Stephen Gould als Tristan met tegenspeelster Ricarda Merbeth als Isolde.

Foto Ruth Walz

‘Ik zit nu op 68 Tristans. De honderd ga ik halen’

Interview

De Amerikaanse heldentenor Stephen Gould zingt Wagners Tristan bij De Nationale Opera. Hij wordt door critici gevierd als de beste Tristan ter wereld.

Een kamerjas aan een kleerhanger – dat is het enige persoonlijke in de kleedkamer van heldentenor Stephen Gould. Weinig heroïsch aan. Maar Gould leeft met de dag, voorstelling na voorstelling. Deze maand is De Nationale Opera „thuis”, voor Tristan und Isolde. Volgende maand volgt Parsifal in Baden-Baden, dan Siegfried aan de Wiener Staatsoper. „Wagner domineert mijn agenda voor ongeveer tachtig procent”, beaamt hij. „Voor de meer lyrische rollen wordt mijn stem te zwaar. Maar dat vind ik niet erg. Ik zing graag Wagner.”

Dat de grote huizen hem willen voor de grote Wagner-rollen snap je als je hem hoort. Gould, door critici gevierd als de beste Tristan ter wereld, laat zelfs die berucht zware rol ontspannen klinken.

„Maar het ís wel een marathon”, zegt hij. „Het kostte alleen al twee jaar om de noten en woorden goed in te studeren. ‘Des Schweigens Herrin/ heisst mich schweigen/ fass’ ich, was sie verschwieg/verschweig ich, was sie nicht fasst’. Daarover breekt toch zelfs een Duitser zijn tong?

„In Tokyo, ver van Europa, heb ik de rol voor het eerst scenisch gezongen – veilig ver van Europa verwijderd. Na tien keer weet je waar je je stem moet sparen om de avond ongeschonden door te komen. Na 25 voorstellingen kun je de rol zingen. Ik zit nu op 68 Tristans. De honderd ga ik halen.”

Ik heb tien jaar lang musicals gezongen om mijn rekeningen te betalen

Heldenwereld

Goulds spreekstem is laag en bronzig: als van een bariton. „Zo ben ik ook begonnen”, vertelt hij. „Alleen werkte dat niet. Ik kreeg een vocale crisis en heb tien jaar lang musicals gezongen om mijn rekeningen te betalen. The Phantom of the Opera, maandenlang, acht keer per week. Heel leerzaam, hoor! Toen ik op mijn 38ste mijn rentree maakte in de opera-wereld, was ik een ander mens en een andere zanger.” Terugziend beschouwt Gould zijn „valse start” als geluk, zegt hij, en als de reden dat hij nu – op zijn 56ste – zingt aan de grootste huizen. „In de ‘heldenwereld’ zijn zangers geneigd te snel te veel te willen. Die zijn met zestig al uitgezongen.”

Lastig voorstelbaar is het wel. Hoe is het wekelijks tientallen uren per week door te brengen in Wagners mythische schaduwwereld, zingend over verlossing, loutering door medelijden en liefdesextase? Hoe belangrijk zijn onderwerpen als Trump en #MeToo dan nog?

„Goed punt, ik ben er inderdaad wel, hmm, anders van geworden”, erkent Gould. „Het valt me in elk geval erg op hoe iedereen in onze ‘echte wereld’ zich laat meeslepen door politiek, door maatschappelijke verbanden. Sommigen ervaren Wagner zelfs als deprimerend omdat zijn opera’s eisen dat je dat het alledaagse een paar uur loslaat en je openstelt voor de laag daaronder. Maar voor mij maakt juist het abstractieniveau Wagners late opera’s zo interessant.”

In podcast NRC Kunst! #4 vertelt muziekredacteur Mischa Spel over de lol van opera.

Schaakbord

Tristan und Isolde duurt vier uur, Tristans monoloog in de derde akte alleen al een half uur. In Wagners tijd was de invloed die van een meteoriet. Maar hoe werkt Tristan nu, anderhalve eeuw na de première in 1865?

Gould: „De kritiek is soms dat er te weinig actie is, dat Tristan saai zou zijn, statisch. Natuurlijk moet je er niet aan beginnen alsof het een Hollywood-film is. Tristan und Isolde is in essentie zelfs geen liefdesopera, zoals mensen denken, maar meer een filosofische meditatie over liefde, dood en de vraag of twee mensen ooit echt één kunnen worden, in leven of dood. En de muziek geeft het antwoord. Zelfs als Tristan en Isolde samen zingen, zingen ze tegen elkaar in.”

Met de urenlange stroom van akkoorden die geen harmonische oplossing vinden, was Tristan und Isolde voor menig operaliefhebber het werk dat de vonk voorgoed deed overspringen. Voor schrijver Thomas Mann was dat zo, voor dirigent Bruno Walter, voor Pierre Audi, die deze voorstelling regisseert.

Dit jaar verlaat Pierre Audi De Nationale Opera. Hij is er dan dertig jaar artistiek directeur geweest, de langst zittende opera-directeur ter wereld.

„Muziek communiceert op een andere, diepere manier dan taal”, zegt Gould. „Tristan leidt van het intellectuele af, naar het innerlijke toe. Ik denk dat het ons, nu, lastiger valt ons daarin onder te dompelen; al wat zweemt naar spiritualiteit, doen we af als new age. Ik vind het zelf soms óók lastig me voor de muziek open te stellen. Soms zou ik wel graag een boeddhistische monnik zijn. Maar in dit leven stel ik me tevreden met een voorstadium: omringd zijn door muziek.”

Tristan und Isolde door De Nationale Opera, Ned. Phil. Orkest o.l.v. Marc Albrecht. Regie: Pierre Audi. Te zien aldaar t/m 14 februari. www.operaballet.nl
    • Mischa Spel