Ethiopische regering laat oppositieleider vrij

De vrijlating van Merera Gudina past binnen een besluit van premier Desalegn om alle politieke gevangenen in vrijheid te stellen.

President Hailemariam Desalegn besloot twee weken geleden alle politieke gevangenen in Ethiopië vrij te laten. Foto Michael Tewelde/AP

De Ethiopische regering heeft woensdag Merera Gudina, de belangrijkste oppositieleider van het land, vrijgelaten uit een gevangenis in hoofdstad Addis Abeba. Dat meldt persbureau AP. Gudina en honderden anderen mochten de cel verlaten nadat premier Hailemariam Desalegn twee weken geleden onverwacht de vrijlating van alle politieke gevangenen in Ethiopië had aangekondigd.

Gudina werd ruim een jaar geleden opgepakt op het vliegveld in Addis Abeba. Hij kwam terug uit Europa, waar hij met politici had gesproken over de wijdverspreide protesten tegen de regering waarmee Ethiopië in 2015 en 2016 te maken had. Gudina is de aanvoerder van oppositiepartij OFC, de voornaamste tegenstander van de regeringspartij van premier Desalegn.

Lees hier over de protesten tegen de Ethiopische regering: Ethiopische jongeren doen autoritair regime wankelen

Dat Gudina nu wordt vrijgelaten, komt doordat premier Desalegn naar eigen zeggen van zins is “de democratische ruimte voor iedereen groter te maken”. Uit de gevangenis waarin de oppositieleider vastzat, mochten woensdag nog 115 andere gevangenen vertrekken. Elders in het land kwamen 361 mensen vrij. Naar verwachting komen daar binnenkort nog honderden bij, ook doordat Desalegn een berucht strafkamp laat sluiten. De Verenigde Staten en mensenrechtenorganisaties spreken van bemoedigende stappen.

Conflict langs etnische lijnen

Na zijn vrijlating werd Gudina volgens AP in zijn woonplaats even buiten de hoofdstad opgewacht door duizenden jongeren, die antiregeringsleuzen scandeerden. “Als de regering inderdaad de dialoog wil aangaan, dan zullen we dat aanbod in overweging nemen”, zei hij tegen AP.

De protesten tegen de regering braken eind 2015 uit in de regio’s Oromia en Amhara, in het midden van Ethiopië, en verspreidden zich in de maanden daarna door grote delen van het land. De demonstranten eisten meer vrijheden. Het conflict speelde zich af langs etnische lijnen: veel betogers horen tot de Oromo-bevolkingsgroep, waar ook oppositieleider Gudina deel van uitmaakt. Bij de overheid werken veel Trigayers, een kleinere etnische groep.

Bij de ongeregeldheden kwamen honderden mensen om het leven, onder meer doordat ordetroepen hard optraden. Zij schoten soms met scherp op demonstrerende menigten. Tienduizenden werden gearresteerd.

    • Vincent Sondermeijer