Felle kritiek op door EU betaalde speurders naar nepnieuws

Anti-nepnieuws

De EU heeft een eigen factcheck-dienst. Deze EU vs Disinfo noemde twee Nederlandstalige publicaties – van de rechtse sites GeenStijl en TPO – onlangs nepnieuws. Tot woede van beide sites. Moet een EU-dienst de pers controleren?

Madeleine de Cock Buning (links), hoogleraar in Utrecht en voorzitter van het Commissariaat voor de Media, en Europees commissaris Mariya Gabriel (Digitale economie en samenleving), presenteerden vorig weekend de plannen van de Europese Taskforce Nepnieuws. Foto EPA

„We zijn op weg naar een media-censurerende EU”, schrijft Bas Paternotte vrijdag op zijn rechtse nieuws- en opiniesite TPO. „Dit is een ronduit beangstigende ontwikkeling.”

Paternotte is er zojuist achter gekomen dat een artikel van TPO voorkomt in de lijst met nepnieuwsberichten die een organisatie die werkt onder de vlag van de EU heeft opgesteld. In het artikel uit november 2015 schreef TPO-journalist Chris Aalberts over Oekraïne: „Onpartijdige media bestaan in het land niet, oligarchen hebben enorme macht, een verzetsleger dat in de Tweede Wereldoorlog honderdduizend Poolse Joden de dood in joeg wordt nog steeds aanbeden.”

Niet waar, concludeert de organisatie op de website EU vs. Disinfo, met summiere uitleg: „Dit artikel lijkt erop gericht te zijn om het imago van Oekraïne voorafgaande aan het Oekraïnereferendum te verslechteren.”

Wat de factcheckers over het hoofd zien, is dat de tekst van Aalberts niet zijn eigen woorden zijn, maar een parafrasering van freelance journalist Stefan Huijboom die aanwezig was op de debatavond over Oekraïne, waarover Aalberts de reportage schreef. „De context is helemaal weg”, zegt Aalberts aan de telefoon. „Ze hebben met Google Translate wat zinnen over Oekraïne vertaald die hen niet zinnen.”

Corrupt en fascistisch

Een dag eerder kwam het rechtse blog GeenStijl er achter dat ook een artikel van hen op de zwarte lijst van de Europese factcheckers was verschenen. GeenStijl zou hebben geschreven dat Oekraïne een „zeer corrupt en fascistisch land” is dat „het centrum vormt van internationale drugs- en mensenhandel”. Niet waar, aldus EU vs. Disinfo, het artikel „herhaalt oude desinformatie” en „onderbouwt [die] niet met feiten”.

GeenStijl verwijst in het gewraakte artikel wel degelijk naar bronnen, met hyperlinks naar onder meer een opiniestuk in de Britse krant The Guardian en een corruptie-onderzoek van ngo Transparency International. Cijfers over drugs- en mensenhandel komen van de VN-organisatie voor migratie IOM, al werkt de link niet meer, schrijft GeenStijl donderdag in een tegenstuk.

Belangrijker nog, GeenStijl schreef niet dat Oekraïne een corrupt en fascistisch land is. In plaats daarvan noemde het Oekraïne „een van de meest corrupte overheden van dit continent” met een „fascistische politieke onderstroom”.

EU-factcheckers

De onzorgvuldigheden roepen vragen op over wat EU vs Disinfo is. En in hoeverre een EU-dienst zich moet bezighouden met het controleren van de pers. De twee Nederlandse sites vinden dat Brussel zich daar verre van moet houden, en krijgen bijval van journalisten op Twitter.

De website EU vs Desinfo is onderdeel van East Stratcom Task Force, opgezet in 2015, en goedgekeurd door EU-lidstaten, om de „continue desinformatie-campagnes van Rusland aan te pakken”. In november had de site 3.500 voorbeelden van desinformatie verzameld. De groep publiceert artikelen over desinformatie en informeert EU-organisaties. Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) pleitte in december ervoor de anti-Kremlinwebsite te „versterken”.

