Voor oma is dansen vrijheid

Holland Dance Festival

De oudere danser speelt steeds vaker een belangrijke rol in hedendaagse dansproducties. Ook in het Holland Dance Festival wordt de veelzijdigheid van de gerijpte danskunstenaar belicht.

De voorstelling Dancing Grandmothers van Eun-me Ahn Foto Young-Mo Choe

Het is een doodgewone woensdagavond, maar de zaal in het theater van Aix-en-Provence is afgeladen. En enthousiast. Een kleine aanmoediging is voldoende om het publiek op de been te krijgen. Tientallen vrijwilligers komen van hun stoelen, klimmen het toneel op en dansen ongedwongen op een lekkere beat, samen met de performers. Die avond zijn dat, naast de acht vaste dansers van choreografe Eun-me Ahn, een tiental Koreaanse dames, allen zeventig-, sommigen zelfs tachtig-plus. In het anderhalve uur voor die gezamenlijke viering hebben zij verheerlijkt gewiegd, verend door de knieën, zwaaiend met de armen, hier en daar een kleine rock-‘n-roll-move. Dans zonder plan of choreografie.

Zo ziet Eun-me Ahn (54) hen het liefst: naturel, bewegend vanuit een pure danslust. „Soms probeert iemand iets te doen wat ze op televisie heeft gezien, ‘echte dans’”, vertelt Ahn lachend. „Dat wordt dan onmiddellijk de kop ingedrukt!”

Zij rekruteerde de grootmoeders (gepensioneerde en nog werkende kapsters, huisvrouwen, boerinnen, onderwijzeressen, marktkoopvrouwen) uit de families van vrienden en bekenden, als deel van een trilogie waarin zij eerder werkte met jongeren en mannen van middelbare leeftijd. Wie de danshistorie kent, herkent daarin een analogie met de drie versies van Pina Bausch’ Kontakthof, dat na voorstellingen door haar eigen dansers werd uitgevoerd door ‘Damen und Herren ab 65’ en ‘Teenagern ab 14’. Ahn wordt ook wel met de keizerin van het Tanztheater („mijn goede vriendin”) vergeleken. Op de dag van het interview echter lijkt ze met haar bonte noppenjurk en lachgrage nonchalance eerder op een kale, Koreaanse Mammaloe dan op de steile Duitse.

Ahns dans is ook aanzienlijk luchthartiger. „Dansen is vrijheid”, is haar overtuiging. Zeker voor deze oude dames. Vroeger mochten zij niet dansen, zeker niet op de populaire muziek van hun jeugd. Alleen al daarom is hun aanwezigheid op het toneel bevrijdend. „Het zegt ook iets over de veranderende Koreaanse maatschappij”, aldus Ahn. „In onze geschiedenis zijn zij bijvoorbeeld de eerste generatie vrouwen die op deze leeftijd zo oud en gezond zijn. Niet afgebeuld en ondervoed, zoals vroeger. Ze vormen een levende link met het verleden, verbinden de generaties. Het geeft hun dansen een diepere laag.”

Jeugdige energie

Het is precies de meerwaarde van de leeftijd waarom choreografen zich de laatste decennia in toenemende mate zijn gaan interesseren voor de oudere danser, met of zonder professionele ervaring. In vroeger jaren waren veertigplussers vrijwel afwezig op het danstoneel; want dans, professionele (westerse) theaterdans, was toch bij uitstek een kunst van jeugdige energie en perfecte lichamelijke beheersing? Oudere dansers waren veroordeeld tot zogeheten ‘looprollen’: de koningin in Het Zwanenmeer, de vorst van Verona in Romeo & Julia.

De oudere, soms zelfs stokoude dansers die niet als figurant maar als zelfstandige act optraden, vormden in West-Europa de uitzondering. De internationaal vermaarde Kazuo Ohno was zo iemand, grondlegger van de Japanse butoh-dans. Hij gaf zijn laatste optreden op honderdjarige leeftijd. De expressiviteit van flamencolegenden als Pastora Imperio of Pilar Lopez nam met het stijgen der jaren ook alleen maar toe. Maar in de klassieke en moderne theaterdans werden de meeste dansers na hun 35-ste naar de zijlijn gedirigeerd. Naar grootheden als Margot Fonteyn, Rudolf Nureyev, Merce Cunningham en Martha Graham, die veel langer door dansten, werd vaak enigszins meewarig gekeken.

