Een rookverbod zonder sancties

Gezondheid

Op sommige plekken in Amsterdam mag niet gerookt worden in de buitenlucht. Hoewel overtreders niet bestraft worden, houden de meeste rokers zich er aan.

Op het Waterlandplein in Amsterdam Noord geldt sinds kort een rookverbod, net als op de pont over het IJ. Foto Olivier Middendorp

De klep gaat omhoog, de pont vaart weg, achter het Centraal Station vandaan naar de overkant van het IJ. Een straffe noordooster doet de passagiers huiveren in hun winterjassen. Fietsers, brommers, voetgangers. Is er iemand die durft te roken? Ja, één, op het achterdek, een wat oudere man. Hij haalt een pakje tabak uit zijn zak en begint een sigaret te draaien. En dan? Dan stopt hij hem achter zijn oor. „Ik zie opeens dat bord hangen”, zegt hij. Een verbodsbord met een sigaret erop en daarboven: PER 1/1/2018. „Blijkbaar mag het niet meer.”

Hij heet Ko van den Bosch en hij is op weg naar het A-Lab, vroeger Shell, nu een vrijplaats voor kunstenaars. Hij geeft les aan de mimeopleiding en gaat vanmiddag naar een repetitie van zijn studenten. Wat vindt hij van het verbod? „Ach”, zegt hij. „We staan in de buitenlucht en brommers zijn vervuilender.” Maar als iedereen het zo wil, hem best. Hij haalt zijn schouders op en loopt vast naar het voordek. Die sigaret rookt hij wel als hij zo voet aan wal zet.

Blauwe walm

De bedenker van het verbod is David Koetsier, huisarts op het Waterlandplein, zes kilometer Amsterdam-Noord in. Hij woont in West en fietst naar zijn werk, hij staat dus alle dagen op de pont. Tot 1/1/2018 hing er boven het achterdek altijd een blauwe walm, en dat vond hij steeds gekker worden. „In de tram en de bus mag je ook niet roken”, zegt hij. „En dan al die scholieren die met de pont over moeten. Zo’n slecht voorbeeld.” In zijn praktijk ziet hij wat roken op den duur met mensen doet. De ziektes, de ellende, de vroegtijdige dood.

Hij schreef een brief aan het GVB (Gemeentevervoerbedrijf) en hij diende een raadsadvies in, want zo bleek dat te moeten. De pont is openbare ruimte en valt onder het gemeentebestuur. Het verbod is daarom geen echt verbod, maar een huisregel zonder sancties. En toch: bijna geen roker die zich er niet aan houdt. En iedereen bij de gemeente en het GVB was meteen vóór. Binnen een vloek en een zucht was het geregeld.

Foto Olivier Middendorp

Nu heeft David Koetsier met zijn collega’s, verenigd in Amsterdam Rookalarm!, nog iets bedacht: een rookverbod in de Beverwijkstraat. Die loopt langs het Waterlandplein, een winkelcentrum uit de jaren zestig dat de afgelopen jaren grondig vernieuwd is. Er zit een Ouder- en Kindteam (voorheen consultatiebureau) en een apotheek, daarnaast: het Gezondheidscentrum waar Koetsier werkt, een knutselwerkplaats, een Wijk Infopunt en de bibliotheek. Erboven appartementen, met een ander adres. „Zoveel wordt hier op straat niet gerookt”, zegt David Koetsier. „Maar we streven naar een rookvrije generatie” – een initiatief van de Hartstichting, KWF Kankerbestrijding en het Longfonds – „en we willen dat het hier voor de deur helemaal niet meer gebeurt.” En kijk: weer kreeg dokter Koetsier iedereen meteen mee. In februari zal de voorzitter van de stadsdeelcommissie de verbodsborden onthullen. Al is ook hier het verbod niet meer dan een advies.

