Opinie

    • Maarten Schinkel

Trump holt de macht van de dollar zelf uit

Wall Street was er niet van onder de indruk. Dinsdag verlaagde de Chinese kredietbeoordelaar Dagong zijn ‘rating’ van de Verenigde Staten tot BBB+ en zei er meteen bij dat dit oordeel verder naar beneden kan. Amerikaanse staatsleningen trokken zich weinig aan van het oordeel van een Chinees agentschap dat de evenknie wil worden van Moody’s en Standard & Poor’s.

Het kan aan de wankele vertaling van Chinees naar het Engels liggen, maar Dagongs begeleidende tekst klinkt een beetje Noord-Koreaans. Zie deze zin over de Verenigde Staten: ,,… it continues to seek credit expansion through direct issuance of the US dollars, therefore serves as the “track walker” on the wrong track that departs from logic”.

Toch zal Dagong, zeker in Azië, een snaar raken. Het idee dat de VS aan kredietexpansie doen door dollars te scheppen, mag dan theoretisch wat kort door de bocht zijn, de boodschap is duidelijk. Hier is sprake van een aanval op het voorrecht van de Amerikaanse supermacht: de dollar speelt zo’n enorme rol in het internationale financiële systeem en de wereldeconomie, dat de hoeder van die munt straffeloos geld kan scheppen – vooral in de ogen van zijn rivalen.

Met de hegemonie van een land komt ook de hegemonie van de munt. Het Britse pond was in de negentiende eeuw de onbetwiste wereldvaluta, en de dollar domineert sinds in 1944 te Bretton Woods een nieuw mondiaal monetair stelsel werd ontworpen met de dollar als spil. Dat dit systeem begin jaren zeventig ter ziele ging, heeft niet verhinderd dat de Amerikaanse munt allesoverheersend bleef. De euro is, voorlopig, mislukt als rivaal. De dollar is de verreweg meest verhandelde en in reserve gehouden valuta ter wereld. Maar China heeft plannen.

Hoe afhankelijker landen zijn van de bescherming van de VS, hoe meer dollars zij relatief aanhouden.

Twee jaar geleden wist Beijing de renminbi opgenomen te krijgen in de samenstelling van de rekenmunt van het Internationale Monetaire Fonds, de zogenoemde special drawing rights. Eerder al besloot het zijn wisselkoersmanagement niet alleen te baseren op de dollar, en meer deviezenreserves in andere munten aan te houden.

Dat laatste is hoogst symbolisch. De Amerikaanse econoom Barry Eichengreen beschreef eerder deze maand op vox.eu zijn onderzoek naar de samenstelling van deviezenreserves van landen. Op basis van de noodzaak bij handel en financiële transacties houden landen veel dollars aan: dat is ten slotte de wereldmunt. Maar dat is niet alles.

Eichengreen ontdekte dat het aandeel van dollars in de reserves óók stevig samenhangt met militaire overwegingen. Hoe afhankelijker landen zijn van de bescherming van de VS, hoe meer dollars zij relatief aanhouden. Landen met een eigen kernmacht, doen dat veel minder: Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld. Eichengreen onderzocht voor de zekerheid hoe dat was aan het begin van de twintigste eeuw, onder de Britse hegemonie, en vond een zelfde samenhang, maar dan in de pond- sterling-reserves.

Wat betekent dat nu voor de dollar? Duitsland houdt, in lijn met Eichengreens bevindingen, veel dollarreserves aan. Maar Andreas Dombret, bestuurder van de Duitse Bundesbank, zei maandag in Azië dat de Duitse centrale bank de renminbi gaat opnemen in de deviezenreserves.

Dat is omineus. Als de VS zich, onder Trump, terugtrekken van het internationale toneel en andere landen zich minder gedekt voelen door de Amerikaanse veiligheidsparaplu, dan kan dat ten koste gaan van de internationale rol van de Amerikaanse munt. Het draagt bij aan het gevoel dat Trumps America First-ideologie de opkomst van rivaal China niet vertraagt, maar juist alleen maar verder versnelt. Inderdaad: een ‘track that departs from logic’.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel