Column

De nacht

Tijdens het filmfestival werkt hij het liefst in de nacht. De magische transitie in het weekend: van schouwburg naar danceclub. Om elf uur kondigen de eerste herauten van de nacht zich aan. Tien potige beveiligers melden zich bij theaterreceptionist Wouter van Ammers. Het feest kan beginnen.

Een uur later maakt hij zijn eerste ronde door foyer en kleine zaal. Even sfeer proeven. Er zijn dan meestal al een paar honderd danslustigen aanwezig. Langzaam groeit dat aantal uit tot zo’n twaalfhonderd diep in de nacht. Niet alleen filmfestivalbezoekers, weet Wouter. Ook notoire feestvierders en beroepsdrinkers. Maar verder; een keurig publiek.

Vroeger loodste hij vrienden via de artiesteningang gratis naar binnen. Maar die tijden zijn voorbij. Wouter wil het grijze gebied mijden: iedereen moet entree betalen, vriend of niet. Zelf zit hij zo’n nacht comfortabel in de receptie. Om twee uur pizza met de beveiligers. En verder vooral sport: Amerikaans basketbal, NBA. Ook daarom houdt Wouter van de nacht.

Af en toe levert de beveiliging een dronken bezoeker af, meestal jonge vrouwen, zo’n twee à drie per nacht. Bij Wouter mogen ze bijkomen met een glaasje water. Knappen ze daarna niet op, dan belt hij een taxi. De ouders niet, nee dat nooit. Via de artiesteningang verlaten de pimpelaars discreet het pand.

Om vier uur gaat de glans van de nacht voorgoed teloor. Het zaallicht. „Alsof de bliksem inslaat, mensen schrikken van elkaar”, grinnikt de receptionist van achter zijn koffie. Dan begint voor de medewerkers het grote schrobben. Je plakt met je schoenen aan de vloer, zegt Wouter. Gevonden voorwerpen gaan in grote vuilniszakken. Elk filmfestival is goed voor drie gevulde zakken met sjaals, pumps, mobieltjes, paspoorten en ontelbaar veel bankpassen.

Om half zes is alles schoon en opgeruimd. Ter afsluiting een gezamenlijk biertje in de foyer. Om half zeven roept Wouter: ’t is mooi geweest. De medewerkers gaan naar huis, en de receptionist houdt een laatste inspectieronde door de schouwburg. Met een zaklamp beschijnt hij de toiletten. Ooit trof hij er een slapende dakloze.

Dan is het half acht. De computer gaat uit en het alarm aan. Wouter kan naar bed.