We streven naar een rookvrije generatie

Zullen de mensen op en rond het Waterlandplein ernaar luisteren? De conclusie na een paar uur rondvragen: ja. Niemand, de hele middag niet, is tegen het plan van dokter Koetsier.

Een jongen van 18 die stage loopt bij Bekirs winkel in huishoudelijke artikelen zegt: „Heel goed idee. Waarom geldt het niet voor het hele winkelcentrum? Als het nergens meer mag, ga je het vanzelf nooit meer doen.” Hij rookt zelf „af en toe”.

Een jonge vrouw met een tweeling in een wandelwagen: „Super. Kan de dokter tegen mijn man zeggen dat het thuis ook niet meer mag?” Zij heeft nooit gerookt.

Een vrouw van 62 die gearmd met haar vriendin van 89 boodschappen doet: „Het ergste vind ik al die peuken op de grond. Zo vies.” Zij rookte tot negen jaar geleden een pakje per dag. In één keer gestopt toen ze geopereerd moest worden aan de vernauwde vaten in haar benen.

Een vrouw van 57 die op de parkeerplaats staat te roken: „Ik haal het toch al niet in mijn hoofd om daar” – ze wijst naar de Beverwijkstraat – „een sigaret op te steken, want er lopen altijd kinderen.” Zelf komt ze met haar kleinzoon van vier regelmatig bij het Ouder- en Kindteam. Hij woont bij haar omdat haar dochter niet voor hem kan zorgen. „Zeven jaar geleden was ik gestopt”, zegt ze. „Na een beroerte. Ik heb het vijf jaar volgehouden, en toen, door familieomstandigheden…” Ze wappert met haar hand. Praat me er niet van. „Ik wou”, zegt ze, „dat roken overal verboden werd. Dat zou mij enorm helpen.”

Stoer en easy

Ufuk Bizim staat in een deuropening aan de achterkant van het winkelcentrum te roken. Weet hij al van het verbod binnenkort? „Nee”, zegt hij. Meteen erachteraan: „Goed initiatief. Als het wordt gehandhaafd. Het moet wel gehandhaafd worden, anders worden mensen weer laks.”

Zelf zou hij liever vandaag dan morgen stoppen, maar psychologisch is hij zo ver nog niet. „En als je niet honderd procent zeker van je zaak bent, zal je niet slagen.” Zijn eerste sigaret rookte hij op zijn vijftiende. Nu is hij 27 en ziet hij in, zegt hij, dat het tóen stoer en easy was, maar nu allang niet meer. Hij heeft hbo accountancy en bedrijfseconomie gedaan, hij werkt in de winkel van zijn vader: BIZIM UFUK, internationale supermarket en bakkerij. „Toen hij begon, heeft hij hem naar mij vernoemd.” Dat was in 2003, ver voor de vernieuwing van het Waterlandplein. Hoe gaan de zaken? „Goed, maar we moeten er hard voor werken. Verderop is een Aldi gekomen, Albert Heijn zat hier al. Daar verkopen ze ook Turkse producten, dus ik ben altijd op zoek naar andere en betere producten, producten waar we ons mee kunnen onderscheiden. En we bieden zoveel mogelijk service.” Bij BIZIM UFUK wordt elke dag vers brood gebakken. Wat aan het eind van de dag niet verkocht is, gaat naar een boer in Zunderdorp, net buiten de stad.

Wat Ufuk moeilijk vindt: dat zijn vader ook weer rookt. „Werkdruk”, zegt hij. „Een paar jaar geleden was hij gestopt, hij had een tumor in zijn schildklier. Alles is nu weer goed, maar hij is wel bijna 57. En hij sport ook al niet.” Ufuk sport wel, een paar keer per week. „Dat vermindert de risico’s. Een klein beetje.”

