Marktlieden van het Amsterdamse Waterlooplein zijn boos

Talk of the Town

Na jaren strijd zijn de plannen voor een gerenoveerde Waterloopleinmarkt er bijna door.

Actieposters op de muren en ramen van de Stopera. Begin deze week werden ze door de gemeente verwijderd. Foto’s Saskia van Loenen

Het Waterlooplein ligt er grauw bij. Een scherpe wind maakt het de enkele marktondernemer die het weer trotseert lastig. De fietsenmaker probeert een zeil vast te knopen, maar het wappert uit zijn handen. Wat eens het kloppend markthart van de joodse buurt was, straalt op deze regenachtige dinsdag slechts treurnis uit.

Dat het plein zich in slechte staat bevindt, is het enige waar de marktkooplieden en de gemeente het met elkaar over eens zijn. Aan wie het ligt dat het plein steeds minder publiek trekt en wat er moet veranderen om het tij te keren, is daarentegen al jaren onderwerp van fel debat. Die discussie bereikt momenteel een kookpunt nu de deelraad Centrum de huidige plannen ter stemming heeft voorgelegd. Op 13 maart zal de bestuurscommissie naar alle waarschijnlijk haar definitieve goedkeuring geven. En dat terwijl de mensen die de plannen het meest aangaan, de marktlieden, fel tegen zijn.

Daarom plakten ondernemers en omwonenden afgelopen weken bijna honderd A4’tjes op de ramen van de Stopera. „De gemeente noemt het zienswijzen”, zegt Rozemarijn Geus-Tromp, marktbestuurslid en initiatiefnemer van de actie. „Maar het waren eigenlijk gewoon honderd protestbrieven.”

Dat veel betrokkenen geen heil zien in de plannen van de gemeente is onterecht, volgens dagelijks bestuurder van stadsdeel Centrum Roeland Rengelink, drijvende kracht achter de renovatie. Het plein zal volgens hem weer „een mooie mix van recreatie en markt” worden. Er worden bomen geplant tegen de wind, de entrees naar het plein komen op de schop en de gemeente wil een duidelijkere scheiding tussen markt en plein. Zo moeten een aantrekkelijke markt en de nieuwe invulling van de begane grond in het stadhuis voor „kruisbestuiving” gaan zorgen, aldus Rengelink, en zo voor meer publiek.

Maar om dat voor elkaar te krijgen, verdwijnen 16 van de bijna 50 ‘boxen’, – kleine containerachtige kraampjes waar verkopers ’s nachts hun spullen stallen. In totaal brengt de gemeente het aantal plaatsen terug van bijna 300 naar zo’n 200. En dat betekent, zo vrezen de ondernemers, dat niet iedereen een plekje krijgt. Bovendien zullen volgens de huidige plannen verkopers het door jaren op de markt te staan verkregen privilege van een box verliezen, en verdwijnt met die boxen volgens Geus-Tromp ook een buffer tegen de wind. „En daar helpen een paar bomen niet tegen.”

Ze hekelt het gebrek aan inspraak dat de ondernemers hebben in de plannen. „Al dertig jaar lang verwaarloost de gemeente het Waterlooplein. Al dertig jaar creëren ze keihard leegstand bij ons”, aldus de verkoper. „En dan krijgen wij daar nu de schuld van.” Volgens Geus-Tromp komt de leegstand doordat de gemeente haar eigen regels niet handhaaft.

Zo vindt er zelden de beloofde herverdeling van verkooprecht plaats en wordt de ‘drie dagen regeling’ niet goed opgevolgd. Volgens deze regel, die het marktbestuur toejuicht, zouden ondernemers die minder dan drie dagen per week aanwezig zijn, hun plek moeten afstaan om zo leegstand te voorkomen.

Maar volgens Rengelink ligt de verantwoordelijkheid voor een goedgevulde markt bij de verkopers zelf. „De ondernemers moeten zorgen dat mensen weten dat er markt is, ook op regenachtige dagen.” Ondanks de zich voortslepende strijd hebben markt en gemeente volgens de wethouder overigens wel degelijk hetzelfde uitgangspunt: „Een succesvolle, goedlopende markt waar Amsterdammers graag komen en ondernemers hun geld verdienen.”

    • Kasper van Laarhoven