‘Ziekenhuis moet medewerking aan onnodige afvinklijstjes stoppen’

Administratielast

Medici zijn te veel tijd kwijt aan turven en registreren. Schrap die administratie voor accreditaties, zeggen ze tegen hun besturen.

Informeren, turven, vastleggen, doorgeven – administratieve taken kosten artsen en verpleegkundigen 40 procent van hun werktijd. Foto Olivier Middendorp

Het gebeurt geregeld met een gereanimeerde patiënt op zijn afdeling. De dokter heeft het hart weer aan de praat gekregen maar zijn hersenen, blijkt al snel, zijn dood. De familie komt. En Armand Girbes, of een collega, moet hun uitleggen: „Hij ziet er nu roze uit, maar hij is echt dood.” Dat moet de familie dan maar geloven.

Girbes, hoofd van de Intensive Care en Medium Care van het Amsterdamse VUmc, wil maar zeggen: zorg geven is een kwestie van vertrouwen, mensenwerk. „We zijn geen autofabriek. We zijn mensen die werken met mensen: artsen, verpleegkundigen, patiënt en familie. Dat kun je niet vangen in regeltjes, protocollen, afvinklijstjes. Die duiden juist op wantrouwen.”

Natuurlijk, zegt hij, moet je in een grote organisatie dingen vastleggen. Een goede overdracht voor de volgende arts en de verpleging, een goed patiëntendossier. „Maar wij moeten hier de laatste jaren de raarste dingen afvinken. Ruim 3.000 variabelen moet het ziekenhuis naar buiten rapporteren. We zijn 40 procent van onze tijd kwijt aan administratie. Voor zorgverzekeraars, inspectie, patiëntenfederatie, beroepsverenigingen – voor 23 instanties.”

Reden voor Girbes en drie collega’s uit andere academische ziekenhuizen om de organisatie van academische ziekenhuizen NFU desgevraagd een drastisch advies te geven: werk niet meer mee aan kwaliteitstoetsen die zorgverzekeraars opleggen. Medici zijn nu vele uren per week kwijt aan turven en registreren voor ‘accreditaties’ van instituten als NIAZ en JCI. Die tijd kunnen ze beter besteden aan patiënten. En alles, zeggen zij, gaat net zo goed zonder die externe accreditatie.

Depressief

Girbes’ personeel wordt depressief van die registratielast. „Ze vinken dingen af omdat het moet. Ze buigen mee met het systeem omdat het moet. Maar ik wil dat niet. Ik verzet me nu. Waarom zouden we dingen registreren waarvan we niet eens begrijpen waarvoor we het doen? We zien de resultaten meestal ook niet terug. Ik wil graag leren van gegevens, maar dan moet ik ze terugzien. Als professional moet je gewoon aan de patiënt vragen ‘heeft u pijn?’ en zo ja, dan doe je er wat aan. Nu moeten we voor elke patiënt drie keer per dag in de computer zetten of hij pijn heeft. Het is turven om het turven. En dan krijg je kritiek van een managerial systeem als je niet alles geturfd hebt.”

De lijstjes die worden opgesteld over de ‘kwaliteit’ van een ziekenhuis zeggen vaak niks, zegt hij. „Daar wordt zelden de casemix in meegenomen. Orthopedisch chirurgen moeten precies bijhouden hoeveel heroperaties ze doen. Daar komt dan een getal uit. Maar dat zegt niets. In ziekenhuizen worden bloedwaardes geregistreerd van diabetespatiënten. Maar in Bloemendaal gaan mensen anders om met hun diabetes dan in een achterstandswijk. Dat zegt dus niets over het ziekenhuis, maar alles over de buurt waar het staat.”

In Denemarken hebben ze het aantal variabelen dat ziekenhuizen moeten rapporteren al weten terug te brengen tot 25. Het andere uiterste, zegt Girbes, is de zorg in de VS. Daar wordt álles vastgelegd. Steek uw hoofd niet in de magnetron, eet de katheter niet op. „Ze denken dat je alles kunt regelen en voorkomen door het op te schrijven. Zo ontstaat een claimcultuur. Want als iets níét is afgevinkt wat wel afgevinkt had moeten worden, dan zou er weleens een fout kunnen zijn gemaakt. Die mentaliteit leidt tot de schuldvraag: als iets níét stond opgeschreven, had je dat niet kunnen vermoeden en is dat dus de schuld van de fabrikant of het ziekenhuis. Dat je een snoer niet moet doorknippen bijvoorbeeld. Dat is gezond verstand. Maar op Amerikaanse snoeren staat een schaar met een streep erdoor.”

Zorg gaat niet om regels en centen maar om patiënten en hun familie, vindt Girbes. Hij laat trots de ‘familiekamers’ zien waar hij lang voor moest zeuren bij de directie. Een soort huiskamers waar familie van heel zieke IC-patiënten zich kan terugtrekken. Gemiddeld sterft 12 procent van de patiënten die op de IC komt. Een IC-opname is een heel onzekere tijd voor de familie. „De familiekamers nemen kostbare vierkante meters in beslag. Maar voor de familie zijn ze van grote waarde.”

Hij praat vaak met familie van overleden patiënten. „Daar is geen tarief voor. Dat is volgens de zorgmanagers en de verzekeraar niet ‘efficiënt’. Maar het is goed voor de traumaverwerking van de familie.”

De efficiency die van dokters en verpleegkundigen gevraagd wordt, hij moet er om lachen. Alsof het efficiënt is 40 procent van je tijd aan afvinken te besteden.