Opinie

Pulsvissen als duurzaam experiment is een dun verhaal

Het was als een interland Frankrijk-Nederland, de stemming deze week in het Europees Parlement over het ‘pulsvissen’ door Nederlandse vissers. Dat is een relatief nieuwe, omstreden, techniek om platvis te vangen. Maar Frankrijk won en de Nederlandse Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik (CDA) verscheen huilend op het NOS-journaal. Voor honderden Nederlandse vissersgezinnen dreigt nu het licht uit te gaan. Dat kan, maar die vissers zijn niet alleen maar slachtoffers in dit moderne Hollands drama. En Frankrijk of „Europa” moeten niet te snel worden afgeschilderd als de stereotype vijanden van een Nationaal Belang, zoals de CDA-politica een beetje populistisch deed.

Bij de pulsvisserij komen nationale, economische en milieubelangen samen. De traditionele ‘boomkorvisserij’, waarmee van oudsher met een sleepnet (‘kor’) over de zeebodem (‘boom’) op platvis wordt gevist, is bijna niet meer rendabel omdat die techniek veel energie kost bij gestegen olieprijzen. Bovendien beschadigt het sleepnet de zeebodem en wordt de methode daarom beschouwd als slecht voor het milieu.

Daarop is de pulsvisserij, volgens Nederland, het duurzame antwoord. De arme vissers van Schreijer-Pierik staan namelijk niet alleen. De Nederlandse staat helpt, ook financieel, flink mee aan het succes van de nieuwe methode. Het huidige kabinet heeft bijvoorbeeld 15 miljoen euro uitgetrokken voor een visserij–fonds om vissers te subsidiëren.

Minister Carola Schouten (Landbouw, CU) noemde de „pulskor” in december nog in de Tweede Kamer het „vlaggenschip van innovatie en duurzaamheid”. In het Regeerakkoord is afgesproken dat het kabinet zich inzet tegen een Europees verbod.

Maar ook het vorige kabinet, met name staatssecretaris Sharon Dijksma (Visserij, PvdA), zette alles op alles om bij de Europese Commissie ontheffingen te regelen voor de pulsvisserij. Die zou de bodem ongemoeid laten, minder uitstoot leveren en een hogere opbrengst hebben. Tegenstanders, waaronder de milieubeweging, zijn niet gerust op dit goednieuwsverhaal. Pulsvisserij zou een „massavernietingswapen” zijn van het leven in zee. Volgend jaar worden de uitkomsten bekend van een langlopend onderzoek naar de effecten. Dan moet duidelijk worden welk verhaal klopt.

Het beeld dat Nederlandse vissers als een soort vrije jongens hun hand hebben overspeeld door de pulskottervloot enorm uit te breiden, klopt niet.

Inmiddels lijkt het echter allang niet meer te gaan om milieueffecten. Het gaat om harde economische concurrentie tussen de visserijsectoren in verschillende Europese lidstaten.

Het beeld dat Nederlandse vissers als een soort vrije jongens hun hand hebben overspeeld door de pulskottervloot enorm uit te breiden, klopt niet. Dat is gebeurd onder stevige regie van de Nederlandse staat, zoals Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) terecht opmerkte. In 2013 visten 42 kotters met pulstechniek, en het was Dijksma die bij de Europese Commissie regelde dat het er nu 84 zijn. Allemaal als onderdeel van een „breed proefproject”, gericht op „vergaren van fundamentele kennis over de pulsvisserij”. Een beetje zoals de Japanse walvisjacht ook vooral bedoeld zou zijn voor wetenschappelijke onderzoek.

Nederland wilde goochem zijn maar heeft de sociale en politieke terugslag van het eigen succes in andere Europese landen kennelijk onderschat. En in ieder geval is te weinig gedaan om de lidstaten ervan te overtuigen dat het oogmerk van de Nederlandse pulsvisserij puur gericht is op duurzaamheid en minder op economisch gewin. Het is tijd om het eerlijke verhaal te vertellen, hier en in Europa.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

Correctie (19 januari 2018): in een eerdere versie stond ten onrechte dat Europarlementariër Bas Eickhout het beeld had opgeroepen van de Nederlandse vissers die op eigen houtje de pulskottervloot zouden hebben uitgebreid. Hij houdt juist de Nederlandse overheid hiervoor verantwoordelijk.