Volgens EU vs Disinfo zelf leunt het op een netwerk van „meer dan vierhonderd experts, journalisten, ngo’s en denktanks in meer dan dertig landen”. De Nederlandse factcheckers van de Universiteit Leiden, die ook met Facebook samenwerken tegen nepnieuws, hebben nooit contact gehad met EU vs. Disinfo, zegt Alexander Pleijter van het samenwerkingsverband Nieuwscheckers: „We zijn nooit benaderd.”

Ook TPO-journalist Aalberts zegt nooit contact met de groep te hebben gehad over waar hij zijn informatie vandaan zou hebben gehaald. “Iemand op Twitter wees me erop dat ik in hun database werd genoemd.”

„Wij zijn stomverbaasd over het amateurisme van EU vs Disinfo”, zegt Peter Burger, ook van Nieuwscheckers. „Hier worden normale journalistieke artikelen bestempeld als nepnieuws en journalisten verdacht gemaakt om onterechte redenen.” Burger hekelt het feit dat EU vs Disinfo geen uitleg of bronvermelding bij zijn oordeel voegt.

Meer Nederlands ‘nepnieuws’

GeenStijl en TPO zijn niet de enige Nederlandstalige sites die zijn opgenomen in de nepnieuwslijst. Ook het regionale dagblad De Gelderlander (Persgroep) wordt genoemd met een artikel uit januari 2017, waarin de fabrikant van de Boek-raket claimt dat de raket waarmee MH17 werd neergehaald niet vanuit Russisch, maar Oekraïens gebied is afgeschoten. Nepnieuws, aldus de factcheckers.

„Dat is hooguit slechte journalistiek”, zegt Alexander Pleijter. „Maar nu staat er ‘Disinforming outlet: De Gelderlander’. Het medium wordt gediskwalificeerd, niet de bron waarop het medium zich baseert.”

Het radioprogramma De Nieuws BV (BNNVARA) komt ook in de database voor, met een interview met de Vlaamse onderzoeksjournalist Pieter Stockmans op 7 september 2016. ‘Disinforming outlet: Dutch NPO radio channel’, aldus EU vs Disinfo.

„Kwalijk”, vindt Pleijter dat label. „Want daarmee zeg je dat deze media bewust misleidende verhalen de wereld in helpen.” Beter vindt hij om het woord misinformatie te gebruiken, waarbij geen sprake is van opzet.

Volgens woordvoerder Adam Kaznowksi van EEAS, de Europese dienst waar het anti-Kremlin-initiatief onder valt, is het helemaal niet de bedoeling om de media weg te zetten als ‘misleidend’: „We zeggen alleen dat het bericht óf feitelijk onjuist is óf onjuiste narratieven gebruikt die door pro-Kremlin-activisten of het Kremlin zelf zijn verspreid.”

De artikelen van GeenStijl, TPO en De Gelderlander blijken te zijn ingezonden door Promote Ukraine, een Belgische belangenorganisatie die Oekraïne en Brussel nader tot elkaar wil brengen. Kaznowski benadrukt dat het netwerk van vierhonderd journalisten en experts „meerdere keren” een stelling checken die bij de organisatie is ingezonden. Ook wijst hij op het klachtenformulier op de site. „We zijn heel open over fouten.”

Als dit hun kwaliteitsstandaard is, dan willen wij daar niets mee te maken hebben, aldus Alexander Pleijter. Zijn Nieuwscheckers heeft een factcheckerslabel van de internationale journalistenorganisatie Poynter gekregen, dat onder meer een transparante werkwijze, financiering en bronvermelding voorschrijft. „Aan die richtlijnen voldoet deze EU-club niet”, zegt Pleijter.

Taskforce Nepnieuws

Deze week werd bekend dat de Europese Commissie dit voorjaar nog met maatregelen komt tegen nepnieuws. Die Taskforce Nepnieuws, bestaande uit veertig Europese media-experts, zal onder leiding staan van Madeleine de Cock Buning, hoogleraar mediarecht in Utrecht en voorzitter van het Commissariaat voor de Media.

In een interview met NRC antwoordde ze op de vraag ‘Waar gaat dit naar toe? Een Europees keurmerk voor echt nieuws en nepnieuws?’: „Dat zou een optie zijn. Maar we streven niet naar zoiets als een Ministerie van Waarheid.”