kim is gelukkig niet boos.

We vragen nu expliciet om koude sake, maar die komt in zo’n zelfde vaasje. Wat drinken ze dan aan het belendende tafeltje? Uit een flesje schenken ze telkens borrelglaasjes vol. Wing Li ziet ons kijken en komt toegesneld. Het blijkt om soju te gaan, een Koreaans drankje met een alcoholpercentage van 20,1 procent gemaakt van gerst en zoete aardappel. Doe daar dan ook maar een flesje van (350 ml, 15,50 euro).

Intussen zijn de vijf bijgerechten geserveerd, waaronder kimchi, de fameuze pikante, gefermenteerde witte kool, alles in vierkante schaaltjes, en als al het andere bestelde komt, staat ons tafeltje propvol. Wing toont ons hoe we de tafelgrill moeten bedienen en daarmee begint voor ons het werk. Varkensbuik, rundvlees en sint-jacobschelpen worden rauw geserveerd, net als de sashimi van zalm en tonijn (2 euro extra) maar die eet je ook rauw. Het grillplaatje wordt loeiheet, het is oppassen om het vlees niet te laten verbranden. De bibimbab zit in een ruime kom. „Koreaanse hutspot”, noemt Wing dit gerecht als hij met een lepel de ingrediënten door elkaar roert.

Hij gaat sowieso geen vergelijking uit de weg, want als we vragen hoe het komt dat Koreaans eten zo populair is, zegt hij: „Koreaans is het Italiaans van de Aziatische keuken.”

Zeker zijn de gerechten smakelijk met prettig-pittig als hoofdtoon, maar mijn gevoel zegt dat het hier vooral om beleving gaat – en die is oké.

    • Frank van Dijl