Hulp bij schulden schiet tekort

Nationale ombudsman Gemeenten zijn te afwerend, en overvragen de burger, zegt de Nationale ombudsman.

Gemeenten laten ten onrechte burgers die in de schulden zijn geraakt zitten met hun problemen. Hiervan zijn minderjarige kinderen soms de dupe. Dat concludeert de Nationale ombudsman, Reinier van Zutphen, deze vrijdag in zijn rapport Een open deur?.

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening schrijft juist voor dat schuldhulp „breed toegankelijk” moet zijn, en dat groepen niet op voorhand mogen worden uitgesloten. Toch moeten burgers een veelheid aan documenten aanleveren voor ze in aanmerking komen voor hulp. Groepen als zzp’ers en mensen die in scheiding liggen blijken bovendien geregeld categorisch te worden uitgesloten.

De kwestie is hardnekkig: onderzoekers van de Hogeschool Utrecht kwamen in 2014 in grote lijnen tot dezelfde conclusies. Die leidden tot Kamervragen en, in 2015, tot een oproep aan gemeenten tot beterschap van toenmalig staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA).

Maar nog steeds gaan gemeenten, volgens de ombudsman, te vaak „voorbij aan de financiële nood en aan de hulpvraag” van „uitgesloten doelgroepen”.

Schulden stapelen zich op

De Nationale ombudsman onderzocht de toegang tot de schuldhulp onder meer door 730 burgerdossiers in elf gemeenten door te spitten. Het onderzoek is bedoeld als opmaat naar een studie naar de schuldhulppraktijk bij meer gemeenten.

Bij mensen die scheiden geldt in alle onderzochte gemeenten nog altijd dat een schuldregeling pas mogelijk is als de rechter zich heeft uitgesproken over de scheiding van de boedel, omdat pas dan duidelijkheid ontstaat over iemands afzonderlijke financiële situatie. Maar zo’n scheidingsprocedure kan maanden duren. „Intussen stapelen de schulden zich op.”

Ook mensen die eerder schuldhulp hebben gehad, wordt geregeld de toegang geweigerd. Net als zzp’ers met schulden: zes van de elf gemeenten bieden hun geen schuldhulp. De betrokken gemeenten volstaan met een verwijzing naar een bijstandsvoorziening voor zelfstandigen. Maar die bijstand, zegt de ombudsman, „lost het probleem van die burgers niet op. Het is geen omvattende regeling waarmee je van je schulden af raakt.”

Te vaak kijken gemeenten „niet naar individuele omstandigheden, niet naar de maatschappelijke kosten van voortdurende schuldenproblematiek en – volgens de ombudsman het meest zorgelijke punt – „niet naar de kwetsbare positie van eventuele minderjarige kinderen.”

Gemeenten schrikken burgers bovendien af door de veelheid aan papierwerk die ze opvragen voor de schuldhulp kan beginnen. Begrijpelijkerwijs willen gemeenten zich een beeld vormen van de financiële situatie van burgers, maar ze schieten geregeld door, blijkt uit het rapport. Eén gemeente vroeg om afschriften van de spaarrekening van thuiswonende kinderen, „ook als hier geen tegoed op staat”. Een andere gemeente eiste een aanlevering van documenten „zonder nietjes”.

De Ombudsman pleit voor een „ruimhartiger” toegang. Iedere burger verdient een persoonlijk gesprek om zijn problemen toe te lichten, zegt de ombudsman, „zonder eisen vooraf”.

Door hoepel springen pagina 10
    • Ingmar Vriesema