Recensie

De killerrobot heeft ons binnenkort niet meer nodig

Robotica In hun nieuwe boek schrijven Bennie Mols en Nieske Vergunst over praktische, lieve en soms ook enge robots.

Er komen steeds meer robots in ons leven, van de zelfstandige stofzuiger Roomba tot de virtuele assistent Google Home. Zelfrijdende voertuigen zijn geen science fiction meer. Apparaten zoals smartphones en wasmachines worden grotendeels door robots in elkaar gezet. En de melk in je koffie is waarschijnlijk gemolken door een melkrobot.

Is dat erg? Moeten we bang zijn voor de opmars van autonome apparaten? Nee. Robots gaan ons juist helpen, schrijven Bennie Mols en Nieske Vergunst in Hallo Robot. In dit boek vol foto’s van robots schetsen Mols en Vergunst aan de hand van praktische, lieve en soms ook enge robots de huidige stand van de robotica.

Zo beschrijven ze de stoere CHIMP, een reddingsrobot die met zijn radarogen ook bij slecht zicht door rook kan zoeken naar slachtoffers. En een paar hoofdstukken verder word je voorgesteld aan de schattige Jibo, die lijkt op een bolle bureaulamp. Dit lieve robotje kan niet zelfstandig bewegen, maar begrijpt wel gesproken commando’s.

Het boek staat vol met dit soort voorbeelden van robots die nu al onder ons zijn. Ook spraken Mols en Vergunst met ontwikkelaars van robots en met mensen die ermee werken, zoals chirurg Ivo Broeders die operaties uitvoert samen met een operatierobot.

Ook beschrijven ze hoe robots sinds de jaren vijftig bezig zijn met een opmars. Eerst werkten ze als domme kracht in fabrieken, maar de laatste jaren functioneren ze als slimme machine, zoals de computers die ’s werelds beste Go- en pokerspelers verslaan. Hierdoor kun je de indruk krijgen dat de technologie razendsnel slimmer en beter wordt dan de mens. Maar robots functioneren vooral goed in een simpele en gecontroleerde omgeving, zoals een fabriek of tijdens een spelletje Go.

Het blijkt bijvoorbeeld een stuk lastiger dan gedacht om robots te ontwikkelen die hun omgeving kunnen zien en interpreteren. In 1956 wilden enkele wetenschappers van het Amerikaanse MIT dit vraagstuk in een zomer laten oplossen door een groepje studenten. Inmiddels wordt er al ruim zestig jaar aan gewerkt.

Daarom denken sommige onderzoekers die in het boek aan het woord komen dat robots voorlopig niet volledig zelfstandig zullen werken. Ze zien meer in de samenwerking met mensen. Dat gebeurt nu ook al: piloten werken bijvoorbeeld nauw samen met de automatische piloot van het vliegtuig. De saaie, lange stukken worden overgenomen door de autopiloot die nooit moe wordt en niet afgeleid raakt. En de piloot neemt het over tijdens het starten en landen, wanneer er snel gereageerd moet worden op plotseling veranderende omstandigheden.

De mooiste samenwerking tussen machine en mens die in het boek beschreven wordt, is het exoskelet. Mols en Vergunst vertellen het verhaal van Claudia Bosch-Commijs die een dwarslaesie opliep waardoor ze niet meer kon lopen. Dankzij een exoskelet kan ze mensen weer recht in de ogen aankijken en stukjes lopen.

Mols en Vergunst schrijven vol enthousiasme over de mogelijkheden van robots zonder onrealistisch te worden. Ook de tekortkomingen en gevaren komen aan bod. Wat moeten we bijvoorbeeld met zogenoemde killer-robots, die zelfstandig vijanden kunnen herkennen en neerschieten? Nu staan die nog onder controle van mensen, maar technisch gezien is dat nauwelijks meer nodig.

Hallo Robot geeft een uitgebreid en toegankelijk overzicht van de robots die nu al rondlopen en rijden. Een aanrader voor wie zich wil verbazen over wat robots al wel en nog niet kunnen.