Onderwijs

De democratie van lerarenbonden is slechts schijn

Lerarenbonden staan te vaak tegenover hun leden en dat moet beter, want als professionele organisaties zijn die bonden hard nodig, vindt Jelmer Evers.

Anp Remko de Waal

Er is veel te doen in lerarenland: landelijke stakingen en conflicten over de representativiteit van lerarenorganisaties. Inmiddels heeft PO in Actie zich omgevormd tot vakbond. De beroepsgroep van leraren roert zich. Op 14 februari blijven de basisscholen in de drie noordelijke provincies dicht. Onder al het stakingsgeweld speelt zich ook een fundamentele discussie af over de inrichting en de toekomst van de beroepsgroep en de rol van vakbonden daarin.

De druppel die de emmer deed overlopen, was de afgewezen sollicitatie van PO in Actie-voorman Jan van der Ven naar het voorzitterschap van de Onderwijscoöperatie (OC). Jan was unaniem voorgedragen door de adviescommissie van leraren, maar werd afgewezen door het bestuur van de OC, bestaande uit vakbondsleiders. Met name door een nieuw lerarenregister voor de professionalisering van de beroepsgroep waren de verhoudingen al op scherp gezet. Het register en de Onderwijscoöperatie worden nu als iets van beleidsmakers en het ministerie van Onderwijs gezien in plaats van als iets van de beroepsgroep zelf. Het is bizar dat vakbonden tegenover degenen lijken te staan die zij vertegenwoordigen. Maar de huidige crisis is een kans om noodzakelijke hervormingen door te voeren.

Vakbonden, ongelijkheid en democratie

Vakbonden zijn een democratische noodzaak en die is alleen maar sterker geworden de afgelopen dertig jaar. Ik heb afgelopen jaren veel gezucht en gesteun gezien de over “die bonden”. Dat was zelfs doorgedrongen tot de parlementsleden van de voormalige Partij van de Arbeid. Ik heb niet vaak zo’n dedain tegenover vakbonden gehoord. Teruglopend vakbondslidmaatschap zet de fundamenten van onze democratie onder druk.

Maar we kunnen niet zonder vakbonden. Dus als iemand roept dat vakbonden ouderwets zijn, laat dat eerder een gebrek aan historisch besef zien. Zonder vakbonden geen ontslagrecht, sociaal vangnet, 8-urige werkdag, progressief belastingstelsel, weekenden vrij, vakanties. Om maar een paar belangrijke sociaal-democratische verworvenheden te noemen.

Nieuwe regenten

Georganiseerde arbeid, werknemers en professionals zijn hard nodig als tegenwicht tegen de groeiende ongelijkheid en het behoud van onze democratische instituties. En dat terwijl de organisatiegraad ook in Nederland terugloopt. Daarvoor zijn wel enkele redenen aan te wijzen. Vakbonden beschermen ten eerste te veel de rechten van oude werknemers en de gevestigde orde. Ze hebben daarnaast te vaak een hiërarchische cultuur die weinig innovatie en initiatief van onderop toelaat. Ten derde is er sprake van een byzantijnse inspraak- en organisatiestructuur. Op papier is er wel sprake van democratie, maar in de praktijk komt daar maar heel weinig van terecht. De schijn wordt opgehouden. Ten vierde is er geen binding meer met de werkvloer. Vakbonden zijn geen netwerkorganisaties meer die in de haarvaten van het onderwijs – op scholen dus – zitten. Zo zijn we in het onderwijs veroordeeld tot een procentje meer of minder terwijl de nood steeds hoger wordt. Dat dit niet doordrong, betekent dat de vereniging haar binding met de leden is verloren. Vakbondsleiders worden – al dan niet terecht – als nieuwe regenten gezien.

Ik heb eerlijk gezegd in de scholen waar ik heb gewerkt nog nooit een vakbondsvertegenwoordiger gezien. Ik weet van mijn huidige school ook niet of we die hebben. Ik had dan ook absoluut geen binding met een vakbond toen ik ging lesgeven. De organisatoren van PO in Actie kregen eerst geen hulp, terwijl een staking voor meer salaris en minder werkdruk toch echt tot de corebusiness van een vakbond behoort. Het is dodelijk dat de bond voor veel mensen is verworden tot een veredelde verzekering.

Facebookactivisme is niet de oplossing. Een belangrijke les van de Occupy-beweging, en ook de Arabische Lente, was juist dat zonder een sterke organisatie en duidelijke politieke doelen massabewegingen weer heel snel uit elkaarkunnen vallen. Goedgeorganiseerde vakbonden hebben daarom nog steeds een grote meerwaarde. Bij PO in Actie steunen de besturen de acties nog. Maar wat als er meerdaagse acties nodig zijn? Een lange adem? Is er dan een stakingskas voor niet-georganiseerde leraren? De kracht van PO in Actie zit juist ook in de verbinding die ze zoeken met bestaande vakbonden.

