Recensie

‘Hamlet’ door Opera2day grijpt bij de lurven

Zelden gespeelde opera overtuigt dankzij de goede zangers. De filmbeelden maken hun meerwaarde niet altijd duidelijk.

Foto Opera 2 Day

Een vergiftigde Deense koning. Diens vrouw, die met zijn moorddadige broer de koffer induikt. Een jonge prins die ten onder gaat aan wraakzucht, paranoia en waanzin.

Ziehier Shakespeares Hamlet in een notendop. De Franse componist Ambroise Thomas (1811-96) werkte de tragedie om tot een opera, die tussen 1872 en 1919 maar liefst 153 keer te zien was bij het Haagse Théâtre Français. Tegenwoordig wordt het werk een stuk minder gespeeld. De reden: Thomas’ Hamlet is onversneden ‘grand opéra’, een genre dat met zijn epische proporties, kolossale koorscènes en balletintermezzo’s nogal zwaar op de begroting drukt.

Stevige coupures

Uitgerekend het kleine Haagse muziektheatergezelschap Opera2day vat deze maanden de koe bij de hoorns. In afgeslankte vorm weliswaar. Regisseur Serge van Veggel schrapte de balletmuziek en wist 3,5 uur met stevige coupures terug te snoeien naar twee. De elf solisten doen tevens dienst als koor en het orkest is ingedikt tot een vijftienkoppig ensemble.

Bijkomende ingreep: de filmbeelden van cineaste Margo Onnes, die (aldus het programmaboek) Hamlets binnenwereld zichtbaar maken. Of de projecties van donkere wouden, tarkovskiaanse waterspiegels en een ronddolend koningsspook hun introspectieve belofte waarmaken? Soms.

Goed gevonden is het moment waarop het gelaat van Ophélie in rook oplost als Hamlet breekt met zijn lief. Vaak is het witte doek, met close-ups van de personages op het podium, eerder een visueel verlengstuk van de bühne dan een filmische periscoop in de krochten van de menselijke ziel.

Elastische fraseringen

Het jonge New European Ensemble verdiepte zich onder dirigent Hernán Schvartzman in de uitvoeringspraktijk van omstreeks 1900. Het gezelschap overtuigt in de lichter geïnstrumenteerde passages, waar het met expressieve glissando-lijntjes en elastische fraseringen een gloedvol dan wel duister kleurend klankdecor optrekt voor de zangers. Ook fraai gespeeld: de saxofoonsolo tijdens de play-within-a-play-scène, waarin Hamlet de gifmoord op zijn vader reconstrueert.

In de secties waar Thomas’ originele partituur om een potiger klankgemiddelde vraagt, maakte het ensemble tijdens de première een wat overstuurde indruk, de arrangeerkunsten van Daniël Hamburger ten spijt.

Slagersmes

Dat de voorstelling toch bij de lurven grijpt, is mede te danken aan de goede zangerscast. De Hamlet van bariton Quirijn de Lang deed (al dan niet door première-stress) aanvankelijk wat gemanierd aan met overdadige portato-snikjes en ruim bijgemengd vibrato. Gaandeweg kregen zijn stem en fraseringen echter meer diepte en maakte hij met steeds urgenter acteerwerk de existentiële vertwijfeling van zijn personage voelbaar.

Martina Prins (Koningin Gertrude) plooide haar volumineuze sopraan moeiteloos naar de ensembleklank en vertolkte haar personage zo innemend dat je van de weeromstuit begon te twijfelen aan haar doortrapte trouweloosheid. Sterk was ook het optreden van Lucie Chartin (Ophélie) die met hysterische coloraturen, priemende waanzinsblik en slagersmes een bloedstollende zelfmoordscène afleverde.