Foto Olivier Middendorp
Foto’s Olivier Middendorp

Rita Engelen staat op de parkeerplaats voor de bibliotheek te kleumen in haar windjack. Haar dochter zou haar oppikken, maar waar blijft ze nou? „Zie jij haar of zie ik haar?” Ze is 79 en heeft vanaf haar vijftiende gerookt, tot een jaar geleden. Toen kreeg ze last van benauwdheid. „Dus ik denk: toch maar een keer naar de huisdokter.” Ze wijst naar het gezondheidscentrum. „Ik zeg: dokter, ik ben iedere keer zo benauwd, wat kan dat zijn? Toen bleek: COPD. Ik wist niet eens wat dat was. Vroeger werd het je nooit verteld hè, dat roken slecht voor je was. Wist ik veel. COPD is dus dat je steeds benauwder wordt. Het gaat nooit meer weg. De dokter begon een heel verhaal, halverwege zei ik: ho maar, ik snap het al. Ben ik van het ene op het andere moment gestopt. En mijn dochter ook. En een van mijn zoons ook. Hij zei: hé ma, jij bent sterk, ik kan dat niet. Ik zei: klets niet, Giel, wat ik kan, kan jij ook. Hou toch op met die klere-sigaretten.”

Hou toch op met die klere-sigaretten

Wat vindt ze van het rookverbod in de Beverwijkstraat? „Heel goed. Maar veel te laat. Dat roken, ze hadden het nooit moeten toelaten. Op straat niet, in huis niet, nergens niet. Maar het mocht natuurlijk omdat het geld opleverde. Dat is toch het hele eiereten? Jíj wordt verslaafd gemaakt, andere mensen profiteren ervan.” Ze rekt haar hals om te zien of haar dochter misschien om de hoek staat te wachten. „Begrijp jij dat nou? Ze ging alleen maar even een boodschap doen.”

Ze werkte als schoonmaakster in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis en ze was inpakster in een koekfabriek. Vijf kinderen. „En thuis had je niks, hè. Geen stofzuiger, geen wasmachine. Dus als je even zat, was een sigaretje heerlijk.” Haar man is dood, een van haar dochters ook. „Drank, drank, drank.” Dan loopt ze weg, naar de IJdoornlaan. Misschien staat haar dochter daar wel.

Samuel Sarphati

De andere kant uit, aan het eind van de Beverwijkstraat, is een buurtmoestuin, aangelegd in de vorm van een Afrikaanse kraal. Ook een idee van David Koetsier. Hij was vroeger tropenarts, in Zambia. Daar heeft hij zijn betrokkenheid bij de samenleving aan overgehouden, zegt hij. „We zijn opgeleid om individuele patiënten te helpen, maar daar los je de achterliggende problemen niet mee op.” Zijn voorbeeld is Samuel Sarphati, een arts die in de negentiende eeuw de gezondheid van de verpauperde Amsterdamse bevolking wist te verbeteren met algemene maatregelen. Goedkoop brood. Afvalinzameling. Schoon drinkwater.

Wat kunnen we nog meer van dokter Koetsier verwachten? „Overgewicht aanpakken”, zegt hij. „Voor mijn deur zitten letterlijk zes snackbars.” Bij de grootste, Steakhouse & Pizzeria Nieuwendam, kost een pizza 5 euro, een grote kapsalon 4 euro, een wrap 3 euro en een burger 2 euro. Koetsier: „Het is dweilen met de kraan open.” Maar hij legt zich er niet bij neer. Hij praat met iedereen, ook met de ondernemers. Bied nou ook eens wat gezonders aan. BIZIM UFUK heeft hij al achter zich. Daar staan de kisten groente en fruit vooraan in de winkel. Het brood is vrij van onnodige toevoegingen. Ufuk zegt: „Een pot kikkererwten die drie jaar houdbaar is, dat is toch raar? Dat kan alleen als er wat in zit. Het mag van de Europese Unie, maar voor mij hoeft het niet. Ik verkoop liever gedroogde kikkererwten.”

    • Jannetje Koelewijn