Met haar Dancing Grandmothers verzet Ahn zich tegen die ‘leeftijdsdiscriminatie’. „Ik vind het belangrijk het publiek te laten nadenken over de waarde die ouderen in onze samenleving vertegenwoordigen. Alles is tegenwoordig gericht op perfectie en rendement. Zeker in het kapitalistische Korea. Als familie-oudste genoot de oudere vrouw vroeger veel respect in onze cultuur. Onder invloed van het toegenomen individualisme verandert dat snel.”

Ahn filmde tijdens een reis door haar land bejaarde vrouwen in hun eigen omgeving en vroeg hen voor haar te dansen. Het zijn mooie, ontroerende beelden. De een danst verlegen, de ander beweegt uitgelaten, een volgende schuifelt ritmisch achter haar rollator. Zonder uitzondering lachen ze, ongekunsteld, domweg gelukkig om te dansen.

Ahns voorstelling past in een trend. Steeds vaker spelen oudere dansers een belangrijke rol in het danstheater. Langzaam aan is de waardering voor de oudere performer toegenomen. In 1991 was het nog een unicum toen het Nederlands Dans Theater 3 werd opgericht, een gezelschap voor dansers ‘tussen veertig jaar en de dood’, zoals geestelijk vader Jirí Kylián het uitdrukte. In de professionele danswereld was zoiets nog nooit vertoond. Gelauwerde danspensionado’s bewezen de meerwaarde van hun jarenlange toneelervaring in choreografieën van topchoreografen als Maurice Béjart, Mats Ek, William Forsythe, Hans van Manen en Kylián.

Muurbloempje

Tegenwoordig is de gerijpte danskunstenaar geen zeldzame soort meer, noch een muurbloempje. Hun bijdrage aan dansvoorstellingen is vaak van zeer uiteenlopend karakter, al naar gelang hun fysieke mogelijkheden. Die heel al even verschillend zijn. Zo verbaasde de toen tachtigjarige Maria Otal het publiek in 2007 in Le Sous Sol van het Belgische collectief Peeping Tom. Een soepel kusduet met een jonge geliefde was een hoogtepunt in de voorstelling; een prachtige scène waarin heden en herinnering elkaar raakten.

Seniordansers brengen een extra laag en kleur aan in een voorstelling, als onderdeel van een jongere cast. Regelmatig zijn tegenwoordig ook producties met exclusief ‘pensioengerechtigden’ te zien. Onlangs nog bijvoorbeeld, in Lust for Life van Wies Bloemen, met ex-danseressen op leeftijd. Wie Ahns bejaarde niet-danseressen ziet, zal misschien terugdenken aan de Vietnamese vrouwen in Sécheresse et Pluie van Ea Sola uit 1995, een huiveringwekkend mooie vertelling over de bloedige geschiedenis van Vietnam.

Een trend binnen de trend is het dansen met de eigen ouders. Choreograaf Giulio D’Anna trad op met zijn vader die aan de ziekte van Parkinson lijdt, Shusaku Takeuchi liet moeders en kinderen als vlinders voor de vrede dansen, Martin Nachbar creëerde meer ouder-kindtijd door een duet met zijn vader te maken, evenals als de Japanse Kaori Ito in haar intieme, gedanste toenaderingschoreografie. ‘Good old’ Truus Bronkhorst danste met haar dochter.

En er zijn natuurlijk ongeneeslijke bewegers. De voormalige dansers van William Forsythe, verenigd in het Berlijnse ensemble DanceOn, zijn bijvoorbeeld nog sterk georiënteerd op techniek. Het tegenovergestelde dus van de blije amateur-oma’s uit Korea. Binnen die twee uitersten is nu alles mogelijk in de danskunst, die daarmee een beetje ‘volwassener’ is geworden.

Dancing Grandmothers van Eun-me Ahn. Amsterdam, Den Haag, 24 t/m 28/1. Inl: holland-dance.com
    • Francine van der Wiel