Nederlanders lezen steeds minder in vrije tijd

Vooral jongere Nederlanders zijn minder gaan lezen, terwijl het percentage 65-plussers dat wekelijks leest gelijk is gebleven.

Beeld iStock

De Nederlandse bevolking is het afgelopen decennium in de vrije tijd gemiddeld steeds minder gaan lezen. In 2016 maakten ongeveer zeven op de tien Nederlanders minstens tien minuten per week vrij voor een boek, krant of tijdschrift. Tien jaar eerder was dat nog 90 procent, blijkt uit een meting van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Vooral jongere Nederlanders lezen minder in hun vrije tijd. Bij jongvolwassenen (20 tot 34 jaar) daalde het aantal lezers van 87 naar 49 procent, onder tieners liep het terug van 65 naar 40 procent. Bij 65-plussers bleef het percentage lezers met 90 procent gelijk.

Hoewel het digitale leesaanbod steeds verder stijgt, is het scherm volgens het SCP vooralsnog een aanvulling op papier. Bij een meting uit 2015 bleken Nederlanders gemiddeld vijftig minuten op een dag te lezen. Daarvan besteedden zij een half uur aan papier.

‘Zorgelijke ontwikkeling’

Het SCP baseert zich op enquêtes en tijdsbestedingsonderzoeken. Voor een tijdsbestedingsonderzoek houden mensen op vaste tijdstippen een dagboek bij. Het SCP analyseerde dagboekgegevens van ruim 11.000 Nederlanders.

Het teruglopende aantal lezers is een “zorgelijke ontwikkeling”, stelt het SCP. Deze staat namelijk “in schril contrast met de positieve persoonlijke en maatschappelijke opbrengsten die blijkens veel onderzoek aan lezen kunnen worden toegeschreven”. Naast het leesplezier dat mensen kunnen ervaren, schrijven de onderzoekers dat het een belangrijke factor is geweest in de ontwikkeling van de samenleving.

Volgens het SCP is het lastig om hard empirisch bewijs te leveren waarom we moeten blijven lezen. Maar uit onderzoek is gebleken dat lezers betere kansen hebben op de arbeidsmarkt en zich meer in kunnen leven in anderen. “Verondersteld wordt dat een teruggang in het lezen negatieve sociale effecten met zich mee moet brengen”, concludeert het rapport.

    • Christiaan Paauwe