Rechter Bakels buigt zich over de Brexit

Britten in Nederland

Wat zijn straks onze rechten in de EU? Deze vraag legden Britse eisers voor aan de rechter in Amsterdam. Waarom gebeurt dit hier?

Twee van de eisers, Christopher en Debbie Williams, en hun dochter Molly. Foto Peter Dejong/AP

„Dit is een niet alledaagse zaak”, zegt rechter Bakels woensdagochtend in de rechtbank van Amsterdam. Rechts voor hem zitten de eisers van dit kort geding: een groep Britten die in Nederland woont en bang is na het Britse vertrek uit de Europese Unie haar rechten te verliezen. Denk aan het recht op verblijf, werk, vrij reizen, gezinshereniging, pensioenopbouw. Een deel van de aanwezigen heeft oortjes in – op de achtergrond klinkt de fluisterende stem van de vertaler.

De advocaat van de Britten begint zijn pleidooi: „Wij staan aan de vooravond van een niet eerder vertoonde gebeurtenis in de geschiedenis van de Europese Unie”, zegt Christiaan Alberdingk Thijm. „Brexit means Brexit, zei May, maar niemand weet wat dat betekent.”

Er wonen zo’n 46.000 Britten in Nederland, veel van hen hebben alleen een Brits paspoort. Neem de eisers Christopher en Debbie Williams. Ze wonen een jaar in Nederland en kunnen dus nog geen Nederlands paspoort aanvragen. „Ik werk als freelance IT-consultant door heel Europa”, zegt Christopher (54) na afloop van de rechtszaak. Ze woonden eerder in Duitsland en België, ze verhuizen van land naar land. „Als ik geen EU-rechten meer heb, moeten we terug en is het Verenigd Koninkrijk nog mijn enige markt.”

Juridische chocolade maken

Op 29 maart 2019 treedt het Verenigd Koninkrijk officieel uit de Europese Unie. De Britten willen dat rechter Bakels vragen over hun toekomstige rechten gaat voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU. Burgers hebben niet de mogelijkheid dit rechtstreeks bij het Hof te doen. Alberdingk Thijm zegt dat het Hof moet uitleggen hoe van de politieke balkenbrij die de Brexit is, juridische chocolade gemaakt kan worden. „Excuses naar de vertaler voor het woord balkenbrij”, zegt hij. De zaal grinnikt.

Links voor de rechter zit de landsadvocaat Erik Pijnacker Hordijk. Hij noemt het kort geding een „gefingeerd geschil”: Britten die via de Nederlandse rechter een probleem willen oplossen dat thuishoort in Londen en Brussel. Hij zegt dat de gedaagden gewoon de Brexit-onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie moeten afwachten. „Die onderhandelingen moeten zo min mogelijk worden verstoord door externe factoren.” En of de groep Britten die in Nederland woont het nu leuk vindt of niet: hun landgenoten hebben nu eenmaal voor een Brexit gestemd, dus heeft dat gevolgen voor hen, is zijn argument.

Nergens anders zijn Britten in de EU een soortgelijke zaak begonnen. Waarom gebeurt dit nu in Nederland? „Het is een grote groep die hier woont”, zegt Christiaan Alberdingk Thijm. „Nederland is altijd tegen de Brexit geweest en we positioneren ons als juridische hoofdstad van de wereld. Ook is de kwaliteit van de rechtspraak hier goed en kunnen we hier gebruik maken van snelrecht.” Het zou volgens hem onlogisch zijn om dit verzoek bij een Engelse rechter in te dienen. „Ze gaan uit de EU. Hoe kunnen ze hun dan om Europese rechten vragen?”

De belangrijkste vraag vandaag betreft de interpretatie van artikel 20 van het EU-verdrag, dat het Europese burgerschap regelt. Iedere burger van een EU-lidstaat heeft naast zijn eigen nationaliteit Europees burgerschap. Maar zijn dat twee losse dingen, of zijn ze per definitie aan elkaar verbonden? „We weten wat er met jouw rechten gebeurt als jouw land onderdeel van de EU wordt, maar niet wat ermee gebeurt als jouw land uit de EU stapt.”

Over drie weken, op 7 februari, volgt de uitspraak.

Lees ook het interview met Tony Blair: 'Denk niet dat de Brexit onvermijdelijk is'
    • Maral Noshad Sharifi