Column

Vind het evenwicht tussen Frans en Duits

Binnen een week nadat hij het stokje had doorgegeven vertelde Jeroen Dijsselbloem op de Leidse universiteit over zijn tijd als voorzitter van de Eurogroep (2013-2018). Hij begon zijn verhaal als econoom en financieel vakman, maar gaandeweg kwam de politicus in hem boven.

Hij was fel op de Italiaanse verkiezingscampagne, waar kandidaten groei en banen beloven zonder economische hervormingen voor te stellen. Geprikkeld door een vraag uit het publiek gaf hij zijn kortstondige Griekse tegenstrever Yanis Varoufakis – hoofdrolspeler in de Griekse eurocrisis van 2015 – er ongenadig van langs: „Die maakte enkel dingen kapot.”

Dat belooft wat voor de memoires waaraan hij meldde te werken; die zullen in de Europese openbaarheid onvermijdelijk worden gelezen als repliek op Varoufakis’ eigenwijze terugblik Adults in the Room (2017).

Opmerkelijk is dat Dijsselbloem over de plannen voor de eurozone verder ging dan toen hij nog minister van Financiën was. Hij bepleit een hervormingsfonds dat landen helpt die bijvoorbeeld hun pensioenstelsel duurzaam willen maken. En een ‘schokfonds’ dat inspringt bij een crisis in één of meer landen (en waarbij de ECB met haar monetaire beleid voor alle negentien eurolanden niet kan helpen). De noodhulp zou wel voorwaardelijk zijn, zoals ook de reddingspakketten voor Griekenland en andere landen-in-zwaar weer werden verleend in ruil voor hervormingen en bezuinigingen.

Dijsselbloems schokfonds-pleidooi past bij het Frans-Duitse denkwerk over de toekomst van de eurozone. Deze vrijdag komen Merkel en Macron bijeen in Parijs; als de bondskanselier thuis de obstakels voor haar nieuwe grote coalitie slecht – te beginnen met de stemming door het SPD-congres op zondag – wil het duo in maart met gezamenlijke voorstellen voor de euro komen.

Dit lijkt een goed moment voor economen om hun tegengestelde ideeën te overbruggen

Steeds gaat het om evenwichten tussen Duitse en Franse voorkeuren. In economentaal: evenwicht tussen risicovermindering en risicodeling, tussen strengere regels met beter toezicht en gezamenlijke schokdempers. In politiekere taal: evenwicht tussen verantwoordelijkheid en solidariteit, tussen ieders zorg voor de eigen winkel en de gezamenlijke zorg voor het geheel. Vaak lopen deze debatten vast. Beide partijen zeggen ‘nee’ tegen de ideeën van de ander. Maar er zijn de laatste jaren ook momenten van beweging geweest, waarop het dubbele ‘nee’ ineens een dubbel ‘ja’ werd. Zeldzaam, maar productief.

Zo’n uitruil vond plaats op het hoogtepunt van de eurocrisis, in juni 2012. Vooruit, zeiden Duitsland, Nederland en Finland, wij gaan akkoord dat zwakke Spaanse of Italiaanse banken rechtstreeks financiële steun uit noodfondsen mogen ontvangen (solidariteit), maar dan moet er toezicht van de centrale banken komen (verantwoordelijkheid).

Dat was het begin van de bankenunie, die de vicieuze cirkel doorbrak tussen zwakke banken en zwakke overheidsfinanciën; aanjager van de eurocrisis. Destijds kwam die doorbraak er onder druk van een acute noodtoestand. Nu ontstaat beweging door de verkiezing van Macron en de Duitse bereidheid – bij Merkels CDU en de SPD – op diens initiatieven in te gaan. Maar het blijft zoeken naar inhoud die past bij het moment.

Om de politici te helpen staken veertien Duitse en Franse economen de koppen bij elkaar. Ze schreven een rapport dat de verschillende zienswijzen samenbrengt en tegenstellingen overbrugt. Een noodpotje voor werkloosheidsuitkeringen (Franse wens). Schuldsanering voor quasi-failliete lidstaten, liever dan de huidige voorwaardelijke noodpakketten (Duitse wens). Eenvoudigere begrotingsregels. Afronding van de bankenunie. Daarmee zijn niet alle politieke vragen beantwoord. Maar het is nuttig voorwerk voor de Frans-Duitse besprekingen – dus ook verplichte lectuur voor regering én parlement in Den Haag.

Lees ook de uitleg van het rapport van economieredacteur Mark Beunderman: Zo kan de euro nieuwe stijl eruit komen te zien