Column

Misleiden om te overleven

Karel van het Reve heeft er eens op gewezen dat sommige vergeten schrijvers betere boeken hebben geschreven dan sommige beroemde schrijvers. Als voorbeeld noemde hij schrijvers als John O’Hara, Richard Condon en John Collier, die hij interessanter vond dan Nobelprijswinnaar Saul Bellow.

„Maar Condon komt waarschijnlijk niet eens in de literatuurgeschiedenis terecht”, schreef Van het Reve, „want hij schrijft spannende en vermakelijke boeken, en dat is geen literatuur. Hij pretendeert geen bijdrage te leveren tot onze kennis over en inzicht in ‘de wereld waarin wij leven’. En dat doet Saul Bellow wel. Het merkwaardige is dat dat eigenlijk niet zo is. Bellow vertelt als het erop aan komt weinig interessants over die New Yorkse intellectuelen.”

Van het Reve overdreef omdat hij nu eenmaal graag plaagde, maar hij had ook wel een punt als hij bedoelde dat er te weinig waardering bestaat voor het vakmanschap van verhalenvertellers als O’Hara. Voor Nederland zou ik F. Springer willen noemen als zo’n type schrijver dat te snel vergeten dreigt te worden. Hemelbestormende experimenten zijn bij dergelijke schrijvers ver te zoeken, maar voor een goedgeschreven, realistisch verhaal kun je altijd bij ze terecht.

Ik moest aan Karel van het Reve denken toen ik de afgelopen dagen The Hustler van Walter Tevis herlas in de uitstekende Nederlandse vertaling van Anna Visser onder de titel De misleider, uitgekomen bij de nieuwe uitgeverij Brooklyn. Ik denk dat Karel het een heerlijke roman zou hebben gevonden – want dat is het ook.

The Hustler stamt uit 1959 en werd vooral bekend door de gelijknamige speelfilm met Paul Newman in de hoofdrol van professionele poolbiljarter. Ik kocht het zeven jaar geleden bij De Slegte en schreef er een enthousiast stukje over. Tevis was toen nog nooit in het Nederlands vertaald.

Voor Anna Visser zal het geen gemakkelijk karwei zijn geweest, want Tevis schrijft sprankelend Hemingway-achtig proza met veel bondige zinnen, maar ook met lange lyrische uitschieters. Alleen die titel al! Het Nederlands kent geen volmaakt equivalent voor ‘hustler’. Het is in dit boek een zwendelaar die zich in biljartzalen uitgeeft voor een amateuristische prutser, maar uiteindelijk een begaafde speler blijkt. Zo troggelt hij zijn argeloze tegenstanders grote bedragen af. Het is een bijzondere manier van misleiden, vandaar die Nederlandse titel. Er kleeft een nadeeltje aan: in de dialogen gebruiken de spelers nu ook het nette woord ‘misleiden’, terwijl ik vermoed dat ze in dat milieu eerder van ‘besodemieteren’ spreken.

Eddie Felson heet de briljante misleider. We volgen hem op zijn drieste tocht door de biljartzalen, riskant ook omdat altijd ontmaskering dreigt. Climax van de roman is zijn strijd met zijn grootste tegenstrever, de onverslaanbaar geachte Minnesota Fats. Felson is een individualist én een egoïst, die zijn ongelukkige vriendin nog ongelukkiger maakt.

Het beschreven biljartmilieu is de weerspiegeling van een genadeloze samenleving waarin winnen en bedrog hand in hand gaan. Wie wil overleven moet talent, maar vooral karakter hebben, eventueel een slecht karakter, beseft Felson. Tevis schreef nog een vervolg, The Color of Money, maar dat boek is veel minder goed.