Een ongeduldige directeur die van ‘de vooruitgang’ is

International Film Festival Rotterdam

Ze is de vrouw achter het Rotterdamse filmfestival, Janneke Staarink. Ze hield het IFFR overeind met nieuwe manieren om sponsorgeld te vinden.

Janneke Staarink was net nieuw als zakelijk directeur en vond het plan eigenlijk best eng en heel brutaal. Trouwe bezoekers van het International Film Festival Rotterdam (IFFR) thuis lastig vallen en telefonisch om een donatie vragen: dat deden culturele instellingen in Nederland in 2011 niet of nauwelijks.

Maar de grote cultuurbezuinigingen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) hakten erin. Het leidde bij het festival uiteindelijk tot een reorganisatie met gedwongen ontslagen. Ze voelt het nog altijd als ze Zijlstra op tv voorbij ziet komen.

Staarink verdiepte zich in Brits telemarketingonderzoek. Voor de zekerheid kregen trouwe bezoekers vooraf een bel-me-niet-retourkaartje toegestuurd, met de optie om wél te doneren. En het werkte. Fans van het IFFR bleken best te willen schenken. Telefonisch wordt jaarlijks zo’n anderhalve ton opgehaald, zegt ze. Op de site volgde een rode ‘doneerknop’.

Staarink (43) leidt bijna acht jaar het IFFR, eerst met artistiek directeur Rutger Wolfson en sinds 2015 met diens opvolger Bero Beyer. In die periode is de begroting met 2 miljoen euro gestegen naar ongeveer 9,2 miljoen euro, terwijl de subsidies van het Rijk en de gemeente Rotterdam (in totaal circa 2,4 miljoen euro) niet zijn meegegroeid. Het antwoord van Staarink was nieuwe sponsoren en fondsen zoeken en nieuwe relaties met bedrijven en instellingen aangaan.

Veeleisend

Ze is ambitieus, oplossingsgericht en houdt van duidelijkheid. „Janneke is van de vooruitgang”, zegt oud-collega Martje van Nes. Ze is ook selectief in wie ze om zich heen verzamelt, veeleisend en ongeduldig. „Niet zemelen, maar hup”, zegt Staarink. Op het werk kan ze zakelijk en resultaatgericht overkomen, privé is ze warm en zorgzaam, volgens vriendinnen.

Staarink houdt van mode en stijl. Regelmatig gaat er thuis meubilair op Marktplaats en wordt de inrichting omgegooid. Ook bij het IFFR heeft ze het kantoor laten verbouwen, van gescheiden werkkamers naar één grote, gezellig-rommelige productievloer.

Als kind was ze diep onder de indruk van Annie (1982), de musicalfilm over het weesmeisje met de rode krullen. Zelf houdt ze ook van zingen, al doet ze dat niet zo vaak meer. Op de bruiloft van vriendin Henriette van Rhoon, een jaarclubgenoot van studentenvereniging Vindicat, zong ze ooit Fly Me To The Moon en Perhaps Love. Ze was vreselijk zenuwachtig. Zich kwetsbaar opstellen doet ze niet snel, vertelt vriendin Jorieke Exler.

Ze groeide op in Delft en Hoorn. Haar vader is gepensioneerd industrieel ontwerper en haar moeder werkte als directeur in het onderwijs. Na de havo ging ze eerst communicatiemanagement in Groningen en daarna culturele bedrijfsvoering in Amsterdam studeren. Het produceren van grote evenementen ontdekte ze tijdens een stage bij zeilfestijn Sail.

Ze leerde het vak bij productiemaatschappij IdtV. Maar het organiseren van bedrijfsevenementen zonder creativiteit ging haar tegenstaan.

Na acht jaar bij IdtV zette ze impulsief een advertentie in de krant: Zangeres zoekt Band. Onder die advertentie bleek toevallig een vacature bij theaterfestival Oerol op Terschelling te staan. Het was Kees van Twist, oud-directeur van het Groninger Museum, die ‘iets’ in haar zag en haar bij Oerol binnenhaalde. Het was een beslissend moment in haar leven; als leidinggevende zoekt ze zelf daarom ook naar de talenten van mensen.

Zo werkte ze van 2006 tot 2010 bij Oerol, eerst als zakelijk directeur en daarna als algemeen directeur. Doordeweeks woonde ze met haar pasgeboren dochter op het eiland.

Nu woont ze met haar vriend Marc Vreuls en hun dochters Lieve (9) en Elle (7) in een monumentale bovenwoning in Haarlem. Hij runt een beeldmarketingbureau en een groot deel van het huishouden, met hulp van twee oppasoma’s. Als het even kan, gaat het gezin zeilen over het IJsselmeer, Friesland of de Wadden.

Na acht jaar bij het IFFR denkt ze nog altijd niet aan een overstap, zegt ze. „Dat moment zal wel komen.”

    • Eppo König