Alleen elite-korps van dierenrijk vecht met staartwapen

Dierkunde

In de prehistorie waren er nogal wat dieren die met hun staart verwoestend uithaalden. Onder moderne dieren is het staartwapen zeldzaam. Hoe komt dat?

Temmincks schubdier kan vervaarlijk zwaaien met zijn staart. Istock

Waarom zijn er zo weinig gevaarlijke staarten? Het dierenrijk barst van de klauwen, tanden en hoorns, maar staarten worden nauwelijks als wapen benut. Terwijl de staart toch een lichaamsdeel is waarmee je relatief veilig kan uithalen.

De staartkwestie houdt paleontologen Victoria Arbour en Lindsay Zanno al een poos bezig. Arbour is ankylosaurus-expert. Ankyolosauriërs waren gepantserde dino’s met een zware knots aan het uiteinde van hun staart. Arbour heeft veel biomechanisch onderzoek verricht. Zo berekende ze dat grote ankylosauriërs hun staartknots met genoeg kracht konden rondzwaaien om de ribben van een concurrent of het scheenbeen van een Tyrannosaurus te verbrijzelen.

Kijk hier hoe een komodovaraan een aap van zich afslaat met zijn staart (vanaf 0:26)

„Lindsay en ik wilden staartwapens nu eens in een brede context onderzoeken”, laat Arbour per e-mail weten. Woensdag publiceerden zij een groot overzicht van levende én uitgestorven dieren die hun staart als wapen gebruiken, in Proceedings of the Royal Society B. Ze concluderen dat écht gevaarlijke staartwapens, met stekels of knots, uitsluitend evolueren bij gepantserde en grote planteneters.

De enige nog levende zoogdieren die met hun staart uithalen zijn stekelvarkens, schubdieren en aardvarkens. Onder de reptielen zijn er nog hagedissen en varanen, maar daar zijn alle moderne staartzwiepers mee genoemd. De meeste dieren zwiepen om belagers te verjagen of verwonden. De kolonistenagame (Agama agama) is het enige levende dier waarbij mannetjes de staart gebruiken in onderlinge strijd. De staarten van deze dieren zijn lang en soms gepantserd, maar het bot is niet omgevormd tot wapen, zoals bij sommige uitgestorven diersoorten. De gordelstaarthagedissen van het geslacht Smaug (inderdaad vernoemd naar de draak uit De Hobbit) komen nog het dichtste in de buurt, met staartstekels van bot.

In de recente prehistorie waren staarten nog een stuk gevaarlijker. Tot 9.000 jaar geleden leefden er nog glyptodonten in Zuid-Amerika, gordeldieren van het formaat kleine auto, met een knots als staart. En landschildpadden van het geslacht Meiolania met doornstekels. De laatste meiolania’s leefden 3.000 jaar geleden op de eilanden Nieuw-Caledonië en Vanuatu. In het dinotijdperk leefden er naast ankylosauriërs ook stegosauriërs, met stekelstaart en langnekdino’s met verzwaarde staartpunt.

Zulke staartwapens van bot evolueren alleen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, concluderen Arbour en Zanno: het dier moet groot zijn, planten eten en met een pantser of stekels zijn bedekt. Arbour en Zanno schetsen een scenario waarbij dieren die te groot zijn om zich te verstoppen, maar te klein om roofdieren af te schrikken, pantsers evolueren. Met een gepantserde staart kan het dier veilig uithalen. Als het dier groot genoeg is, kunnen staartpunten uitgroeien tot echte wapens, zoals bij ankylosauriërs is gebeurd.

Moderne dieren zijn te klein voor wapens. Het reuzengordeldier (Priodontes maximus) heeft als gepantserde planteneter de beste papieren, maar is met een lengte van 75 tot 100 centimeter net te klein.

Glyptodonten en meiolania’s zijn nog door mensen bejaagd. Kan het zijn dat dezelfde eigenschappen die evolutie van staartwapens mogelijk maken – een groot formaat en pantser – een dier gevoelig maken voor uitroeiing? Arbour: „Het is zeker mogelijk dat hun pantser onvoldoende bescherming bood tegen mensen met steeds geavanceerder wapentuig.”

    • Lucas Brouwers