Opinie

    • Hubert Smeets

Offert SPD zichzelf, oog in oog met het kleinere kwaad?

Alle vleugels refereren zondag op het SPD-congres waarschijnlijk aan Weimar, schrijft Hubert Smeets. Het verleden is in Duitsland nog steeds hedendaags.

De herinnering aan Weimar, die noodlottige veertien jaar tussen het keizerlijk Duitsland en het Derde Rijk, was in Duitsland nooit ver weg. Nu het land met zes partijen in de Bondsdag al vier maanden onregeerbaar lijkt, doemt het historische angstbeeld nog vaker op.

„Door te veel polarisatie en competitie wie de beste antifascist is, wordt uiteindelijk alleen rechts sterker”, zei niemand minder dan parlementsvoorzitter Wolfgang Schäuble vlak voor de jaarwisseling. Hij bedoelde dat Alternative für Deutschland (AfD) de lachende derde zou zijn als de socialistische SPD zou weigeren om een ‘grote coalitie’ met het CDU/CSU te vormen.

AfD verwerpt die associatie natuurlijk. Om haar geloofsbrieven op te poetsen wil AfD zijn wetenschappelijke bureau zelfs vernoemen naar de keurige liberale nationalist Gustav Stresemann (1878-1929), tot zijn dood leider van de Deutsche Volkspartei (DVP). Alle partijen hebben hun ‘stichtingen’ vernoemd naar politici of cultuurdragers wier blazoen niet door Hitler is bevlekt. Vandaar dat AfD zich verre houdt van persmagnaat Alfred Hugenberg (1865-1951), de chef van de aartsconservatieve DNVP die tot 1945 in de Rijksdag bleef zitten. Nobelprijswinnaar Stresemann staat wel boven elke verdenking. Als Weimars minister van Buitenlandse Zaken zocht hij vanaf 1923 een opening naar Frankrijk en loodste hij zijn land de Volkerenbond binnen. Dat Stresemann het andere buurland Polen wel minachtte, is detail en voor AfD wellicht een krentje in de pap.

Schäuble refereerde echter aan een andere erfenis van Stresemann. Net als een progressief liberale concurrent ging de DVP, die tot zijn dood steeds een kleine 10 procent had gehaald, na 1929 in hoog tempo kapot. De FDP zag die bui hangen en stapte uit de regeringsformatie.

De hete aardappel ligt nu op het bord van oud links. Stapt de SPD in een ‘grote coalitie’ met CDU/CSU of gokt ze dat AfD er bij vervroegde verkiezingen niet met de buit vandoor gaat? De top wil verantwoordelijkheid nemen. De basis gromt.

Alle vleugels zullen op het SPD-partijcongres zondag in Bonn waarschijnlijk aan Weimar refereren. Want weer staan de sociaal-democraten oog in oog met een ‘kleiner kwaad’, zoals de SPD haar beleid noemde om in 1930 toch maar een rechtse regering te gedogen, omdat die tenminste niet naar nazi’s of stalinisten rook.

Een politiek verschil met nu is dat de SPD in de jaren twintig steeds de grootste partij was. De partij had aan de wieg gestaan van de Weimar-republiek, was goed georganiseerd en principieel parlementair. Politieminister Gustav Noske had de toon gezet toen hij in 1918/1919 een communistische opstand van Rosa Luxemburg (naam van de stichting van Die Linke) neersloeg onder het motto ‘één moet de bloedhond zijn’. Nog belangrijker is dat de maatschappelijke verhoudingen een stuk stabieler zijn dan toen. De grondwet functioneert en de economie bloeit.

Kennelijk zijn paralleltrekkers als Schäuble toch niet zo zeker van hun zaak als het bruto binnenlands product rechtvaardigt. Daar is iets voor te zeggen. Historicus Eckart Conze ziet verschillen: geen vrijkorpsen, wel zeven decennia democratie. Maar er is volgens hem ook een analogie: op sociale media – waar het woord Lügenpresse weer populair is – waart de geest van persmagnaat Hugenberg. Weimar werpt niet langer een schaduw over het huidige Duitsland, aldus Conze, maar zet wel een schijnwerper op de bedreigingen.

Het verleden is nog steeds hedendaags, zeker nu in Duitsland.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.

    • Hubert Smeets