Organiseren

Argumenten voor vakbonden (of beroepsorganisaties) snijden alleen hout als de verenigingen zelf democratisch, plat en genetwerkt zijn. Ten eerste moet organising de kern van de vakbond worden. Niet meer ‘een sociale ANWB’, maar een actieve belangenvertegenwoordiger die precies weet wat er speelt onder zijn leden. We moeten af van de byzantijnse organisatie- en inspraakstructuren in vergaderzaaltjes. Getrapte vertegenwoordiging via regio- en sectorvergaderingen waar niemand meer komt opdagen – en als er iemand komt, dan vaak dezelfde personen – is geen democratie meer. De Algemene Vergaderingen van de bonden moeten anders worden ingericht. Waarom de vergadering bijvoorbeeld niet livestreamen en direct stemmen op afstand? Met nieuwe technologieën kan veel meer directe inspraak worden bewerkstelligd in de vertegenwoordigende vergaderingen. Ze kunnen ook een cruciale rol spelen in het organiseren. Zie nogmaals het succes van de Facebook-pagina van PO in Actie.

Kaderleden moeten daarom ondersteuners van nieuwe netwerken worden, de scholen weer in en actief zijn op sociale media. Niet alleen de Onderwijscoöperatie, maar alle vakbonden en lerarenorganisaties (AOb, CNV, FVOV, VVVO) moeten van, voor en door leraren worden. Er zijn al heel veel goedlopende bottom-upinitiatieven, zoals de meet-ups die zich steeds verder verspreiden. Daar kunnen we van leren.

Ook op dit vlak is veel te leren uit het buitenland. Vakbonden zitten daar in de haarvaten van de school en claimen bij uitstek op te komen voor de professionele autonomie van leraren. Waarom niet in plaats van een incidentele workshop of congres, diepgaande netwerken opbouwen van MR-leden bijvoorbeeld? Lokaal georganiseerd in gemeenten en genetwerkt via een online platform. Dat netwerk bevordert dat medezeggenschapsraden zich ook meer democratisch gaan ontwikkelen en professionele autonomie op scholen bevorderen. Het zijn juist dat soort activiteiten die bijvoorbeeld in het buitenland, onder andere in Nieuw-Zeeland en Californië, succesvol zijn gebleken of waarmee wordt geëxperimenteerd.

Toren van Babel

Daarnaast moeten we ook kijken de scheiding tussen vakinhoudelijke (beroeps)vertegenwoordiging en arbeidsvoorwaardelijke vertegenwoordiging. We hebben de twee grote vakbonden AOb en CNV. Daarnaast hebben we ook nog de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FVOV). Dat is een federatie van vakverenigingen die zich tot vakbond heeft omgevormd. Ik vraag me af of de leden van onder andere Levende Talen (LT) en de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren (NvvW) weten dat ze ook lid zijn van de FVOV als vakbond en dat ze daar überhaupt inspraak in hebben. Ik denk het niet.

De AOb heeft de afgelopen jaren de meeste klappen opgevangen en dat is onterecht. Toen de AOb het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA) niet ondertekende, deden de andere bonden dat wel – inclusief de FVOV. Daar sta je dan, als meest activistische bond. Als er een nullijn wordt afgekondigd op overheidssalarissen en het NOA wordt ondertekend door alle andere partijen, kom je in een isolement terecht. Dat is hier ook gebeurd. Deze verdeeldheid leidt tot een zwakke positie van alle leraren.

Waar ligt de scheidslijn tussen beroepsinhoudelijke vertegenwoordiging en begint arbeidsvoorwaardelijke vertegenwoordiging? Het leraarschap is een intellectueel beroep, een domein waarvan oudsher niet vakbonden, maar beroepsverenigingen de natuurlijke vertegenwoordigers zijn. Uit een studie blijkt ook dat wereldwijd wordt ingezien dat lerarenvakbonden die zich alleen richten op de bread and butter-issues geen lang leven beschoren meer is. Je moet je kunnen identificeren met een vereniging. Die identiteit ligt over het algemeen op het professionele, inhoudelijke vlak. In Finland zien ze de noodzaak niet in van een aparte beroepsvereniging, omdat 95 procent van de leraren lid is van de OAJ, die zowel beroepsvereniging als vakbond is. Ze nemen ook genoegen met een beroepsethische code, en willen geen register.

E pluribus unum

Ondanks een flinke desillusie rondom het register en de verkiezing van de nieuwe voorzitter van de Onderwijscoöperatie geloof ik dat we geen andere keuze hebben dan een sterke beroepsvertegenwoordiging. Een nieuwe tijd vraagt om nieuwe instituties. We moeten streven naar een fusie van vakbonden, waarbij leraren zich kunnen organiseren rondom programma’s: werkdruk, klassengrootte, wel/geen register, welke curriculumvernieuwing, welke netwerken gaan we opbouwen, etc. Deze nieuwe vereniging behartigt zowel de arbeidsvoorwaardelijke als de beroepsinhoudelijke kant.
Dit kan alleen als we zelf die verandering voorstaan. We zijn lid van verenigingen, en verenigingen hebben inspraak. Zo vol zitten die vergaderingen niet. Als je je al een beetje organiseert, heb je zo de meerderheid. Meld je ook aan als kaderlid, maar stel dan ook de voorwaarde dat de zaken anders moeten worden ingevuld. Daarnaast is dit een oproep aan besturen van vakbondsorganisaties om niet af te wachten tot de vergaderingen vollopen om die verandering te eisen, maar om zelf actief die verandering in te zetten. PO in Actie is zowel een inspiratie als waarschuwing.

Jelmer Evers is leraar geschiedenis.

Dinsdag 23 januari begint om 20.00 uur in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam een discussie over de toekomst van de vakbond.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.