NRC checkt: Helft 12- tot 16-jarigen vindt zichzelf verslaafd aan sociale media

Dat was vorige week de kop boven een artikel op de site van de NOS.

De aanleiding

De helft van de 12- tot 16-jarigen vindt zichzelf verslaafd aan sociale media, kopte de NOS vorige week op de site. Een behoorlijk aantal, dat grif overgenomen werd op andere nieuwssites. Al roept die bevinding vragen op: bekend zijn metingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2015, waarin 18 procent van de jongeren zichzelf verslaafd vindt.

Wat is er in ruim twee jaar tijd gebeurd? Klopt de bewering ‘De helft van de 12- tot 16-jarigen vindt zichzelf verslaafd aan sociale media’?

Waar is het op gebaseerd?

De bron van het NOS-nieuws is onderzoek van universitair hoofddocent Regina van den Eijnden, verbonden aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Van den Eijnden komt uit de „verslavingshoek”; doel van deze studie is onderzoeken of er zoiets als afhankelijkheid van sociale media bestaat. Zijn er risicogroepen voor socialemedia-verslaving? Kun je ouders handvatten geven?

Van socialemediaverslaving kunnen onderzoekers officieel niet spreken, omdat de aandoening niet is opgenomen in de DSM-5, het handboek voor psychiatrische diagnostiek. Daarom werd leerlingen – onder meer – gevraagd of ze zichzelf verslaafd voelen. De studie loopt nog.

Dat de studie de NOS-site haalde, hangt samen met ander nieuws van twee dagen ervoor. Aandeelhouders van Apple schreven op 6 januari een open brief aan het bedrijf, waarin ze Apple opriepen meer te doen om smartphoneverslaving te voorkomen. Van den Eijnden werd gebeld voor achtergrond, maar werd zelf het nieuws.

Lees ook: De goede voornemens van Facebook

En, klopt het?

De enquête van Van den Eijnden werd ingevuld door 2.700 leerlingen tussen de 12 en 16 jaar. Hele klassen, van zes verschillende scholen vulden de vragenlijst in. Sociale media kreeg een open definitie: ‘bijvoorbeeld WhatsApp, SnapChat, sociale netwerksites zoals Facebook, Instagram, Google+, Pinterest en forums en weblogs’.

Op de vraag: ‘In hoeverre voel je je verslaafd aan sociale media’, waren vijf antwoorden mogelijk: helemaal niet verslaafd, bijna niet verslaafd, een beetje verslaafd, best wel verslaafd, heel erg verslaafd.

De NOS komt aan het hoge verslavingscijfer door alle leerlingen die één van de drie laatste hokjes aanvinkten samen te nemen: 53 procent. Dus ook jongeren die zichzelf een beetje verslaafd vinden, tellen mee. En uitgerekend die groep is veruit de grootste: maar liefst 35 procent. Tel je die groep níét mee, dan krijg je een veel minder alarmerend beeld: 18 procent vindt zichzelf dan verslaafd. Precies het aantal van de CBS-meting uit 2015. Een onderzoek dat onder een bredere groep is afgenomen (tussen 12 en 25 jaar) en waar op de vraag Ik vind mezelf verslaafd aan sociale media’ slechts twee antwoorden mogelijk waren: wel of niet verslaafd. Kennelijk noemen veel minder jongeren zichzelf verslaafd, als de nuance (‘een beetje’) wegvalt. Daarbij komt: rekenen is tricky, want moet je bijvoorbeeld ook de categorie ‘bijna niet verslaafd’ meerekenen in dit geval?

Veiliger en preciezer dan in de kop formuleert de NOS het nieuws in het bericht zelf: de helft van de 12-16 jarigen voelt zich in ‘meer of mindere mate’ verslaafd aan sociale media.

Conclusie

De Utrechtse onderzoekers vroegen jongeren naar de mate waarin ze zichzelf verslaafd voelen aan sociale media. De NOS nam drie groepen leerlingen samen die zich een beetje, best wel en heel erg verslaafd voelen, en noemt die ‘verslaafd’. Omdat dat cijfer niet onjuist, maar wel een enigszins vertekend beeld geeft – zie de CBS-meting – beoordelen we de bewering ‘Helft 12- tot 16-jarigen vindt zichzelf verslaafd aan sociale media’ als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Lineke Nieber